Congozalmen.jpg
Testudo hermanni - Het overwinteren van een Griekse landschildpad Afdrukken

 Bron: Zilverhaai Beringen

Al jarenlang houd ik Griekse landschildpadden (Testudo hermanni) met veel plezier en wisselend succes bij het kweken. Mijn schildpadden zitten vanaf ongeveer eind april in hun zomerverblijf, dat wil zeggen buiten. Dat is een aantal vierkante meters tuin met als bodembedekking graszoden en onkruiden, waaronder paardenbloemen e.d. Deze verblijfplaats is voor ongeveer tweederde deel onoverdekt en het overige deel is overdekt door middel van een plantentafel. Het open gedeelte is bedoeld voor de schildpadden om er te kunnen 'zonnen' om zo de nodige energie op te doen. Deze plaats in de zon dient ook als afzetplaats voor de eieren. 's Avonds en op het heetst van de dag kruipen alle schildpadden onder het overdekte gedeelte om daar te slapen. Ook tijdens regen en/of wat kouder weer wordt er dankbaar gebruik van gemaakt. Ze kruipen dan voor beschutting tussen de bladeren.
Wanneer het weer zo tegen eind september, begin oktober duidelijk kouder wordt, gaan de schildpadden naar binnen om zich klaar te stomen voor de winterslaap. De lengte van de winterslaap is afhankelijk van de toestand van de schildpadden.

In 2002 was het najaar nogal warm, zodoende bleven de schildpadden langer in hun buitenverblijf om zo lang mogelijk van de zon gebruik te maken. Daarna verblijven zij ongeveer zes weken binnenshuis in een hobbybox van plastic. Nu gebeurde het, mede door de weersomstandigheden, pas in november dat de schildpadden overgebracht werden naar kisten (plastic hobbyboxen) binnenshuis. Van de dertien schildpadden waren er elf gemakkelijk te vinden. Er waren dus twee schildpadden weg, maar bij een nadere inspectie bleken dat de twee kleinste zoek waren. Na wat heen en weer gegraaf in het schildpaddenverblijf werd er één teruggevonden. Deze had zich al zo'n tien cm diep in de grond gegraven. Maar waar was de andere en laatst overgebleven schildpad?
Er zat niets anders op dan het gehele verblijf voorzichtig met een klein plastic tuinschepje (en met de blote hand) om te 'spitten'. Een halve zaterdag hiermee bezig zijn leverde niets, maar dan werkelijk ook helemaal niets op. Dus werd besloten dit de zondag erna nog maar eens over te doen. Dit keer maar wat dieper graven in de hoop het schildpadje toch maar te vinden. Het hele schildpaddenverblijf werd zo'n 40cm diep afgegraven.
Het schildpaddenverblijf was nu danig overhoop gehaald en het werd zo langzamerhand dan ook een enorme bende. Met het gevolg: bergen zand en alle graszoden los. Hoe zou ik dat ooit weer goed krijgen? Dat was dan toch maar van een latere zorg. Maar - wat nog veel belangrijker was - zou het kleine mannetje gevonden worden? Aan het eind van die zondagmiddag werd het steeds duidelijker: de schildpad werd dus niet gevonden en bleef onvindbaar. Dit was een ramp, want in de Nederlandse natte en koude winter zou de schildpad dit volgens mij niet overleven. Wat nu? Goede raad was duur, zeer duur zelfs!
Eerst alle grond maar weer terug in het verblijf. De grond stevig aangestampt met de voeten. De graszoden waren finaal aan stukken. Die heb ik maar in de groencontainer gedeponeerd; daar was absoluut niets meer mee te beginnen. In het voorjaar van 2003 moeten er maar weer nieuwe graszoden in. Gelukkig kon ik wel aan veel bladafval van de Amerikaanse eik komen. De bladeren van de Amerikaanse eik hebben het voordeel dat ze niet zo gauw verteren als elk ander soort blad en het isoleert ook goed, mede door de ruimte tussen de bladeren. De bladeren zijn ook vrij groot van afmeting, zo'n tien cm. Hiervan heb ik een hele grote hoeveelheid op de grond in het schildpaddenverblijf gedaan. Zo ongeveer een laag van ruim 30 cm, zowel in het overdekte als in het onoverdekte gedeelte van het schildpaddenverblijf.
De winter van 2002/2003 was er één om niet te vergeten; zeker door de spanning van: hoe zou het gaan met het schildpadje? En ook het weer was deze winter nogal verschillend. Af en toe behoorlijk veel regen, dan weer een vorstperiode. Zelfs na een aantal wat 'warmere' weken kwam er weer opnieuw een vorstperiode en behoorlijk koud ook.

Hoe het verder afloopt met de winterslaap van de kleine schildpad, daar zal ik verder in dit artikel op terugkomen. De overige twaalf schildpadden gaan eerst naar binnen in kisten om ze 'winterslaapklaar' te maken. Dit gebeurt door de schildpadden de eerste twee weken nog wel voedzaam eten te geven en ze na plusminus vier weken geen voedsel meer te geven. Tevens gaan ze dan in hun hobbybox van de verwarmde woonkamer naar een onverwarmde slaapkamer, dus een duidelijke temperatuurverlaging. Twee keer per week gaan de schildpadden in een lauwwarm bad om de darmen te legen. Als de darmen om de een of andere reden niet goed geleegd zijn, bestaat de kans dat de schildpad sterft door een of andere bacterie-infectie. In het lauwwarme water laten ze hun uitwerpselen al na een 10 tot 15 minuten gaan. Dit baden gebeurt ongeveer 5 keer met tussenpozen van ongeveer een dag of 3. Tevens borstel ik hun schild met een tandenborstel helemaal schoon, zodat ze schoon en 'leeg' hun winterslaap kunnen ingaan.
Deze winterslaap gebeurt in de koelkast, die natuurlijk niet voor huishoudelijk gebruik wordt gebruikt.
In de koelkast gaan ze met vochtig eikenblad in een kist. De temperatuur houd ik op ongeveer 6 à 7 °C. Dit blijkt de beste temperatuur te zijn voor de overwintering. En ook de vochtigheid is op een acceptabel niveau. Bij deze temperatuur en vochtigheid verliezen ze weinig tot geen lichaamsgewicht. Dus ideaal voor mijn schildpadden en mogelijk ook voor andere reptielen, die een winterslaap nodig hebben.
De volwassen dieren gaan in winterslaap van ongeveer november tot eind maart, begin april. De kleintjes afhankelijk van hun conditie vanaf december tot februari/maart.
Bij de volwassen schildpadden worden eerst de mannetjes uit de winterslaap gehaald en pas een week of twee later de vrouwtjes. Dit is om de zaadcellen bij de mannetjes alvast te activeren.


Telkens heb ik gezegd dat het kleine mannetje geen schijn van kans zou maken, gezien de weersomstandigheden. In de tweede week van maart 2003 hoorde mijn vrouw af en toe wat geritsel in het schildpaddenverblijf. Het lijkt op een achtergebleven voerbakje, dat geluid maakt.
Het was al een paar dagen mooi helder voorjaarsweer met een aardige temperatuur, toen ik op 15 maart prinsheerlijk in de tuinstoel van de zon zat te genieten. Dat kan soms al vrij vroeg in het voorjaar, want onze tuin staat op het zuiden en met weinig wind is het heerlijk toeven in het prille voorjaarszonnetje. Mijn gedachten gingen uit naar de onfortuinlijke, kleine schildpad. Ik ging - als was het een voorgevoel - toch even kijken in het schildpaddenverblijf; tussen de grote, prima intact gebleven bladeren van de Amerikaanse eik.
Er staat tegen de muur op het zuiden een enorme struik van de passiebloem. Net voor de stam zag ik - ik kon het niet geloven - mijn kleine schildpadje. Hij zat ook een beetje te genieten van de voorjaarszon. En bij het nader bekijken van het schildpadje zie ik dat de conditie wonder boven wonder uitstekend is. Hij lijkt in het geheel niet te zijn afgevallen.
U kunt zich waarschijnlijk niet voorstellen hoe blij ik was dat hij het had gered. Bij inspectie van de plaats waar het schildpadje zat, zag ik een naar beneden uitgegraven gang. Hij heeft dus toch vlak bij de muur, waarschijnlijk tussen de wortels van de passiebloem, gezeten. De vindplaats leek een beetje op een pas gegraven molshoop. Ik kan het me nog niet goed voorstellen. Maar hij heeft het gered. En het wonderbaarlijkste vind ik nog steeds dat hij al zo vroeg in het voorjaar boven de grond is gekropen. Ongeveer tegelijkertijd met de bruine kikkers bij mijn vijver. De vraag komt nu bij mij op of we de schildpadden toch niet te lang kunstmatig in winterslaap houden.
Maar één ding weet ik zeker, ik zal de schildpadden beslist niet in het najaar van 2003 in de tuin laten om dit nog eens uit te proberen. Dit vind ik toch te gevaarlijk en te riskant. Het schildpadje zit nu overdag in een oud aquarium en 's nachts voor de zekerheid binnen, zeker gezien de nog venijnige nachtvorst. Ik durf de gok absoluut niet te wagen om hem dag en nacht al in het zomerverblijf te zetten.

 
RocketTheme Joomla Templates