hippocampus.jpg
Inrichting van een Afrikaans dwergcichlidenbiotoop Afdrukken

Skalaar Torhout

Na een voordracht over een dergelijke inrichting; heb ik besloten om dit ook eens neer te pennen…zodat de geïnteresseerden onder jullie dit ook nog eens kunnen nalezen.
Om ons dwergcichlidenbiotoop in te richten,moet men zich eerst eens kunnen inleven in de vrije natuur. Men hoeft daarvoor niet speciaal naar de beekjes of kreken van het Afrikaanse oerwoud te reizen om daar voorbeelden uit te halen. Ga gewoon eens in ons eigen landje op verkenning in bossen of in de Ardennen te kijk en daar kan je al veel uit halen.  Bladeren op de bodem, stenen geërodeerd (afgesleten) door het voorbijrazende water en afgeknapte takken, die hier en daar de vloeiende doorgang van het water belemmeren.

Ik ben persoonlijk iemand die voorstander is van biotoopingerichte aquaria of “wilde bakken” zoals iemand het deze avond noemde. Een aquarium afgewerkt en onderhouden zoals een Engelse tuin kan wel mooi zijn, maar dat spreekt mij persoonlijk weinig aan; wel een aquarium die zo dicht als mogelijk een natuurlijk tafereel nabootst.
Als we een aquarium uitkiezen om dwergcichliden te houden moeten we met de hoogte minder rekening houden,omdat deze niet van zo’n groot belang is. Men doet er beter aan zelfs van de standaardmaten af te wijken en bv. 80Lx50Dx40H te gaan.

Dan creëert men op die manier een mooi dieptezicht en heeft men meer mogelijkheden voor de inrichting.

Met de verlichting moet men in dit soort aquarium niet overdrijven, want men werkt in dit geval met planten die niet zozeer lichtbehoevend zijn. Ook de dwergcichliden komen beter tot hun recht en kleurenpracht in een matig verlicht aquarium 2 TL-buizen volstaan hier ruimschoots.

Als voeding voor de planten gebruik ik turfplaten gecombineerd met een voedingsbodem. Daarboven als bodemgrond gebruik ik een laag zeer goed gewassen rijnzand van 0/7 mm, die ik van vooraan van een paar centimeter naar achteren toe laat oplopen tot een 8 à 10cm. Natuurlijker kan men niet gaan,het komt trouwens rechtstreeks uit de rivier. Ik beklem met nadruk 0,7mm, omdat ik ondervonden heb dat deze structuur los blijft. De planten maken dan bovendien gezonde witte wortelen aan. Ik heb met rijnzand van 0/2, 0/5, scheldezand en duinzand gewerkt, en daar kwam ik steeds tot de vaststelling; dat er zich zwarte rottingsplaatsen voor deden -vooral waar er stenen of kienhout lagen- en kwamen er gasbellen te voorschijn die opborrelden en duiden op een dichtgeslipte zuurstofloze bodemgrond. Met 0/7 heb ik dit nog niet voorgehad. Zelfs na twee jaar kan je nog altijd gemakkelijk een vinger in het zand drukken.

Verder kleed ik het geheel aan met veenhout, geen versteend hout zoals in de handel verkrijgbaar (indien dit niet anders kan, zal je dit toch moeten gebruiken). Ik heb het geluk gehad om met een bevriende vereniging mee op stap te gaan en daar mijn veenhout in Duitsland (turfstreek) te kunnen sprokkelen. Veenhout is herkenbaar; het moment dat het in droge toestand verkeert het blijft drijven,daarom moet men het hout enkele weken tot maanden laten inwateren tot het zich volgezogen heeft en zo naar de bodem zinkt en kan dienen voor het aquarium. Wat mij ook opgevallen is, dat het veenhout nog looizuren afgeeft ( onschadelijk voor vissen uit een zacht, zuur milieu) en de algen ook wegblijven of ten minste heel weinig kans maken op dit hout. Men neemt al naar gelang het aquarium enkele grote stukken en voor de voorgrond kleine takjes, schillen, schilfers die men willekeurig op het zand legt.

Als beplanting gebruikt men hoofdzakelijk epifyten zoals; Javavaren, Congovaren, Anubias barteri var.nana, Javamos gecombineerd met Vallisneria en als solitair bv; tijgerlotus. De epifyten bindt men met visdraad vast op het hout ( zet men niet in volle grond! ) De Vallisneria plant ik meestal waar de uitstroom van het filter uitkomt en heeft zo het geheel ook een natuurlijker effect. Deze planten zijn daar ook tegen bestand. De Nymphaea lotus laat ik enkele drijfbladeren maken zodanig dat deze hier en daar voor wat natuurlijke schaduw zorgt. Als bijkomende drijfplant kan men ook nog de cosmopoliet Ricca fluitans (watervorkje) gebruiken. Als je verschillende soorten dwergcichliden wil houden, met verschillend broedgedrag, dan moet je ook voor die variabele mogelijkheid zorgen. We spreken hier over holenbroeders en substraatbroeders.

Voor holenbroeders neemt men bv; een stenen kruikje,kokosnoot of bamboestokken maar wil men het een natuurlijker aanzicht geven dan neemt men gewoon enkele stukken veenhout gemiddelde dikte 4 à 5 cm diameter en boort men er een gat in (Men boort verschillende stukken met een verschillende diameter van gatopeningen) Voor de substraatbroeder neemt men platte afgeronde stenen. Zorg dat holenbroeders altijd meer schuilplaatsen hebben dan er exemplaren aanwezig zijn en vul deze gaten gedeeltelijk op met zand van de bodem, deze dieren graven zelf graag hun broedhol uit.

Over de keuze van u Afrikaanse dwergen ga ik niet te veel uit breiden, daar sla je zelf best eens een boek op na en kijk je wat je wil combineren met elkaar en of deze dieren wel beantwoorden aan je waterparameters (zuurgraad,hardheid enz…) sommige dieren verlangen zuurder water andere hebben net liever wat meer alkalisch water,het spreekt vanzelf dat je dan deze twee soorten niet samen zult houden.

Ik noem hier enkele holenbroeders;
Pelvicachromis pulcher ( kersenbuikcichlide), Pelvicachromistaeniatus (Smaragdprachtcichlide) Nanochromis tranvestitus, Nanochromis parilus (blauwe Congocichlide).

Substraatbroeders: Anomalochromis thomasi …

Als gezelschap kan men bv; Epiplatys, lichtoogvisjes, Afrikaanse vlindervis of Afrikaanse killisoorten aanbrengen.

Wat men best vermijd zijn bv Ancistrussen en familie omdat deze vissen als het aquariumlicht uitgaat, zij het gemunt hebben op de eieren van onze nietsvermoedende dwergen. Dwergcichliden zijn van nature schuw en met het gezelschap van een schooltje karperzalmpjes of andere hierboven genoemde vissen, zullen deze dwergen ook meer te zien zijn en zich meer op hun gemak voelen. Probeer het eens en ik wens je alvast veel succes. 

 

Opmerking: De bladeren die we gebruiken verzamelen we het best in het bos, in de herfstperiode als die al droog zijn.  Geschikte bladeren zijn; Tamme kastanje, Zomereik, Amerikaanse eik en beukenbladeren.  Deze bladeren laat men enkele dagen inwateren in een emmer tot deze op de bodem zinken. En zijn vervolgens klaar om in het aquarium te gebruiken.

 
RocketTheme Joomla Templates