helostoma_temminckii.jpg
Forellen als vijvervissen Afdrukken

Siervis Leuven

Inheemse vijvervissen worden minder courant gehouden in onze tuinvijvers, vanwege het simpele feit dat ze de "bonte" kleurenpracht missen van goudvis, Koi of goudwinde. Hierdoor zijn ze moeilijker te observeren en vanuit esthetisch oogpunt dus minder (?) interessant. Desondanks besloot ik om eens regenboogforellen, Oncorhynchus Mykiss,  uit te proberen. Over het houden en verzorgen van deze dieren is er jammer genoeg niet zoveel geschreven, dus was het zaak om wat te improviseren.

De behuizing zou bestaan uit een vijvertje van 4 meter bij 2 en 85 cm diep. Niet overdreven groot, maar toch voldoende voor een 10-tal jonge dieren. De technische installatie bestond uit een vijverpomp met een netto capaciteit van 2500 liter/h en een buitenfilter van 8 liter, opgevuld met argexkorrels. Verder werd de vijver beplant met hoornblad en gele plomp.

Na een inloopperiode van 4 weken, en zo gauw het water kristalhelder was geworden, werden de vissen uitgezet. Aangezien ik de dieren bij een forelvisserij betrok, waren het al goed uitgegroeide exemplaren van rond de 20 cm. Enkele dagen later begonnen de forellen hun schuwheid af te leggen, en kwamen ze vrij vlot eten. Een paar maanden later waren ze gewend, en zwommen ongeduldig onder het oppervlak wanneer het voedertijd was. Wie denkt dat alleen Koi’s handtam kunnen worden vergist zich. Ofschoon een forel in gedrag altijd iets wilder is, komen ook zij uit de hand eten. Hun voeding bestond uit vijversticks, runderhart in kleine hoeveelheden en… kleine vis. Men mag immers nooit vergeten dat forel een rover is! Op dit menu gedijden de dieren uitstekend, en nu, een jaar later, zijn ze al een flinke "kop" gegroeid.

Ofschoon forellen niet zo "bont" gekleurd zijn, zijn het toch interessante vissen om te houden, al was het maar vanwege hun gedrag. Zo heeft elke forel zijn vaste staanplaats, vanwaar hij de omgeving kan afspeuren op iets eetbaars. Indien een andere forel te dichtbij komt, volgt een razendsnelle uitval om de indringer te verjagen. Onderling zijn forellen vrij agressief: bijten, happen, aanval en achtervolging, het hoort erbij. Alleen al om deze reden kan men er geen andere vissen bijzetten, hoe groot ook, omdat ze onverbiddelijk aangevallen worden, waarbij een hap uit het lichaam genomen kan worden. De enige vissen die men kan uitzetten zijn prooidieren! Een speciaalvijver is dus noodzaak. Wie er desondanks vredelievende vissoorten zoals goudvis, Koi of goudwinde bijplaatst, zal vroeger of later kunnen rekenen op een drama!

Verder is een goedwerkend filter eveneens nodig. Niet alleen om het water helder te houden (hoe kan men anders een forel zien?), maar hoofdzakelijk omdat forellen geweldige eters zijn, en bijgevolg veel vuil produceren. Men mag ook niet vergeten dat in de zomer door de waterbeweging van de filterpomp meer zuurstof in de vijver wordt gebracht, iets wat nooit kwaad kan. Een forel is nu eenmaal een zuurstofbehoeftige koudwatervis. Dit wil evenwel niet zeggen dat ik tijdens een hete zomer ijsblokjes in het water gooi! Aangezien de vijver een redelijke diepte heeft, en het wateroppervlak goed begroeid is met gele plomp, valt het met de opwarming van het water nogal mee. De dieren zijn in staat om in de diepte het koelere, zuurstofrijkere water op te zoeken.

Indien men met hun eisen rekening houdt - voldoende ruimte, krachtige voeding, gezond en helder water, en tot slot schuilplaatsen - zijn forellen eenvoudig te houden en kan men er veel plezier aan beleven.

 

Oncorhynchus Mykiss De regenboogforel

Orde : Salmoniformes - familie : Salmonidae - geslacht : Onchorhynchus en soort O. mykiss. De familie Salmonidae bestaat uit 66 soorten, verdeeld over elf geslachten.

De regenboogforel dankt zijn naam aan de oogverblindende kleuren langs zijn zilverachtige flanken. Deze torpedovormige, gespierde vis is perfect uitgerust om tegen sterke stromingen in te zwemmen, om te foerageren en te paaien. De vis is lekker om eten, geliefd bij hengelaars en makkelijk te kweken. Hij is inheems in de Grote Oceaan, maar hij is in zoveel landen uitgezet dat hij nu wereldwijd voorkomt.

De regenboogforel is deels migrerend. Sommige populaties leven voornamelijk in de zee, maar trekken rivieren en stromen binnen om te paaien. In zijn oorspronkelijke verspreidingsgebied wordt de migrerende regenboogforel staalkopforel genoemd. Deze vis is helderder en meer zilverachtig van kleur dan de ondersoorten die uitsluitend in zoet water leven. Een staalkopforel foerageert zelden in zoet water en sterft gewoonlijk kort na het paaien. Sommige lukt het echter naar zee terug te keren en kunnen het jaar erop opnieuw kuit schieten. Jonge regenboogforellen vormen gewoonlijk scholen ter bescherming tegen roofdieren. Als ze ouder worden, worden ze meer solitair.

De regenboogforel wordt in veel landen gekweekt en is bovendien over de hele wereld uitgezet. Maar deze snel groeiende en zich makkelijk aanpassende forel zet inheemse soorten onder druk. In Engeland heeft hij de populatie inheemse zeeforellen drastisch gekortwiekt. Uitgezette vissen verspreiden vaak ziektes waartegen inheemse soorten geen weerstand hebben. Bovendien jaagt de vraatzuchtige volwassen regenboogforel fanatiek op de eieren en jongen van de zeeforel. In de stromen die uitmonden op de Noord-Adriatische Zee staat de inheemse Adriatische zalm op het punt van uitsterven. Dit is deels te wijten aan de competitie met en plunderingen door zijn geïntroduceerde verwant.

Of hij nu in zee leeft en migreert of zijn hele leven in zoet water doorbrengt, de regenboogforel zwemt naar de bovenloop van rivieren om te paaien. Het mannetje ondergaat in de paaitijd markante fysieke veranderingen. Hij krijgt fellere kleuren en zijn kaak krijgt een opmerkelijke haakvorm. Hij kan zijn kaak als wapen gebruiken om rivalen te verjagen. Als het vrouwtje klaar is om kuit te schieten, graaft ze een paaibed (putje) in het grind of zand van de rivierbedding, geassisteerd door een mannetje. De twee vissen gaan naast elkaar in het paaibed liggen en trillen tegen elkaar aan met hun bek open. De eitjes komen na zes tot tien weken uit. Een tweetal weken later komen de jonge vissen van onder het grind te voorschijn, als de voedzame dooierzakken waarin ze worden geboren, zijn opgebruikt.
Een jonge forel voedt zich met kleine ongewervelde dieren, zoals watervlooien. Als hij groter wordt stapt hij over op grotere insecten en schaaldieren. Ook valt hij kleine vissen zoals Elritsen aan.

Grotere, in meren levende forellen, eten meer vissoorten.

 
RocketTheme Joomla Templates