FY012.jpg
Dat is Latijn voor mij! Afdrukken

Siervis Leuven

Iedere aquariaan die een tijdje met de hobby bezig is heeft er mee te maken. De vertrouwde Nederlandse benamingen van vissen moeten plaats maken voor die soms onuitspreekbare Latijnse benamingen.

Vooral wie iets minder bekende soorten in zijn aquarium wil houden moet naar de wetenschappelijke naam overschakelen. Dikwijls is er een gangbare Nederlandse naam voorhanden, maar die kan tot verwarring leiden met soms desastreuze gevolgen.

Ik herinner mij een mail van een dame die mij vroeg of de clownvis goed houdbaar is in een beplant gezelschapsaquarium. Het was een mooie gestreepte vis schreef ze er nog bij. Nu denk ik bij de clownvis, haar beschrijving van de vis en de bak waarin ze hem wil houden automatisch aan de Chromobotia macracanthus, of clownbotia die zijn naam dankt aan de rare manier waarop hij zich soms te ruste legt, op de zij of de rug, in een hoekje van de bak.
Gelukkig wilde ik mijn betoog over de clownbotia toch wat stofferen met een foto en dus zocht ik snel op het internet wat beeldmateriaal bij mekaar.

De eerste beelden die je te zien krijgt van een clownvis zijn natuurlijk foto’s van de Amphiprion ocellaris, of Anemoonvis, eigenlijk nog beter bekend als Nemo. Maar ik heb natuurlijk geen klein mannen meer rondlopen die naar tekenfilms kijken!
Stel je voor wat er zou gebeurd zijn als ik had geschreven dat de clownvis, (de Chromobotia macracanthus natuurlijk), het zeer goed doet in een gezelschapsaquarium. En dan plaatst die dame op mijn aanraden een zeevis in een zoetwaterbak! Ik zie die Nemo al zo ontsnappen langs het toilet.  In dit geval ligt het uiteraard voor de hand dat je die fout niet maakt: iedereen kent de
tekenfilm en bij een dergelijke vraag gaat natuurlijk direct een alarmlampje flikkeren.

Maar om in de sfeer te blijven van de modderkruipers: wie weet welke vis er bedoeld wordt met modderkruiper?
Is het de Misgurnus fossilis, de grote modderkruiper, ofwel de Pangio kuhlii of Indische modderkruiper?

Of bedoelt de vraagsteller misschien toch de slijkspringer, de Periophthalmus barbarus, want ja slijk en modder dat is toch hetzelfde.
En als je dan slijkspringer intikt in Google dan is de eerste treffer die je krijgt een Anableps anableps of vierogenvis.

Geef vervolgens terug Anableps in en de eerste foto die je te zien krijgt is er één van een Periophthalmus. Maar ja dat is normaal, want uit de bijbehorende tekst kan je dan opmaken dat de schrijver er helemaal niks van weet.
 
En wat zou je er van zeggen als we nu eens allemaal ons best doen en toch Latijn proberen te praten (en hier en daar een woordje Grieks). Met een beetje basiskennis kom je al een heel eind.
 
Laten we beginnen met de telwoorden:

  • één – uni
  • twee – bis of bi
  • drie – tri
  • vier – tetra
  • vijf – penta
  • zes – hexa

Deze telwoorden geven aan dat een vis één of meer, al naar gelang het gebruikte cijfer, kenmerken heeft.
De lijst met kenmerken is natuurlijk zeer lang, maar hier volgen er een paar:

  • gelijnd – lineatus
  • gepunt of gestipt – punctatus
  • gestreept – fasciatus
  • gevlekt – maculatus
  • met ogen – ocellatus

De kleur van de vis kan natuurlijk ook gebruikt worden bij de naamgeving. Zo vinden we
volgende woorddelen soms terug:

  • wit – albus
  • rood – ruber of rubro
  • roze – rosaceus
  • zwart – niger
  • blauw –coeruleus

Lichaamsdelen worden eveneens in de naam verwerkt. Zo kennen we:

  • baard – barbus
  • vinnen – pinnis
  • schub – lepis
  • staart – ura
  • lip – cheilos
  • mond – stoma
  • tand – brycon
  • voorhoofd – frons

Verder worden soms plaatsnamen en namen van rivieren gebruikt. 
 
De naam van de ontdekker van de vis of van de persoon die de eerstbeschrijving deed wordt natuurlijk ook geregeld teruggevonden. Heb je al gehoord van Beckford, Riddle, Jordan, …
 
Een aantal voorvoegsels die ook geregeld terugkomen zijn:

  • half – hemi
  • eenvoudig – haplo
  • klein - micro
  • groot – macro
  • anders – hetero
  • veel – multi
  • klein – nanno

Wat zou jij dan maken van een:

  • Barbus nigrofasciatus
  • Astronotus ocellatus
  • Nannostomus bifasciatus
  • Nannostomus beckfordi
  • Hemichromis bimaculatus
  • Jordanella floridae
  • En ga zo maar door…

Uiteraard wordt hetzelfde systeem ook bij andere diersoorten gebruikt.
Als voorbeeld een paar termen die voorkomen bij de kameleon – chamaeleo.

  • berg – montium
  • panther – pardalis
  • kort – brevis
  • hoorn – cornis
  • jukdrager – furcifer
  • slank – gracilis

Wie iets van kameleons kent weet zeker hoe een Furcifer pardalis, een Calumma brevicornis of een Chamaeleo gracilis er uit zien.

Zo zie je maar dat je met een beetje kennis van woordjes en voorvoegsels al een heel eind geraakt. In elk geval zal iedereen die de wetenschappelijke benaming gebruikt met dat dier naar huis komen dat hij oorspronkelijk ook bedoeld heeft.
 
En onze beide clowns, de Clownbotia (Chromobotia macracanthus) en de Anemoonvis (Amphiprion occelaris) zullen mekaar, gelukkig maar, niet leren kennen.

 

 
RocketTheme Joomla Templates