FY013.jpg
Amfibieën in de tuinvijver Afdrukken

Nymphaea Wolvertem

Het lijkt er misschien nog niet op, maar eerstdaags gaat de natuur toch weer ontwaken en gaat onze vijver hopelijk weer wat viervoeters aantrekken. En dan bedoel ik niet die grote dieren, maar de amfibieën die misschien bij gebrek aan beters gebruik zullen willen maken van onze vijver om zich voort te planten.

En om een idee te hebben wanneer we welke viervoeters kunnen verwachten, of nog beter, waarnemen en een naam geven, hierna een klein overzicht.

Laat ik beginnen met …

Kikkers en padden.

Eerst en vooral in het voorjaar heb je de kans de pad (Bufo bufo) in de vijver tegen het lijf te lopen. Maar doe dat niet te letterlijk, want deze diertjes scheiden bij aanraking een gif af dat weliswaar niet dodelijk is, maar een paar uur irriterend kan werken als je ze na te hebben vastgenomen, bv. even in de ogen zou wrijven.

Vroeg in het voorjaar, van eind februari tot eind maart - het ijs kan nog op de vijver liggen - volgen deze diertjes hun aangeboren instinct om zich te gaan voortplanten in het water waar zij zelf zijn geboren. Dit kan grote migraties met zich meebrengen. Dit is zeker voldoende bekend van de acties die jaarlijks door natuurorganisaties ondernomen worden om de padden een gewisse dood onder de wielen van een auto te besparen. Hun aanwezigheid is zichtbaar goed waar te nemen door de (meestal verschillende) paartjes die liggen te rollebollen in de vijver. De wijfjes (die amper 1 week in de vijver vertoeven en die veel groter en plomper zijn dan de mannetjes) leggen lange snoeren van wel 3000 à 8000 eieren die, eens bevrucht door het mannetje dat meereist op haar rug, honderden jonge dikkopjes zal achterlaten in de vijver. Deze kikkervisjes die na 2 tot 3 weken uit de eitjes te voorschijn komen, zouden onsmakelijk zijn (nog nooit zelf proefondervindelijk waargenomen) waardoor mogelijke predators ze bij voorkeur zouden mijden en waardoor er dan ook vele van deze diertjes zo rond eind juni levend en gezond aan land komen... om weer te verdwijnen in de wijde omgeving. Nadat ze zich een jaartje volgevreten hebben aan muggen en dergelijke lekkere hapjes zie je ze misschien over een jaartje terug om zich op hun beurt voort te planten in hun eigenste geboorte vijver....

Bijna gelijktijdig met de pad verschijnt ook de bruine kikker (Rana temporaria) op het toneel. Ook hij komt enkel afgezakt naar de vijver om zich voort te planten en verblijft de rest van het jaar 'op het vochtige droge'. Er worden door het vrouwtje grote klompen kikkerdril afgelegd die tot 1000 à 4000 eitjes kunnen bevatten. De eierklompen zakken naar de bodem maar komen later bovendrijven. Vermoedelijk om wat te profiteren van de zonnewarmte want op de bodem van de vijver kan het dan nog steeds betrekkelijk koud zijn. Keerzijde van de medaille is dat zij gemakkelijker ten prooi vallen aan allerlei predatoren of dat het bovenste van de eiklomp stuk vriest tijdens een koude nacht. De larven die dit alles overleven, worden nieuwe bruine kikkertjes die in de loop van juli aan land gaan om ook in de omgeving te verdwijnen. Zij zijn dan 10 à 16 mm groot.

Als laatste van de kikkers ontwaakt de groene kikker (3 soorten, maar de middelste groene kikker of Rana esculanta is de meest verspreidde in ons land). Hij is nooit ver uit de buurt van je vijver geweest - vermoedelijk heeft hij zelfs de ganse winter op de bodem van je vijver vertoefd. Eens hij echter ”boven” komt, zul je het wel geweten hebben: wie kent de kikkerconcerten niet die vanaf mei een paar maanden onze gehoorzenuwen op de prijs stellen? Enfin, toch van diegenen die deze kikkers geen goed hart toedragen. Het zijn enkel de mannetjes die kwaken. Primo om de vrouwtjes te lokken, secundo om andere mannetjes die hen willen bespringen diets te maken dat zij ook maar mannetjes zijn en hun gedrag niets bijbrengt aan de voorplanting van de soort. Mannetjes herken je gemakkelijk aan hun opgezwollen kwaakblazen tijdens het kwaken. Je kan dit uitlokken door zo'n kikker vast te pakken en met duim en wijsvinger lichte druk uit te oefenen in de oksels van zijn voorpoten.

De vrouwtjes leggen, afhankelijk van hun eigen grootte, eierklompen die tot 10 000 eieren kunnen bevatten die naar de bodem zakken en daar ook blijven. Het water is inmiddels genoeg opgewarmd om niet meer naar het oppervlak te moeten stijgen.

Ook deze kikkerlarfjes, die tot 8 cm groot kunnen worden, dragen net als alle andere bij tot het bestrijden van de algenplaag in de vijver door zich onder andere vol te  proppen met de voor handen zijnde algen. Eind augustus, begin september zijn ook deze dikkopjes getransformeerd tot miniatuur groene kikkertjes en komen aan land.

Hopelijk om niet opgegeten te worden door bijvoorbeeld bijziende merels die hen aanzien als een uit de kluiten gewassen vlieg. Maar door het grote aantal blijven er toch nog steeds genoeg over om volgend jaar het kikkerconcert in je vijver te komen versterken en zich voort te planten, want zij zijn reeds na 1 jaar geslachtsrijp. Het is de enige soort die zich voorgoed kort bij of in je vijver zal vestigen, als je maar wat schuilplaatsen voorziet op de oever en de onmiddellijke nabijheid van de vijver. Trouwens, dat appreciëren alle soorten amfibieën.

Na de paartijd neemt het gekwaak af en worden deze diertjes soms echt handtam. Ze komen bijvoorbeeld pieren uit je handen gritsen om ze naarstig door te slikken. Met andere woorden: een vijver zonder kikkers is in mijn ogen eigenlijk niet compleet.

Een kikker(visje) dat niet zelden wel in de handel aangeboden wordt als ”'groene kikker” is eigenlijk de Amerikaanse brulkikker. De larven worden spectaculair groot (tot 15 cm) en uiteraard is ook het kikkertje dat hieruit tevoorschijn komt - na 2 jaar larvaal staduim navenant. Een gouden raad echter: koop deze dingen NIET en/of deponeer ze zeker niet in de vrije natuur annex uw vijver.

Enkele goede redenen:

  • ze brullen werkelijk zoals de naam aangeeft en dat kan ontevreden buren tot gevolg hebben.
  • Zelf een zenuwinzinking krijgen, is ook niet leuk.
  • Ze vreten zowat de helft van de vijver leeg. Alles wat kleiner is dan hun bek (en die is redelijk groot!) verdwijnt er spoorloos in en ontsnapt hoogstens gemalen langs de achterkant...
  • Een gezond koppeltje produceert tot 25000 eieren.

Dus beter niet doen. Laat die maar rustig in of bij de ‘Bush’ van Amerika zitten...

Afhankelijk van de streek waar je woont, kan je nog een aantal andere zeldzamere kikkers en/of padden over de vloer krijgen. Maar ik wou dit artikel beknopt houden, dus daar ga ik niet verder over uitweiden. Je vindt zeker in een gespecialiseerde boek meer over deze dieren.

Een andere categorie van amfibisch levende viervoeters die in en om onze vijver leeft zijn:

Salamanders.

Je ziet ze haast nooit of zelden. Maar geloof me : als de omstandigheden naar hun zin zijn, zijn ze er wel! Wat ze niet op prijs stellen is een “drukke” vijver met te veel of te grote vissen. Maar is je vijver niet overbevolkt en is er een goede oeverbeplanting aanwezig, dan kan je er van op aan dat er meerdere van deze leuke diertjes in je vijver vertoeven. Zij zijn niet zo productief als kikkers. Tijdens een “paringsdans” neemt het vrouwtje het sperma van het mannetje op in haar cloaca en wat later gaat ze individueel eitjes afzetten op de onderkant van bijvoorbeeld het blaadje van een waterpest. Het blaadje plooit ze vervolgens wat om het eitje heen om het te verbergen voor al te gulzige predators. Een intensieve bezigheid als je het mij vraagt. Afhankelijk van de soort worden er enkele tientallen tot een honderdtal eieren afgelegd vanaf eind februari, begin maart. De larven zien er uit als mini salamandertjes weliswaar in het beginstadium voorzien van uitwendige kieuwen die zullen verdwijnen tegen de tijd dat ze aan land kruipen (tussen mei en augustus).

De soorten, die nog tamelijk courant in onze contreien waar te nemen zijn, zijn:

  • de Alpenwatersalamander (Triturus alpestris):
    Het mannetje heeft in het paarseizoen een vuurrode buik, de rest van het lichaam heeft een blauwe schijn. Sommige larven, afhankelijk van de datum van aflegging van de eieren en de temperatuur, overwinteren in hun larvaal stadium en komen pas het volgende jaar aan land.
  • de kamsalamander (Triturus cristatus):
    Te herkennen aan de wel grote kam op de rug van het mannetje tijdens de paartijd. De buik is gelig tot oranje. De mannetjes bereiken een grootte van 16 cm, de vrouwtjes worden met hun 18 cm iets groter.
  • De Vinpootsalamander (Triturus helveticus)
    Deze is te herkennen aan zijn bruine grondkleur.
  • De kleine watersalamander (Triturus vulgaris)
    Hij wordt met zijn 10 cm niet zeer groot. Ze hebben een roodzwart gespikkelde buik en een bruine rug. Ze blijven soms het hele jaar door in het water.

Tot slot. Het wegvangen van deze en andere nog zeldzamere soortgenoten in de natuur, is allang niet meer toegelaten en ook niet verantwoord. Anderzijds heb ik het er ook moeilijk mee dat men deze diertjes beschermt, maar hun biotopen NIET. Als ik werklui van de gemeente of een landbouwer met een grote grijper een gracht, van welke ik weet dat er kikkers en salamanders in verblijven, zie “uitkuisen”, dan houd ik mijn hart vast wat er met deze “beschermde” diertjes is gebeurd. Ik begrijp ook dat een goede waterdoorstroming van kapitaal belang kan zijn voor de omwonenden, maar waarom dan niet eerst “iemand” de toelating geven de bewoners te verhuizen naar een ander, “mensveilig” biotoop wat verderop. Terugkeren kunnen zij altijd maar een dode kikker of salamander kan dat niet meer. Tevens, met het verdwijnen van talrijke biotopen ten voordele van ons bouwgedrag, wacht ons, vijverliefhebbers, een mooie taak.

 
RocketTheme Joomla Templates