tetraodon.jpg
Voorgrond- of achtergrondplanten? Afdrukken

Paradijsvis Alblasserdam    Zilverhaai Beringen

Een mooi ingericht tropisch (zoetwater) plantenaquarium is in feite een ‘onderwatertuin’. Dit is geen negatief bedoelde opmerking, maar geeft wel aan dat we de beplanting kiezen én plaatsen, zoals wij dat het mooiste vinden. We worden daarbij ook nog eens gesteund door allerlei heersende regeltjes en ideeën. In de natuur ziet het er totaal anders uit....  Er komen geen mensenhanden aan te pas.
De natuur bepaalt hoe hoog Vallisneria wordt. En diezelfde natuur bepaalt ook hoe groot Hygrophila difformis wordt. In de echte onderwaterwereld zijn geen vingers aanwezig van begaafde aquarianen die Nymphae lotus rubra (Tijgerlotus), zodra er meer dan zes bladeren zichtbaar worden, deze simpelweg verwijderen, om vooral maar te voorkomen dat de prachtige plant te hoog en te omvangrijk wordt. Of het zijn diezelfde knijpende vingers die de lengte van Lobelia cardinalis bepalen, omdat we dat plantje meestal alleen maar geschikt vinden om in een ‘straatje’ op de gewenste hoogte te houden.

Zoals gezegd, we zijn aan het onderwater tuinieren en sollen soms een beetje met de natuur. Je kunt jezelf de vraag stellen ‘wat is eigenlijk een voorgrond- of achtergrondplant?’
Ontegenzeggelijk mag, om een voorbeeld te noemen, Vallisneria gerekend worden tot een achtergrondplant bij uitstek. Met een bladlengte, variërend van 50 tot 200 centimeter, is het onmogelijk deze laag te houden.

Tot echte voorgrondbeplanting mogen de meeste Cryptocorynesoorten gerekend worden. De meeste soorten bereiken een hoogte van ongeveer twintig centimeter. Maar wie heeft ooit bepaald dat onze overbekende Vaantjesplant (Hygrophila difformis) per definitie een achtergrondplant is? De enthousiaste onderwater tuinier ‘topt’ de plant toch tot de gewenste hoogte, dus waarom zou je deze plant niet laag kunnen houden en met de prachtige, frisgroene koppen een veld op de voorgrond creëren?....  
Toegegeven, deze plant bewust ‘laag’ houden brengt relatief veel werk met zich mee, gezien het groeitempo en de natuurlijke neiging om in de lengte te groeien. Maar je kunt er wel degelijk een prachtig veldje of straatje van maken.

Dat Lobelia cardinalis alleen maar als voor- en middenbeplanting gebruikt wordt, hoeft ook al niet voor iedere aquariaan te gelden. Juist de geleidelijke overgang van het geijkte straatje naar hoog oplopend tegen de achterwand, kan een totaal ander effect geven.
De suggestieve dieptewerking wordt daarmee weliswaar teniet gedaan, maar dat kan wel weer op een andere manier gecompenseerd worden.

In weinig aquaria zie je de eerder genoemde Tijgerlotus in volle pracht en praal een flinke ruimte tegen de achterwand in beslag nemen. Als de plant van de aquariaan zijn gang kan en mag gaan, zal de Lotusplant beter z’n natuurlijke groeiproces voltooien en wordt de omvang groter. Met z’n prachtige, donkerrode bladeren, zal de Tijgerlotus, in vol ornaat, een lust zijn voor het oog.

Eichornia azurea, met z’n lange, in schroefvorm groeiende bladeren, wordt meestal als midden- of achtergrondplant gebruikt. Ook hier controleren onze knijpende vingers of, als je het goed doet, een scherp mesje, de lengte nauwkeurig om bovenwatergroei, en daarmee lepelvorming, te voorkomen. Ook hier houden we de plant bewust op de door ons gewenste lengte.
Dus waarom niet als voorgrondbeplanting? Ook deze plant kan, als je dat wilt, een overgang van laag naar hoog bewerkstelligen.
Een ding is zeker: het is weer eens wat anders!

 
RocketTheme Joomla Templates