Barbus_ablades.jpg
Van aquarium naar terrarium Afdrukken

   Zilverhaai Beringen

Het aqua-terrarium

 Voor de liefhebbers, die op hun bestaand aquarium een kap willen bouwen met daarin een landgedeelte, bestaan de volgende mogelijkheden. Allereerst moet men goed beseffen dat - als men het aquarium zelf in tact wil houden - er eigenlijk alleen mogelijkheden zijn met een opbouw van (sub)tropische planten. We hoeven dan geen ondergrond te maken van potgrond of veen. Tegen zo'n opbouw, die gemaakt moet worden van watervast triplex, kan men heel goed varenwortel-plankjes schroeven. Daarop kunnen dan uitstekend diverse soorten Tillandsia, Bromelia en Orchideeën worden bevestigd. Dit zijn allemaal planten die goed tegen een hoge luchtvochtigheid kunnen en nauwelijks of geen grond nodig hebben om te kunnen groeien. Vooral de vele soorten Tillandsia's lenen zich hier uitstekend voor.

Als ik u een goede raad mag geven, plak deze Tillandsia's niet vast met kunstharslijm. Bind ze op met draad, het liefst met Raffia en wat Spagnum. De planten krijgen op deze manier de kans om normaal te groeien. Vooral soorten als Tillandsia xerographica, T. bulbosa en T. streptophylla lenen zich hiervoor uitstekend. Maar zo kan ik meer dan honderd geschikte soorten noemen. Een soort als T. usneiodes, die beter bekend staat onder de naam 'baard van Mozes', mag zeker niet ontbreken. Natuurlijk kunnen deze planten niet zonder water en voedsel. Dit behoeft geen probleem te zijn omdat er heel goede (vloeibare) voeding te koop is bij de tuincentra en speciaalzaken.

Het paludarium

 Kiezen we voor een bak waarbij water en land gedeeltelijk in elkaar moeten gaan en waarin we ook dieren willen houden, dan is een echt paludarium het meest geschikt. Natuurlijk moeten we wel eerst weten welke dieren we willen houden en daar het paludarium geschikt voor maken. Het kan natuurlijk nooit zo zijn dat we een standaardbak maken voor alle soorten dieren.

Stel: we maken een paludarium dat geschikt is voor kleinere soorten kikkers zoals: de pijlgifkikkertjes uit Midden- en Zuid-Amerika of een ongeveer gelijke soort prachtig gekleurde kikkertjes uit Madagascar of verschillende soorten Hyla. Daarbij willen we wat kleine hagedisjes houden, zoal Anolis of Phelsuma.
We zouden kunnen uitgaan van een paludarium van 100x100x60 cm. Het geheel bouwen van glas, maar we moeten rekening houden met condens op de ruiten, dus is het noodzaak diverse ventilatiestrip in te bouwen.
Een waterpartij kunt u heel gemakkelijk maken door met het siliconenkit stukjes op maat gesneden glas aan elkaar te lijmen. Op deze manier kan ook een waterval worden gecreëerd.
In het watergedeelte bedekken we de bodem van fijn grind en zetten daarin wat waterplanten. Heel geschikt hiervoor zijn: het Leidse plantje, Lobelia's en vooral Cryptocoryne. Javavaren en Javamos voldoen ook uitsteken, maar deze planten hebben een duidelijke behoefte aan meer licht. In het land gedeelte kunnen we ons natuurlijk uitleven met tal van soorten planten. Bromelia's, Guzmania's, Tilandsia's en orchideeën zijn de meest aangewezen soorten. Verder zijn er heel veel soorten kleine varentjes erg geschikt. Vooral de soort Pteris is erg fraai. Klimplanten als Ficus repens alsmede Scindapsus aurea voldoen goed. Verder zijn Fatshedera, Hedera, Syngonium en Spathilphyllum makkelijk in te passen. Voor de hagedissen is het prettig als er ook wat stevige planten, zoals Ficus benjamini, worden verwerkt. Belangrijk is voor dat de waterpartijen niet te diep zijn en er voldoende mogelijkheden zijn voor de dieren om uit het water te klimmen. Het watervalletje voldoet hierbij natuurlijk uitstekend.
Een tip: de watertemperatuur zeker niet onder de 18 graden... vooral pijlgifkikkertjes kunnen niet tegen te grote temperatuurverschillen.

Welke dieren?

Is het paludarium klaar en hebt u alles nog een keer gecontroleerd op oneffenheden en ontsnappingsmogelijkheden, dan kunt u zich dieren aanschaffen. De volgende soorten zijn redelijk tot goed bij elkaar te houden, maar bedenk wel dat je een paludarium niet met een gezelschapsaquarium mag vergelijken, waarin je soms meer dan tien soorten vissen houdt. Ook mogen er niet te veel dieren bij elkaar worden gehouden. Maak het dan niet te bont en zorg voor voldoende leefruimte voor alle dieren. Alhoewel ik terdege besef dat sommige namen van de nu te noemen kikkertjes soms al wel veranderd zijn, wil ik hier toch de oude namen gebruiken, omdat deze zowel door de vakhandel als bij de liefhebbers nog steeds worden gebruikt. De geschikt soorten zijn: Dendrobates leucomelas, Phyllobates vittatus, Dendrobates lehmanni.

Een paar omstandigheden

De temperatuur voor deze kikkertjes mag zeker niet beneden de 21 graden kom en liever niet hoger dan 28 graden. Zorg ervoor dat er ook goede droge plekken in uw paludarium c.q. terrarium aanwezig zijn. De kikkertjes moeten zelf kunnen kiezen tussen vocht en droog.
De luchtvochtigheid mag overdag gerust dalen naar zo'n 60, maar moet tegen de avond weer stijgen naar 95 tot 100%. Houd liever niet meer dan twee soorten bij elkaar en zeker niet meer dan vijf per soort. Houd bij het voederen in de gaten dat alle kikkertjes eten. Geef nooit te grote voedseldieren. Geef ruim voedsel: de kikkertjes eten meer dan u denkt en de insecten kruipen overal onder en tussen. Sproei iedere avond met lauw water, indien mogelijk regenwater, maar laat dit dan eerst door een Norit filter lopen. Niet speciaal ter wille van uw kikkers, maar meer te voorkoming van ontsierende kalkvlekken op uw planten.

De Bromeliafamilie

De plantenfamilie Bromeliaceae zijn eenzaad-lobbigen. De soorten zijn overwegend kruidachtige planten die grotendeels epifytisch (nemen hun voedsel op uit het vocht van de atmosfeer en niet uit hun gastheer) leven. De wortels zijn soms geheel gereduceerd en vaak slechts als vasthechtingsorgaan in gebruik. De verspreide, veelal in een rozet geplaatste, smalle bladeren zijn voorzien van een schede en een niet zelden gezaagde of gestekelde bladrand. Heel algemeen zijn kleine schubben op de bladeren, die kunnen dienen voor de wateropname.
De bloemen zijn tweeslachtig, meestal straalsgewijs symmetrisch, en zij zijn doorgaans verenigd tot een eindstandige hoofdjes-, aar-, tros- of pluimvormige bloeiwijze. De bovenste loofbladeren van de rozet kunnen, evenals vaak grote schutbladen van de bloeiwijze, opvallende kleuren vertonen. De bloemen hebben een drietallige kelk, een drietallige vrije of vergroeide kroon, zes meeldraden en een boven tot onderstandig driehoekig vruchtbeginsel met vele zaadknoppen in elk hok. De vrucht is (bij de geslachten met onderstandige vruchtbeginsels) een bes of (bij half onderstandige of bovenstandige vruchtbeginsels) een openspringende doosvrucht. De vele kleine zaden bevallen een melig endosperm.

Soorten en verspreiding

Er zijn ca. 50 geslachten met in totaal ongeveer 2100 soorten. De familie is vrijwel geheel beperkt tot Amerika (één soort Pitcairnia in tropisch west Afrika), waar zij meer in het bijzonder thuishoren in het tropische deel, hoewel bepaalde geslachten doordringen tot in Noord-Amerika.
Tillandsia komt het meest noordelijk voor, tot in Virginia en Texas toe, Brazilië is het rijkst aan soorten. Zij worden gevonden in zowel extreem droge streken als in het regenbos. De bromelia wordt ook veel als kamerplant geteeld. Een kenmerkende eigenschap is het vermogen water en voedsel uit de bladkoker op te nemen. Daarom is het wenselijk altijd water in de koker te laten staan. De bloeiwijze is imposant door vorm en kleur. De bloemen zijn weliswaar klein en vaak zelfs onaanzienlijk, maar de schutbladeren (bracteeën) zijn zeer karakteristiek.
Bromelia’s bloeien slechts één keer en sterven daarna langzaam af. Verschillende Bromelia’s ontlenen hun decoratieve waarde niet aan de bloeiwijze, maar aan de bladeren.

 
RocketTheme Joomla Templates