Actinia equina.jpg
Straffe kost Afdrukken

 Siervis Leuven

Als je, als ik, al jaren meedraait in de aquaristiek, heb je al sterke verhalen gehoord. De laatste tijd is dit wel verminderd, omdat er in de handel voor ieder probleem een kant en klare oplossing bestaat. Jaren terug was dat niet het geval en werd er, net als in het wielrennen, nogal wat uitgeprobeerd.

De producten die wij gebruikten waren nogal verschillend van aard. Naarmate de naam werd doorverteld, verhoogde niet alleen de goede eigenschappen van het product, maar ook de dosering. Wat in den beginne een mespuntje was geweest, werd al vlug een afgestreken koffielepeltje en groeide al snel aan tot een dikke soeplepel.

Een huismiddeltje, dat bijna door iedere aquariaan gul werd gebruikt was keukenzout. Het was goedkoop, iedereen had het in huis en het was goed voor iets, of tegen alles, als je ziet wat ik bedoel. De dosis varieerde van één tot twee soeplepels per emmer water. Als je bedenkt dat water verversen toen volledig uit den boze was en slechts het verdampte water werd aangevuld, kan je wel vermoeden dat de vissen langzamerhand in een pekeloplossing rondzwommen en hoe tegenstrijdig dit ook mag klinken, zoetjes het hoekje omgingen.

Nog zo een alom geprezen keukenmiddeltje was thee. Als je zo één of twee builtjes verdekt in je bak ophing, kon je er bijna zeker van zijn dat je van algen gespaard bleef. Als je toch algen in je bak kreeg, lag dit waarschijnlijk aan het merk dat je gebruikt had. Er werd wel uitdrukkelijk op gewezen dat het niet hielp bij blauwe algen, waar je, door het niet verversen van water, sowieso mee opgezadeld zat.

Een ander product dat op korte tijd razend populair werd, waren bruistabletten van vitamine C. Het spul was pas op de markt en werd door iedere dokter gul voorgeschreven. Met de redenering dat wat goed was voor ons, ook wel goed zou zijn voor onze vissen, werd er, tot grote ontsteltenis van de aquariumbewoners, al gauw iedere maand zo een bruistablet feestelijk te water gelaten.

Waren wij volledig geschift, omdat we middeltjes gebruikten waarvan we niet wisten of ze wel zo goed waren als er werd beweerd? Of waren er toen al bollebozen, die er meer van wisten, maar hun geheim liever meenamen in hun graf, dan het aan de gewone stervelingen, die wij ongetwijfeld in hun ogen waren, mede te delen?

Wie schetst mijn verbazing toen ik, bij het doornemen van het julinummer van het tijdschrift Das Aquarium, een tekst onder ogen kreeg van G. Ott over het gebruik van bladeren van de Anacardium occidentale. Deze cashewnotenboom, die oorspronkelijk alleen voorkwam in Brazilië, werd door de avontuurlijke Portugezen geïntroduceerd in Afrika en Azië. Praktisch alle delen van deze boom bevatten veel looizuren. Deze tannines worden onder meer in de lederindustrie gebruikt, bij het looien van dierenhuiden. In het aquarium kunnen, volgens de auteur, gedroogde bladeren van deze plant gebruikt worden als decoratief element. Tegelijkertijd zouden ze een heilzame werking hebben op de slijmhuid van de vissen. Het afgescheiden looizuur zou bovendien preventief werken tegen schimmels en zou zelfs de groei van algen tegenwerken. Het zou ook de eigenschap hebben zich te binden met ijzer, waardoor dit metaal, als sporenelement, kan opgenomen worden door de planten.

Na een tijdje kleurt het water lichtbruin, zonder hierdoor storend te werken. Langzaam gaan de bladeren tot ontbinding over en krijgt het aquariumwater iets natuurlijks over zich en wordt het voor discussen, scalares, vele Rasbora en labyrintvissen vergelijkbaar met dat waar ze, in hun natuurlijke biotopen, lustig in rondzwemmen. Dit proces wordt niet alleen op gang gebracht door bacteriën en andere micro-organismen. De bladeren worden ook stukje bij beetje verorberd door pantsermeervallen, doornoogjes en Rasbora. Voor een aquarium van 100 liter heb je maandelijks 2 of 3 bladeren nodig. De gedroogde bladeren worden bij onze oosterburen verkocht aan 8,99 € voor 10 stuks.

Het minste dat ik hierop kan zeggen is, dat zo een Anacardium occidentale zijn gewicht in goud waard is. En dan reken ik er de opbrengst van de noten nog niet bij! Ik vraag mij zelfs af of eiken- en beukenbladeren van bij ons, niet hetzelfde effect kunnen hebben. Nu schiet het mij ineens te binnen, dat mijn theezakje van vroeger ook tannines bevatte en het water ook lichtbruin kleurde. Ik stel me dan hierbij ook ernstig de vraag, of dat niet hetzelfde effect heeft als dat cashewnotenboom gedoe?

Het kost wel een pak minder en misschien werkt het nog, nadat je er stiekem een infuusje voor jezelf van gebrouwen hebt. Geef toe, dit zou toch fantastisch ongelofelijk zijn. Of niet soms?

Voor mij een thee natuur aub. Het gebruikte builtje neem ik wel mee voor recyclage.

 
RocketTheme Joomla Templates