hemichromis_lifalili.jpg
De filosofie van het water verversen Afdrukken
Water

 ATV Aquatom

De meeste aquariumvissen zijn afkomstig uit rivieren waar een behoorlijk stroming staat. Zelfs met een tamelijk stel hersenen moet het toch voor eenieder duidelijk zijn dat het water daar van minuut tot minuut vervangen wordt door ander water. Bovendien zijn ze nog positief “rheotaktiel”. Dat wil zeggen dat ze graag tegen de stroom in zwemmen. Dus in de richting van het zuivere water. Laten we bvb. met een slang vers water in de bak lopen dan zullen Brachydanio rerio in de omgeving hiervan een dolle rondedans maken en zelfs proberen de slang binnen te zwemmen. Een echte wildwater rivier in een aquarium realiseren is echter technisch onmogelijk. We moeten dan een verval van minstens 1 meter over verschillende meters realiseren met diverse dammetjes en watervalletjes ertussen. Daarom raad ik aan een circulatiepomp te gebruiken om het water in beweging te brengen. In het zeewater aquarium een must, maar volgens mij nog wat te weinig aangewend in zoetwater aquaria. Willen we echter helemaal optimaal  doen dan moeten we het hele systeem aan waterleiding en riolering aansluiten.
 
Over water verversen horen we vaak de meest tegenstrijdige meningen verkondigen. Ik zal u een bloemlezing ervan besparen maar ze variëren tussen de stelling dat we, na eens het water zorgvuldig op pH, hardheid, enz. gebracht te hebben we best alleen het verdampte water vervangen door dubbel gedistilleerd water, en het stellige, rotsvaste geloof dat een krachtig filtersysteem (iedereen heeft altijd het beste filter) alle ongerechtigheden uit het water verwijdert. Het merendeel van de aquariumliefhebbers blijkt nog steeds onkundig te zijn van het feit dat een filter nitraat en fosfaat als eindproduct heeft. Wat het filter wel zou moeten doen is selectief elimineren van eiwitten, ammonium en nitrieten door middel van bacteriën. Of het dat werkelijk doet hangt van een aantal omstandigheden af.
 
Ik heb ooit iemand gekend die een aquarium kocht met een ingebouwd biofilter. Vanaf de tweede dag stierven er visjes. Hoewel de bezetting uiterst klein was. Toch bleven er, zelfs na de gebruikelijke incubatieperiode van 14 dagen, dagelijks vissen sterven die door de eigenaar prompt vervangen werden. In dergelijke omstandigheden zijn het altijd de winkeliers die zieke vissen verkocht schijnen te hebben. Het toedienen van extra filterbacteriën, zelfs in dubbele en drie dubbele dosis, vermocht niet de nitriettest van rood naar geel te laten kleuren. Toen ik tenslotte vroeg hoeveel hij per dag voerde kreeg ik als antwoord: “Och, niet meer dan vijf keer per dag”. En hoeveel werd er dan elke keer gevoerd, en welk voer? “Och, een kleine handvol vlokkenvoer slechts”. Die man had dus in een periode van enkele weken een literpot vlokkenvoer er door gejaagd. Het was maar goed dat hij een krachtige pomp in zijn biofilter had staan.

Die meneer viel van de ene verbazing in de andere toen ik hem zei dat vissen slechts één keer per dag gevoerd mochten worden en één dag per week zelfs niet. En dat de hoeveelheid voer die per beurt aan de vissen verstrekt mochten worden niet meer dan 5% van hun lichaamsgewicht mocht bedragen. Waarmee ik maar wil zeggen dat elk aquarium en eigenlijk ook elke aquariumliefhebber apart moet bekeken worden. Verder zijn er voor iedere beurs filtersystemen op de markt. Van slechts enkele tot een paar honderd euro. Ze doen allemaal hetzelfde. Ze houden zichtbaar vuil en onzichtbare stoffen enigszins tegen en de bacteriën die op het filtersubstraat leven breken die stoffen af en maken  er, onder toevoeging van zuurstof andere stoffen van. Zo maken ze van eiwit ammonium, dat oxideren ze verder naar nitriet en dat wordt dan weer geoxideerd naar nitraat. Ammonium en nitriet kunnen bijzonder giftig zijn. De eerste stikstofverbinding alleen bij een pH hoger dan 7,5. In de vrije natuur komen ze slechts in uiterst kleine hoeveelheden voor. Daar zorgt ook het stromend water en een hoog zuurstofgehalte ervoor dat ze weinig schade kunnen uitrichten. Uiteindelijk wordt dat alles nitraat en fosfaat. Twee verbindingen die op zich niet giftig zijn maar in de natuur vinden we zelden concentraties die hoger zijn dan, respectievelijk, 1-2 mg/l en 0,5 mg/l.
 
Talloze metingen in heel wat verschillende aquaria hebben me geleerd dat die gehaltes soms danig kunnen oplopen. Zo kan nitraat tot 140 à 200 mg/l gaan en fosfaat tot 40 à 80 mg/l. Probeer u nu eens in te denken wat vissen moeten ondergaan wanneer ze in dergelijk water (hoewel zeer helder) moeten leven.  Ik kan u daarvan wel een idee geven. Ga met 40 kettingrokers in een kamertje van 5x5x2m zitten met ramen en deuren gesloten. Als ze allemaal hun pakjes kankerstokjes erdoor gejaagd hebben dan bevind ge u ongeveer in die situatie, met dat verschil dat de vissen er gewoonlijk langzaam aan aangepast werden.
 
Hoe kan dat vermeden worden? Door water verversen natuurlijk!
 In een Amerikaanse studie over water verversen in dichtbevolkte viskweekbakken kwam naar voren dat we om een laag nitraatgehalte te handhaven – het stijgt niet maar het daalt ook niet – per week de aquariuminhoud een 50 tal liter zou moeten uitgeheveld en vervangen worden.
Vaak krijg ik berichten van mensen die na een waterverversing dodelijke slachtoffers in hun visbestand merkten. Vaak komt dat ook weer telkens bij een waterwissel voor. De simplistische conclusie dat het water verversen de oorzaak is ligt dan ook voor de hand. Veeleer is het bij die mensen het gebrekkige filtersysteem dat voor de plotse oploop van een dodelijk ammoniakgehalte zorgt. Vissen met ammoniakvergiftiging vertonen weinig ziektebeeld. Vooraf lijken ze zwaar te pompen met de kieuwdeksels zodat men eerder aan zuurstof tekort denkt. Toediening van zuurstof (geen lucht!) maakt wel dat het ammonium sneller naar nitriet en nitraat oxideert maar er moest voor de waterverversing al een behoorlijke hoeveelheid ammonium aanwezig zijn. Daar de waterverversing ook heel wat kooldioxide uit het water drijft en zuurstof toevoegt ligt de pH aan de hoge kant waardoor het ammonium omgezet wordt in het dodelijke ammoniak. In ieder geval moet hier het filter geoptimaliseerd worden.
In viskwekerijen en nu ook meer en meer in aquariumspeciaalzaken wordt dagelijks de helft van de inhoud van alle aquaria ververst. Met alleen maar uitstekende resultaten wat betreft de conditie van de vissen en de eventuele sterfte.
 
Schema waterverversing procedure              (kopiëren en boven uw aquarium hangen of van buiten leren!).
 
Steeds doen bij waterverversing:
Observeer uw vissen:

  • zijn ze gezond? (stressvrij) > ga dan naar punt 1
  • zien ze er ongezond uit? Onder stress-letsels-ziektebeelden  > ga dan naar punt 2
  • pH meten – indien hij hoger is dan 7,5 >   lees minstens punt 6
  •  de temperatuur voelen of meten > lees minstens de punten 3 en 6

 

  1. Vissen die in optima forma zijn zullen weinig last van kleine temperatuurverschillen hebben.
    Maar opgelet met de beoordeling hiervan. Een aantal vissen kan zich verbergen en zich daardoor aan uw waarneming en beoordeling onttrekken.
    Dat verbergen op zich kan:
                      - normaal gedrag zijn voor die soort (vele meervallen bv.)
                      - stressgedrag zijn.
          Deze vissen kunnen verder ziek worden of zelfs sterven.
  2.  Zijn uw vissen ongezond dan is water verversen in vele gevallen een heilzame ingreep.
                Het verlaagt immers de ammonium-, nitraat-, en fosfaatgehaltes die zelf stressfactoren zijn.
                Maar de waterverversing zelf kan op dat ogenblik bijkomende stress veroorzaken.
                Twee duidelijk onderscheiden mogelijkheden doen zich hier voor:
    Een lage temperatuur van het verversingswater t.o.v. het aquariumwater kan er in bepaalde gevallen voor zorgen dat de slijmhuid losser wordt en huidparasieten de vrije hand krijgen.
    Dat kan bvb. gebeuren wanneer:
          - de vissen verzwakt zijn door een inwendige infectie van het spijsverteringssysteem of een algehele systeem infectie tengevolge stress. >  Ga naar punt 3
          - de vissen verzwakt zijn door een hoog nitraatgehalte en de hiermee vaak gepaard gaande pH-daling. >   Ga naar punt 4
          - de vissen verzwakt zijn door een hoog fosfaatgehalte. > Ga naar punt 5
    Een hogere pH van het verversingswater ten overstaan van het aquariumwater kan er voor zorgen dat ammonium zich omzet in het giftige ammoniak. (omzetting is percentsgewijs gebonden aan pH en temperatuur). >   Ga naar punt 6
  3.  Stress kan vele oorzaken hebben of zelfs maar één: een slecht aquarium bvb (te smal, te hoog, met scherpe hoeken, met ondoelmatige filtering). Vaak is het ook de keuze van het gezelschap: een roofvis introduceren bij gezonde kardinaaltetra’s laat deze laatste onmiddellijk in de begroeiing verdwijnen en daar niet meer uitkomen. De algemene conditie van dergelijke dieren, gaat zienderogen achteruit omdat die toestand een aanslag pleegt op de T-lymfocyten die in het bloed de immuniteit helpen opbouwen. Niet alleen sterven deze af maar worden er ook almaar minder aangemaakt zolang de stress blijft voortduren. Water verversen met op temperatuur gebracht water – zeker in  kleine aquaria – en daarbij  één van de vele slijmhuid consoliderende producten gebruiken is hier zeker aangewezen. Bij vele van die producten wordt gesuggereerd dat ze stress opheffen. Dat is vanzelfsprekend onjuist. Ze verzachten alleen de nefaste gevolgen ervan. Het blijft dus noodzakelijk de stressituaties te doorzien en af te bouwen. Dergelijke preparaten mogen nooit een excuus zijn om uw vissen in een stressituatie te handhaven. Men moet er naar streven die preparaten eigenlijk overbodig te maken.                    

  4. Nitraat wordt alom geprezen als niet giftig. Een goed werkende filter maakt van eiwit ammonium, van ammonium het giftige nitriet en van nitriet tenslotte nitraat dat door de vissen probleemloos verdragen kan worden. Verdragen is inderdaad de juiste uitdrukking, want natuurlijk is het geenszins. In de natuur concentraties van nauwelijks enkele ml/l en in aquaria oplopend tot 30, 40, 50, 100, 200, 2000, 4000mg/l Aangenaam voor de vissen is het beslist niet, ook al hebben velen ervan nooit een andere omgeving gekend. Het is overigens om dat nitraat te verlagen dat we water gaan verversen. In die hoge gehaltes is namelijk een zeer gevaarlijke en soms zelfs dodelijke valstrik ingebouwd. Wanneer het gehalte namelijk boven de 120mg/l stijgt dan gaat een spectaculaire teruggang in de KH opvolgen, met daarna een steile pH daling tot 5 of zelfs 4. Dergelijke gevallen zijn met de moderne multi-teststrips zeer ondubbelzinnig aan te tonen. In een etsende pH zal de slijmhuid er zeker niet al te best voorstaan. Maar in elk geval zou ik onverwijld en zeer drastisch tot water verversing overgaan. Maar in dit geval zou ik onverwijld en zeer drastisch tot waterverversing overgaan. Niet alleen zal kouder water de slijmhuid in een betere conditie brengen. Maar bovendien is het voor parasieten onmogelijk om in een dergelijke lage pH te overleven. Ik heb na een dergelijk drastische water verversing na een pH daling nooit een witte stip infectie gesignaleerd gekregen. Opgelet, dat kan gebeuren als u de vissen naar een ander aquarium overbrengt zonder ze behoorlijk over te wennen of een huidbeschermend product te gebruiken! Hierbij wordt dan vaker geconcludeerd dat dit aquariumwater van slechte kwaliteit is terwijl het juist andersom is. Misschien denkt u dat het beter is om een pH verhogend middel aan te wenden dat dan tegelijkertijd de KH terug normaliseert. Dat verhelpt de symptomen, maar niet de oorzaak. Het hoge nitraatgehalte moet dalen en dat gaat het snelst door een drastische waterwissel.
  5. Fosfaat wordt nagenoeg nooit gemeten en bovendien zijn de meeste testsets ongeschikt voor aquariumgebruik. Jammer, want steeds meer stresstoestanden voor vissen vinden hun oorzaak in het hoog oplopen van deze afvalstof. Ik heb meermaals fosfaatgehaltes van meer dan 100mg/l opgetekend. Met name dan in aquaria waar zeer zwaar gevoerd wordt en met name het zeer onnatuurlijke “Discusvoer” op basis van rund- of kalkoenhart. Daarom geef ik de discusfreak ook telkens weer de raad te investeren in een goede fosfaattest en de waterverversing hierop te sturen, eerder dan op het nitraatgehalte. Fosfaat testsets die worden aangeboden voor vijvergebruik zijn hier totaal ongeschikt. Ook in dit geval maakt de temperatuur van het verversingswater minder uit. De meeste huidparasieten zijn allang niet meer te vinden op de slijmhuid van een vis die in een “fosfaatbak” zit. Elke waterverversing is onvermijdelijk een verbetering.

  6. Is uw pH hoger dan 7,5 dan moet u enkele voorzorgsmaatregelen nemen. Het beste is het ammoniumgehalte te meten. En dat zou zeer verstandig zijn wanneer uw vissen er niet goed uitzien of wanneer ze “luchthappen”. Dat laatste is eerder een symptoom van een te hoog ammonium- of nitrietgehalte dan van zuurstoftekort. Beluchten is vaak een eerste reactie bij een dergelijke “diagnose”. Maar daardoor wordt het beschikbare kooldioxide uitgedreven wat de pH nog verhoogt en de toestand nog kritieker maakt. Het waarom hiervan kunt u in het onderstaande tabelletje aflezen. Het toont de relatie tussen ammoniumgehalte, pH en temperatuur. De getallen op de kruising van temperatuur en pH geven de procentuele factor aan waarmee het gemeten ammoniumgehalte moet bewerkt worden om het gehalte aan giftig ammoniak te bekomen. Die giftigheid is soortgebonden. Karperzalmen en killies kunnen slechts 0,2mg/l verdragen. Guppies en platy’s 0,5 à 0,6mg/l.

pH        18°C      24°C      28°C

 7,0       0,342     0,527      0,697
 
7,5        1,07      1,65        2,17
 
 7,8        2,12      3,24        4.24
 
 8.0        3,31      5,03        6,56
 
 8,3        6,40      9,56        12,3
 
8,5        9,78      14,4        18,2
 
8,8        17,8      25,1        30,7

 

 

 

 
RocketTheme Joomla Templates