JC004.jpg
Phasmida - Wandelende takken Afdrukken

          Aqua-Terra-Noord Rotterdam

De orde dankt zijn naam aan het Latijnse ‘phasma’, wat spook betekent.
Wandelende takken zijn hele leuke huisdieren, als je tenminste een rustig en interessant huisdier wilt.  Er zijn 2600 soorten beschreven waarvan er op het moment 247 zijn opgenomen in de PSG lijst. Er wordt geschat dat er 4000 soorten Phasmida bestaan. In Europa worden er ± 100 soorten gehouden.  Elk jaar verzamelen hobbyisten her en der in de tropen nieuwe soorten en proberen die te kweken.

Wandelende takken zijn meestal takvormig, bladvormig of bootsen met een vrij robuust lichaam een stuk schors na. De camouflage wordt vaak versterkt door een schokkende voortbeweging, zodat het lijkt of de plantendelen door de wind bewegen.
Bij een aantal soorten hebben zowel de man als de vrouw volgroeide vleugels. Bij andere soorten hebben alleen de mannen volgroeide vleugels en de vrouwtjes rudimentaire. Sommige soorten hebben geen vleugels.
Het achterlijf bestaat uit 10 segmenten. De achterste twee segmenten van het borststuk zijn bij wandelende takken erg lang.
Wandelende bladeren behoren tot de familie Phyllidae.



Verspreidingsgebied

Phasmida komen over de hele wereld in de tropen en subtropen voor. De grootste soortenrijkdom is in zuidoost Azië en Zuid-Amerika te vinden. In Afrika zijn vooral ‘grastakken’ te vinden, sprietvormige graseters. In Zuid-Europa leven de geslachten Bacillus, Leptynia en Clonopsis.
Laatstgenoemde komt voor tot in Bretagne (Frankrijk).

Vervelling

Een wandelende tak groeit niet, maar vervelt. Als een wandelende tak al enige tijd op dezelfde plek stil hangt en krommende bewegingen maakt, is het moment van vervellen nabij. De huid scheurt vlak achter de kop open, waarna de prothorax (de hals) naar buiten wordt geduwd.
De kop en de voelsprieten volgen, waarna ook de rest van het borststuk en het achterlijf zich uit het vel naar beneden laten zakken. Het achterste puntje van het achterlijf blijft in de oude huid zitten. De poten moeten nog uit het oude vel worden getrokken. Daarna laat de tak zich nog enkele uren opdrogen voordat hij zich verplaatst. Daarvoor wordt vaak de oude huid opgegeten. Vrouwtjes vervellen meestal 6 keer, mannetjes 5 keer.
Bij het vervellen kunnen er vier dingen misgaan:

  1. De bak is te vochtig, waardoor het oude vel te week of de hangplaats te glibberig is. Daardoor valt de vervellende wandelende tak op de grond, waar de vervelling niet meer normaal kan verlopen.
    Mits op tijd ontdekt, kan de wandelende tak met zijn klauwtjes in een wasknijper aan een tak worden bevestigd. Is het te laat, voer dan het dier op aan een insectivoor (b.v. vogelspin, bidsprinkhaan, hagedis) of maak het af (invriezen).

  2. De bak is te droog en daardoor begint de nieuwe huid al op te drogen voordat het dier helemaal uit de oude huid is gekropen. Het is meestal onmogelijk de oude huid van het dier te verwijderen en afmaken is weer de beste oplossing. Vermijd dit euvel door het terrarium vlak voor de vervelling te bevochtigen.

  3. Er zit iets in de weg omdat het terrarium te vol of te laag is of omdat de wandelende tak een verkeerde plek heeft gekozen. Het dier droogt in een verkeerde houding op en is meestal niet te redden. Als de misvormingen meevallen (bv. slechts één looppoot onbruikbaar) kan een correctie plaatsvinden bij de volgende vervelling. Verloren ledematen zijn na drie vervellingen weer helemaal terug (geregenereerd)

  4.  Het terrarium zit te vol, de wandelende tak wordt tijdens de vervelling door andere takken gestoord. Ook dan kan het dier naar beneden vallen of worden beschadigd. Ook sproeien met water kan een fatale storing zijn.

    Wandelende takken die eenzelfde verzorging eisen, kunnen met meerdere soorten in een insectarium. Zware soorten met stekels kunnen echter kwetsbare soorten beschadigen. Met name wandelende bladeren worden soms aangevreten door andere ‘Phasmiden’.
    Ik houd mijn wandelende bladeren en wandelende takken apart, ook zet ik niet teveel wandelende bladeren bij elkaar in het insectarium waar anders de kans is dat ze worden aangevreten door hun soortgenoten.
    Ook miljoenpoten, oprollers, sprinkhanen, net uitgekomen bidsprinkhanen en rozenkevers kunnen in beperkte mate met wandelende takken gecombineerd worden.
    Bedenk dat bidsprinkhanen prooien tot twee keer groter dan zijzelf aanvallen. Het beste is om deze diersoorten apart te houden, alleen als het genoodzaakt is zou ik de bovenstaande dieren bij elkaar huisvesten. Ik heb er geen goede ervaringen mee.

    Meer informatie op:
    http://www.wandelendetakken.nl
 
RocketTheme Joomla Templates