Arowana.jpg
Weetjes ivm slangen Afdrukken

 Kempvis Turnhout

Slangen zijn reptielen, net als hagedissen, krokodillen en schildpadden. Slangen hebben een aantal kenmerken, het zijn lange, slanke dieren zonder poten, oogleden en oorschelpen. Hun lichaam is bedekt met stevige, waterdichte schubben. Ze hebben een gevorkte tong waarmee ze lucht ruiken en proeven. Slangen eten vlees en slikken hun prooi in z’n geheel door. Er zijn zo’n 2700 verschillende soorten slangen, waarvan er maar ongeveer 300 in staat zijn mensen te doden. De langste slang ter wereld is de netpython, die zo’n 10 meter kan worden. De kortste slang ter wereld is maar 10  cm lang. Slangen kunnen 30 tot 40 jaar oud worden.

Hoe leven slangen?

 

Slangen hebben een ruggengraat die zich langs het hele lichaam uitstrekt met daaraan honderden ribben. In het lichaam is niet veel ruimte daarom zijn organen als het hart, longen, nieren en lever langgerekt. Maag en darmen zijn zeer elastisch. Slangen zijn koudbloedig, wat betekent dat de temperatuur van hun lichaam hetzelfde is als die van de omgeving. De meeste slangen leven daarom in een warme omgeving, waar de temperatuur zo hoog is dat ze dag en nacht actief kunnen zijn.
 
De huid van de slang

 Een slang heeft een geschubde huid. De huid kan uitrekken wanneer de slang beweegt of eet. De schubben bestaan meestal uit een hoornachtige stof die keratine heet. Onze nagels zijn ook van keratine. De ogen van de slang zijn bedekt met een heldere, blaasvormige schubben die de ogen beschermen en ‘bril’ wordt genoemd. De meeste slangen danken hun kleur aan pigmenten in hun schubben. Volwassen slangen vervellen zo’n 6 keer per jaar. Alleen als er een nieuwe huid met schubben onder de oude huid is gegroeid vervellen slangen. Het vervellen gebeurt in één keer. Als een ratelslang vervelt blijft er een stukje aan het eind van de staart achter en wordt de ratel weer iets groter.
 
Hoe eet de slang?

Bij het zoeken naar een prooi maakt de slang gebruik van de tong, omdat hij niet zo goed kan zien en horen. Een slang is niet zo snel. De meeste slangen jagen niet maar liggen te wachten op hun prooi. Welk voedsel ze eten en hoe ze hun prooi vangen, hangt af van de grootte, de soort en waar ze leven. Er zijn slangen die alleen slakken eten en slangen die alleen de eieren van vogels en reptielen eten. Enkele slangen eten andere slangen. Een slang beweegt traag en krijgt niet vaak de kans een prooi te vangen. Slangen verteren hun voedsel langzaam en kunnen maanden zonder voedsel. De meeste slangen hebben korte, scherpe, naar achteren gerichte tanden. Deze zijn geschikt om een prooi te pakken en vast te houden, niet om een prooi in stukken te hakken. Gifslangen hebben enkele grote tanden, de giftanden. Deze zitten voor of achter in de bek. Als de slang bijt, stroomt gif door de giftanden waardoor de prooi wordt verlamd. Alle slangen slikken de prooi met de kop naar voren in. Grote hoeveelheden slijm zorgen ervoor dat de prooi verder naar binnen glijdt. Slangen kunnen een grote prooi eten, omdat ze speciale losse kaken hebben. Hierdoor kunnen slangen hun bek wijder opensperren dan welk ander dier. Als een slang een grote prooi doorslikt beweegt de luchtpijp naar voren in de bek, zodat de slang geen problemen krijgt met ademhalen.
 
Wurg- en gifslangen

Sommige slangen eten hun prooi levend op, maar de meeste doden hun prooi eerst. De manier om te doden zijn gif en het dooddrukken van de prooi. Slangen die dooddrukken, heten wurgslangen. Ze belemmeren de ademhaling van hun prooi waardoor deze stikt. Als een wurgslang een prooi vast heeft wikkelt hij zich zo snel mogelijk er omheen. Elke keer als de prooi uitademt maakt de slang zijn omwikkeling strakker totdat de prooi dood is. Slangen die hun prooi doden met gif, heten gifslangen. Zij slaan gif op in hun kop. Als de gifslang met zijn grote tanden in een prooi bijt komt het gif via de tanden in de prooi en gaat deze dood.  Er zijn ongeveer 700 soorten giftige slangen. Slechts de helft hiervan is in staat een mens te doden. Om te voorkomen dat mensen dood gaan aan een slangenbeet verzamelt men gif van slangen om tegengif te maken. Het gif wordt verzameld door een slang door het deksel van een pot te laten bijten.
 
Voortplanting

Mannetjes en vrouwtjes lijken meestal op elkaar, maar vrouwtjes zijn meestal groter. Sommige slangen leggen eieren en sommige baren volledig ontwikkelde jongen. Slangen die eieren leggen zijn rattenslangen, melkslangen, cobra’s, pythons en haakneusslangen. Zij leggen de eieren op een veilige, warme, vochtige plek, bijvoorbeeld onder een rottende boomstam, in zandige grond of onder een steen. Per keer worden er 6 tot 50 eieren gelegd. De slangen blijven bij hun eieren om ze te beschermen tegen roofdieren. Als de jongen uit hun eieren komen laten alle slangen hun jongen aan hun lot over. De schaal van een slangenei is stevig en leerachtig, niet zo hard en breekbaar als de schaal van een vogelei. Een slangenei is niet waterdicht en om te voorkomen dat het uitdroogt worden ze op een vochtige plek gelegd. De meeste slangeneieren zijn wit. Slangen die volledig ontwikkelde jongen baren zijn de boa’s, ratelslangen, kousenbandslangen en de meeste zeeslangen. Er kunnen naargelang de soort, 6 tot 50 jongen tegelijk geboren worden.

 
RocketTheme Joomla Templates