Chilotilapia.jpg
Leem, een oude bekende Afdrukken

Siervis Leuven

Tijdens het doorbladeren van het juli nummer 2000 van het Duitse vakmagazine Aquaristik Aktuell viel mijn oog op een artikel van Axel Gutjahr over leem als krachtige fertilisator.
 Ik vond het een goed artikel, omdat ook wij vroeger vaak leem gebruikten om de aquariumbodem vruchtbaar te maken.

Het verhaal van A. Gutjahr gaat als volgt:

"Wanneer de planten het in het aquarium na enkele jaren laten afweten, is dit zowel voor de algehele indruk die het aquarium biedt, als voor de gemoedstoestand van de getroffen aquariaan een droevige zaak. Toch zouden die planten, mits het toedienen van de juiste meststoffen er weer fleurig kunnen bijstaan. Naast het kooldioxide uit fotosynthese zijn deze meststoffen voor bijna alle planten levensnoodzakelijk. Zij hebben ze nodig voor hun groei en ontwikkeling, maar ook voor hun gezondheid. Essentiële meststoffen zijn stikstof, fosfor, calcium, kalium, magnesium, zwavel, ijzer en koper, die al naargelang de plantensoort in mindere of meerdere mate verbruikt worden. Het opnemen van deze stoffen gebeurt meestal onder de ionale vorm via de wortels. Of die meststoffen nu ontstaan door rottende organische of anorganische substanties is onbelangrijk.

In de aquaristiek wordt reeds lang leem vermengd tussen de bodemgrond en wordt hij ook gebruikt als nabemesting. Het voordeel van leem is dat hij niets kost als je weet waar hij te vinden is. Bovendien bevat hij alle voedingscomponenten, die onze waterplanten nodig hebben. Spijts die goede kwaliteiten kreeg hij nooit de waardering waarop hij recht heeft.

Leem bestaat uit een mengeling van zand, zilt en klei die in verschillende concentraties aanwezig kunnen zijn. Zo noemt men een mengsel, waarin het kleiaandeel 25% bedraagt , zanderige leem. Wanneer er 50% klei en silt aanwezig is noemt men het mengsel zware of vette leem. Deze laatste soort is voor aquaristische doeleinden de beste, omdat zij zeer rijk is aan die voedingsstoffen die onze planten nodig hebben. Als je leem gebruikt moet je wel nagaan of hij zuiver is. Leem die uit een bouwwerf stamt is vaak vermengd met cement en is dus onbruikbaar.

Er is natuurlijk ook een keerzijde aan de medaille. Leem heeft ook twee minder goede eigenschappen. Verse leem, die niet afgedekt wordt door een andere bodemsubstantie, geeft een sterke vertroebeling van het water. Dit komt omdat er binnen de kortste keren vele klei- en ziltpartikels in het water oplossen. Ook draagt leem bij tot het dichtslibben van de bodem, wat dan weer tot gevolg heeft, dat er geen optimale gasuitwisseling meer gebeurt en er zich ongewenste rottingsbellen in de bodem gaan ophopen. Daarom mag men dus nooit een dikke, doorlopende laag leem aanbrengen over de totale oppervlakte van de bodem.

Een bodemsamenstelling, die ondertussen haar deugdelijkheid heeft bewezen, bestaat uit een laag van 3 tot 4cm bestaande uit voor de helft niet te sterk gewassen zand en uit voor de helft kiezelstenen met een diameter van 1 tot 5mm. Van de vette leem rol je nu dunne snoeren. Je drukt deze snoeren in een zigzagvorm in de bodem op de plaatsen waar later planten zullen komen te staan. Vervolgens wordt er nog een laag van 1 tot 2 cm goed gewassen zand en ronde kiezel overheen gelegd. Zo verhinder je dat bij het vullen een sterke watervertroebeling optreedt. Door het aanbrengen van de leem in snoeren wordt de doorlaatbaarheid van de bodem niet onnodig belast, zodat een goede gasuitwisseling mogelijk blijft.

Wanneer de andere factoren zoals belichtingsduur, pH-waarde en watertemperatuur juist gedoseerd zijn, zal men bij het gebruik van leem in de voedingsbodem vaststellen dat vele planten een krachtige groei gaan vertonen en er een algemene indruk van weelderigheid ontstaat. Vaak zal men op bepaalde plekken zelfs planten moeten uitdunnen.

Maar onvermijdelijk komt er een tijd dat de planten minder weelderig tieren en ze kleinere bladeren beginnen te vormen. Dan zijn meestal de in de leem opgesloten meststoffen opgebruikt en moet je nabemesten. Hiertoe stop je, al naargelang van de grootte van de planten, leemkogeltjes van 1 tot 2,5 cm zo diep mogelijk in het bodemsubstraat en schuif je er zo vlug mogelijk zand van de bovenste bodemlaag overheen. De leemkogeltjes laat je in de zon of in de oven drogen. Gebakken laten ze immers minder snel water door en bestaat de kans niet dat ze uiteenvallen voor ze de bodem bereiken en zo het water toch nog vertroebelen.

Bedenk ook dat de wortels van de planten zich gaan richten naar de leembolletjes. Stop ze dus nooit in de bodem op een plek die je wil vrijhouden als zwemruimte voor de vissen. Ook bij het inrichten van het aquarium dien je bij het aanbrengen van leem in de ondergrond, met deze factor rekening te houden."

Wat de heer A. Gutjahr vertelt klopt volgens mij, want anders zou ik zijn artikel nooit vertalen.
Toch zijn er nog een paar zaken waar je moet aan denken als je leem in je voedingsbodem gebruikt.

Plaatsen in de bodemgrond waar je leem hebt gebruikt trekken de wortels van de planten aan als een magneet. Daarom is het noodzakelijk een beplantingsschema te maken voor je het aquarium inricht. Hierop dienen niet alleen de plantengroepen te figureren, maar ook de open ruimtes, die je wil vrijhouden als zwemruimte voor je vissen. Op die plekken breng je uiteraard geen leem aan.

Als je na verloop van tijd sterk wortelende planten, zoals bvb. Cryptocoryne, moet uitdunnen is het oppassen geblazen. Deze planten zetten zich verder met wortelstokken en vormen vanuit de moederplant een rasechte kluit. Als je dat hele bosje hardhandig uitrukt, veroorzaak je onvermijdelijk een sterke watervertroebeling. De rondzwevende leempartikels slaan weliswaar na enkele uren neer op de bodem en het water wordt weer helder, maar indien er zich op de bodem een te grote film van het leemsediment heeft gevormd, is het gevaar voor dichtslibbing niet denkbeeldig.

Een laatste tip: je kan door de leem, voor je hem tot balletjes bakt, vloeibare aquariummeststof kneden. Zo vergroot je de bemestingscapaciteit nog een stuk. Vroeger verwerkten de oude rotten in het vak zelfs een gedroogde konijnenkeutel in het leemballetje en, naar zij beweren, hadden ze "chique" planten.

Voor potentiële speculanten zit er daar misschien nog een gat in de markt. Het is weliswaar maar een konijnengat, maar een mens moet ergens beginnen...

 
RocketTheme Joomla Templates