Telmatactis.jpg
Cichliden Afdrukken

Siervis Geraardsbergen

Cichliden komen zowat overal ter wereld voor. Deze familie is een der meest verspreide visgroepen ter wereld.

Noord & Zuid Amerika

Niettegenstaande de meeste cichliden uit Afrika komen, heeft ook Amerika een rijk visbestand. Vele van deze soorten zijn kleine en vreedzame diertjes die zich doorgaans goed laten verzorgen in het aquarium, net als hun grotere verwanten trouwens. In het geslacht Aequidens komen enkele vissen voor (het grootste deel van het geslacht) die niet of slechts zeer weinig graven, niet agressief zijn, en dus uiterst geschikt voor een gezelschapsaquarium. Toch zal hun interessante gedrag beter tot uiting komen wanneer ze samen met nog enkele soorten in een speciaalaquarium gehouden worden. Dit bakje kan dan wel net zo ingericht worden als het gezelschapsaquarium, hoewel het de voorkeur verdient om iets meer kienhout te gebruiken dan normaal. Op deze manier worden veel gaten en spelonken gevormd. Ook Cichlasoma en Astronautus komen hier voor. Deze soorten zijn, meen ik, genoeg gekend en ik hoef dus nauwelijks te zeggen dat hun gedrag een weinig verschilt van de vorige soorten. Zij zijn zeker niet geschikt voor een gezelschapsaquarium. Wat de kweek betreft, hier is voor elk wat wils. Sommige, als Aequidens en Papiliochromis, zijn open substraat broeders. Andere daarentegen, zijn muilbroeders. Een voorbeeld hiervan zijn de Geophagus soorten. Nog andere tenslotte, als Apistogramma en Cichlasoma verstoppen hun eitjes in spleten en holen.

Afrika

Enkele Afrikanen als Hemichromis bimaculatus (de rode cichlide) en Pseudocrenilabrus multicolor (Egyptische muilbroeder), kwamen druppelsgewijs in Europa en Amerika terecht. Pas in de vijftiger jaren werd een echte overvloed aan soorten bekend. Niet alleen wonderlijke creaturen zoals de olifantsvissen en vlindervissen werden ons geopenbaard, maar ook een enorm aantal kleine en grote cichliden. De eerste ladingen van deze nieuw ontdekte soorten, stonden in Amerika en Engeland ekend als ‘The Congo Bonanza’ (De kongolese voorspoed). Soorten als Nanochromis, Haplochromis en Pelvicachromis werden door de aquarianen fel gegeerd. Dit was voor vangers een stimulans om nog dieper het binnenland in te trekken. Uit het Malawimeer kennen we vooral de kleinere soorten als Pseudotropheus, Labeotropheus en Labidochromis. Deze soorten lijken onderling nogal op elkaar, vooral wat kleur en gedrag betreft. Labidochromis heeft nog steeds een geheim liefdesleven, maar de twee andere soorten zijn muilbroeders. In het Tanganyikameer komen soorten als Julidochromis en (Neo)Lamprologus voor. Vooral J. ornatus en N. brichardi zijn hier de bekenden. Een nogal opvallend verschil van Tanganyikasoorten in vergelijking met Malawi’s is dat deze laatste veel minder kleurschakeringen en een minder spitse muil hebben.

Azië

Hier is de keuze minder overvloedig. Behalve de uit Afrika ingevoerde Tilapia’s, vinden we hier de gevlekte baars (Etroplus maculatus). Deze vis komt zowel in zoet als in brak water voor. Deze vis zou in de loop van de evolutie de oceaan op eigen kracht overgestoken hebben, om zich in India en Sri Lanka te vestigen!

 

 

 

Niettegenstaande kleine dwergcichliden het lang zullen uithouden en zich zelfs zullen voortplanten in kleinere aquaria, is het toch aan te raden een grotere bak te reserveren. Kunnen we niet aan deze eis voldoen, dan zullen we slechts één koppeltje kunnen huisvesten. Wanneer we aan de inrichting van een cichlidenbak denken, komt ons automatisch een aquarium vol stenen voor ogen. Met een beetje smaakvol inzicht, kan echter een doeltreffend woongebied voor enkele vissen gemaakt worden. Bij de aanvang van zo’n karwei, moet je reeds weten welke soort je gaat houden. Bezoek winkels waar een grote keus aanwezig is en vraag desnoods een bepaalde soort te reserveren. Pas daarna kan je een aquarium naar de behoeften van de vis inrichten. Probeer wat lectuur te pakken te krijgen of praat erover met iemand die ervaring opdeed met deze soort. In feite begint alles reeds met de aankoop van een bak. Ik persoonlijk vind de standaardmaten niet zo geschikt voor cichliden (voor geen enkele soort trouwens). Deze aquaria zijn doorgaans veel te hoog en zeker niet diep genoeg voor ons doel. Schaf je daarom een aquarium aan dat voldoende diep is. De vissen zullen het verste plekje steeds als het veiligst beschouwen, en een vis die zich veilig voelt zal U belonen met een prachtig kleurenkleed en wie weet, een nestje nakomelingen. Is het aquarium slechts 20 of 25 cm diep, dan zullen de bewoners zich gegarandeerd niet lekker voelen. Sommige bewoners aanvaarden geen geprefabriceerde huisjes in de vorm van door de aquariaan opeengestapelde stenen. Daarom is het volgens mij beter een aantal platte stenen onmiddellijk op de bodemplaat te leggen, zodat de vissen verplicht zijn zelf hun woning uit te graven. Op deze manier worden ze ook gestimuleerd om tot voortplanting over te gaan, want gewoonlijk is zo’n aquarium toch afgestemd op de kweek. Het is dan zaak de vissen hun gang te laten gaan, zelfs als ze het eens zo mooi ingerichte aquarium in een echte puinhoop herschapen. De broedtijd kondigt zich aan door een opflakkering van de kleuren. Zijn er meerdere koppels in de bak aanwezig, dan zullen ook de gevechten tussen de mannetjes heviger worden. De meeste cichliden zijn nogal kieskeurig bij het kiezen van een partner, vooral bij deze soorten waarvan de familievorm de zogenaamde ouderfamilie is. Bij deze soorten nemen zowel het mannetje als het vrouwtje deel aan de broedzorg. In dit geval sluiten de vissen dikwijls een huwelijk voor het leven.

Het aquarium


Verlichting

Licht in het aquarium heeft hoofdzakelijk twee functies. De vanzelfsprekendste hiervan is natuurlijk de aquariaan in staat te stellen zijn vissen op een gemakkelijke wijze te observeren. De belangrijkste taak van het licht is evenwel voldoende energie aan de planten te leveren, zodat deze kunnen groeien. Aangezien de doorwinterde cichlidenliefhebber meer aandacht schenkt aan zijn vissen dan aan zijn planten, die toch al niet talrijk zijn in zijn aquarium, is één lamp doorgaans voldoende. Het maakt niet veel uit of de verlichting bestaat uit dit of dat soort lampen. Een gewone buislamp die ook gebruikt wordt bij de andere aquaria, is zeer geschikt. Deze hoeft dan nog niet eens aangepast te zijn aan de lengte van het aquarium. De vissen zullen zich meer op hun gemak voelen dan wanneer er continu twee of meer TL buizen het aquarium verlichten. Door deze aangepaste lichtsterkte, die de natuurlijke omstandigheden benadert, zullen ze sneller tot voortplanting overgaan. Niettemin zal een periode van verlichting met natuurlijk zonlicht op de duur beter zijn, vooral als het gaat om biologische waarnemingen of om bepaalde kweekresultaten. Er bestaat ook een invloed van licht op de vissen zelf. De dieren beschikken immers over geen uurwerken. Ze onderscheiden de jaargetijden door de stand van de zon. Dit geldt vooral voor de vissen uit onze streken en in mindere mate voor de bewoners van de subtropische gebieden. In deze zones wordt de verwarming van het water een beslissende factor in het al dan niet uitkomen van de jongen. In tropische streken blijft de temperatuur van het water veel constanter en het zal er zeker niet bevriezen. Over verlichting werd al menig boek geschreven. Wie er nog wat meer wil over weten, kan altijd in onze bibliotheek terecht.

Water

Water verdient als levenselement van vissen een bijzonder deel van onze aandacht. In zuivere vorm bevat het twee atomen waterstof en één atoom zuurstof (H2O). In deze vorm komt het in de natuur nooit voor. Het regenwater neemt op zijn weg naar het aardoppervlak vele stoffen op. Toch is dit water nog het schoonste dat we zelf kunnen vinden. Het bevat nog betrekkelijk weinig opgeloste bestanddelen en is dus uitermate geschikt voor het houden en kweken van vissen en planten. In onze geïndustrialiseerde streken is het echter niet zo schoon als men wel eens beweert. Via lucht, daken en dakgoten, neemt het nogal wat ongewenste dingen op. Laat het daarom eerst een tijdje regenen alvorens het water op te vangen via gereinigde, niet geteerde daken (bij voorkeur via plastic dakgoten en gootpijpen). Na het opvangen doe je er goed aan het water een paar uur te laten rusten. Je kan het dan over kool filteren of door filtreerpapier laten lopen. Deze methode van waterverzameling is natuurlijk nogal tijdrovend. De meeste cichliden zijn echter niet zo veeleisend. Voor hen volstaat gewoon leidingwater. Het bewijs is wel mijn kweek met Neolamprologus brichardi. Bij de watertest op de vergadering bleek dat het kweekwater waarin deze dieren hun eieren en jongen grootbrachten, keihard was. We moeten natuurlijk niet overdrijven, controleer de hardheid van het water alvorens er vissen in te zetten. Vooral Zuid Amerikaanse dwergcichliden stellen zachter water zeer op prijs.

Temperatuur

Onze aquaria worden omzeggens allemaal verwarmd met behulp van een elektrische verwarmer, al dan niet gecombineerd met een thermostaat. Een voordeel van een losse thermostaat is, dat er verschillende verwarmers tegelijk kunnen aangekoppeld worden. Zorg er in dat geval voor dat de aquaria die aan dit apparaat gekoppeld zijn, wel ongeveer dezelfde afmetingen hebben, en dat de verwarmers zelf ook van hetzelfde wattage zijn. Je kan natuurlijk ook een bak van 100 liter verwarmen met een verwarmingselement van 100 watt en een bakje van 50 liter met één van 50 Watt. Op deze manier kunnen we gerust zijn en tegelijkertijd wat geld uitsparen. Deze apparaten zijn natuurlijk ook gecombineerd te verkrijgen. Het nadeel is echter dat wanneer ofwel de verwarmer ofwel de thermostaat in deze ‘combine‚’ het laat afweten, het andere stuk ook waardeloos wordt. De regelbare verwarmer kan het aquarium niet gelijkmatig verwarmen. Deze staat namelijk opgesteld in een hoek van het aquarium. In deze hoek zal het steeds warmer zijn dan in de rest van het aquarium. Dit probleem kan verholpen worden door de verwarmer in de buurt van de in of uitlaat van het filter te plaatsen. De warmte wordt dan beter verspreid. Hoe warm moet het water nu eigenlijk zijn ? Dit hangt af van de soort en ook van de periode in het jaar. Algemeen kunnen we stellen dat de meeste cichliden houden van een temperatuur van zo’n 24 graden. In de kweekperiode hebben ze het liever wat warmer. In verband met die kweekperiode is hier nog een tip : Op een gedeeltelijke waterverversing met iets kouder water, zullen de vissen levenslustig reageren.

Filters

In geen enkele andere tak van onze hobby werd zoveel vooruitgang gemaakt dan in de filtering van het water. De taak van een filter bestaat erin, de afvalstoffen uit het water te halen. Mechanische filters zorgen voor de verwijdering van het zweefvuil. Biologische filters daarentegen zorgen voor de afbraak van vele schadelijke waterbestanddelen. Ik denk dat iedereen zich wel een beeld kan scheppen van deze filters. Sponsfilters kunnen gebruikt worden in aquaria die snel bewoonbaar moeten gemaakt worden voor nieuwe bewoners. Dit type filter kan ook in kweekbakjes gebruikt worden waarin jongen gescheiden van hun ouders worden opgefokt. De gaatjes in de spons zijn geenszins groot genoeg om de jongen op te zuigen. Bodemfilters zijn een onopvallend soort filter, behalve als ze in een cichlidenbak gebruikt worden. De meeste soorten zullen hem steeds opnieuw opgraven. Een bodemfilter is dan ook totaal ongeschikt voor een cichlidenaquarium. Binnenfilters worden net als de twee voorgaande voorbeelden aangebracht in het aquarium en niet erbuiten. Ze hebben echter gewoonlijk een te kleine capaciteit. De laatste tijd worden in de handel echter filtertjes aangeboden met een ingebouwde motor. Deze zijn zeker geschikt voor aquaria om jongen op te kweken. Er zijn natuurlijk nog wel andere soorten filters. De motorfilters voldoen gewoonlijk, maar ze vallen nogal duur uit. In professionele opstellingen worden gewoonlijk verschillende aquaria aan één biologisch filter gekoppeld. Het water van het bovenste aquarium loopt dan steeds naar het ondergelegen aquarium en vervolgens naar het filter. Van daaruit vertrekt het dan weer naar het hoogstgelegen aquarium. Het nadeel is echter, dat wanneer een ziekte ontstaat in één van de aquaria, de andere bakken in geen tijd ook besmet worden. Het is natuurlijk ook mogelijk geen filter te gebruiken, maar telkens water te verversen. Vooral in uitzwemmers voor jongbroed kan van deze methode gebruik gemaakt worden. In deze bakken wordt gewoonlijk overvloedig gevoederd. Iedere dag dient de bodem afgeheveld te worden. De waterverversing volgt automatisch. De keuze is moeilijk, bedenk echter wel dat er geen vervangmiddel is voor een regelmatige en, in het geval van cichliden, aanzienlijke waterverversing geen mogelijkheid is, wel een verplichting !

Voeding

De meeste cichliden eten in de natuur alleen insecten of andere vissen. Malawicichliden eten in hun woongebied bijna uitsluitend algen. In het aquarium nemen ze echter ook muggenlarven en ander klein levend voer. Ook voor andere soorten geldt dezelfde regel. Hieruit blijkt alweer dat cichliden snel tevreden zijn, wat gedeeltelijk hun populariteit verklaart. Schenk echter ook aandacht aan de natuurlijke omstandigheden in het woongebied van de soorten in Uw aquarium. In Amerika is het bijeenvoegen en vermalen van verschillende voedselsoorten zeer bekend. Het menu bestaat uit rauwe vis, runder-, varkens- of kippenlever, viskuit, levertraan, oude infusieculturen, eierdooiers, enz... Dit voedsel wordt in de mixer vermalen, in porties verdeeld en vervolgens ingevroren. Bij ons wordt meestal droogvoer, muggenlarven, Tubifex, watervlooien of voedseltabletten gegeven. Indien we consequent dit menu toepassen, zullen we waarschijnlijk beloond worden met een gans nest jongen, want daar gaat toch uiteindelijk om, niet ? Het komt er vooral op aan voor voldoende afwisseling te zorgen. Voor de jongen kunnen we gewoonlijk hetzelfde voedsel gebruiken, weliswaar enkel de kleinste deeltjes. Artemianauplii zijn zker aangewezen. De meeste soorten eten echter reeds vanaf de eerste dag dat ze vrij zwemmen, droogvoer. Dikwijls worden té grote brokken eerst fijngekauwd door de ouders. Sommige soorten zoals Neolamprologus brichardi, zijn ernstige voedselconcurrenten voor hun jongen. Zelfs de kleinste voedseldeeltjes kapen ze voor hun neus weg. We moeten er dus voor zorgen dat iedereen voldoende voer naar binnen krijgt. Voeder bij voorkeur tegelijk grotere en kleinere deeltjes.

Kweek

Het kenmerk bij uitstek van cichliden is natuurlijk hun broedzorg. Dit zorgde samen met hun gemakkelijke houdbaarheid voor hun enorme succes. Niettegenstaande de meeste soorten relatief gemakkelijk te kweken zijn, zijn cichliden over het algemeen nogal duur. Dit is zeker een tegenslag wanneer U een soort wil aanschaffen waarvan het onderscheid tussen mannetje en vrouwtje klein of zelfs onbestaand is. We willen immers een koppeltje om mee te kweken. De enige oplossing is een klein groepje (4 tot 10 exemplaren) aan te schaffen. Op deze manier zijn we zo goed als zeker dat we tenminste één mannetje en één vrouwtje hebben. Een bijkomend voordeel is dat de dieren zelf hun partner kunnen kiezen. De broedzorg verloopt bij deze laatste zeker beter. Is deze moeilijkheid overwonnen, dan stuiten we op het volgende probleem. Hoe richten we het aquarium in ? Hiervoor kunnen we best nagaan wat voor broedzorg de soort in kwestie er op na houdt. Aan de hand van dat gegeven zullen we de inrichting van het aquarium aanpassen. Bij substraatbroeders onderscheiden we twee groepen, de open substraatbroeders en de holenbroeders. De eerste groep zijn vissen die weinig of geen schuilplaatsen nodig hebben. De meest bekende zijn ongetwijfeld de maanvissen en de discussen. Voor deze vissen kunnen we ook veel gebruik maken van planten. Ook enkele platte stenen mogen niet ontbreken. Holenbroeders daarentegen hebben spleten, holtes en andere schuilplaatsen nodig. Kortom, veel stenen, bloempotjes en holen. Deze algemene regels gaan natuurlijk niet altijd op. Pauwoogcichliden en andere grote cichliden zijn open substraatbroeders, maar niemand haalt het in zijn hoofd om ze los te laten op een fraai beplante bak. Het komt er dus op aan eerst wat informatie in te winnen over de vissen waarmee we willen kweken. Dan zijn er natuurlijk nog de muilbroeders. Ik denk hierbij in het bijzonder aan Malawi soorten. Ook zij hebben veel schuilplaatsen nodig om zwakkere dieren de kans te geven zich te verbergen voor de dominantere vissen. Deze zijn dan meestal wijfjes. Van de inrichting kan het verloop van de broedzorg afhangen. Uit ervaring weet ik dat er weinig voor nodig is om de ouders er toe aan te zetten hun kroost met huid en haar te verslinden. De broedzorg verloopt niet altijd even vlot. Veel soorten eten eieren of jongen op, nog voor we ze te zien krijgen. Dit kan verschillende oorzaken hebben. Bij de meeste cichliden zorgt het wijfje voor de eigenlijke broedzorg, terwijl het mannetje voor de territoriumverdediging borg staat. Gewoonlijk echter zitten deze vissen alleen in het aquarium, zodat er voor het mannetje weinig te verdedigen valt. Hij zal zich hoogstwaarschijnlijk willen mengen in de verzorging van de eieren of de pas uitgekomen jongen. Dit is gewoonlijk te veel voor het wijfje dat hem probeert uit de buurt te krijgen, en wanneer dat niet lukt.... Je kan het wel raden. Men raadt dus aan meerdere koppels in dezelfde bak te houden. Denk er dan wel aan, dat dit aquarium ook zoveel groter moet zijn. Komt het nog enkele keren voor dat het broed opgegeten wordt, dan is het duidelijk dat het kweekstel niet bij elkaar past. Ingeval er nog andere koppels in het aquarium zitten, dan zullen zich meer dan waarschijnlijk nieuwe stellen vormen. Ook bij jonge vissen komt het regelmatig voor dat ze hun eieren opeten. Dit ligt meestal aan de onervarenheid van de dieren. De volgende pogingen lopen gewoonlijk op rolletjes.

Kunstmatige opfok

Sommige vissen zullen keer op keer hun eieren of in het beste geval hun jongen opeten. Bij maanvissen bijvoorbeeld is het echt een uitzondering om een stel te vinden dat de eieren én de jongen gedurende lange tijd bewaakt. In dit geval kunnen we pogen de jongen kunstmatig op te kweken. Hier zijn enkele richtlijnen : Nadat de eieren gelegd zijn, kan je ze best nog even laten liggen. Ondertussen kan je een klein bakje klaarzetten. Dit vullen we met water uit het aquarium waar de ouders zitten. Vervolgens nemen we de eieren, samen met het substraat uit het water en leggen het, liefst in dezelfde stand, in het kweekbakje. We brengen nu een luchtsteentje aan in de nabijheid van de eieren. Om het beschimmelen van de eitjes tegen te gaan, voegen we een waterige oplossing methyleenblauw toe, totdat de eitjes bijna onzichtbaar zijn Een overdosis is niet gevaarlijk, maar het maakt de controle op het broed moeilijker. Eén tot twee dagen voor de jongen vrij zwemmen kunnen we het methyleenblauw verwijderen door te filteren over actieve kool. Een klein binnenfiltertje stoppen we propvol met houtskool, en een plaatsen het in het bakje. Een dag later is het water weer helder. Bij de muilbroeders, worden we natuurlijk voor een moeilijkheid gesteld indien we de jongen zelf willen opkweken. Het probleem van ‘hoe krijgen we de eitjes uit de muil van het wijfje’ is echter nauwelijks een probleem te noemen. Deze vissen zijn voorbeeldige verzorgers. Er moet al heel wat gebeuren vooraleer ze de eitjes doorslikken of uitspuwen. Willen we de eitjes toch kunstmatig opfokken, dan volstaat het meestal de kieuwen van de vis dicht te houden, totdat ze de eitjes loslaat. Deze methode is volgens mij totaal overbodig, want zoals ik al zei, het zijn voorbeeldige broedverzorgers.

Broedzorg

Aan de hand van de broedzorg kunnen we de meeste cichliden in twee grote groepen onderverdelen. Allereerst zijn er de substraatbroeders. Deze worden op hun beurt ingedeeld in open substraatbroeders en holenbroeders. De tweede groep van onze indeling zijn de muilbroeders.

Substraatbroeders

Opensubstraatbroeders: Open substraatbroeders zijn vissen die hun eieren afzetten, hetzij op bladeren, stengels of kienhoutstronken, hetzij op stenen. Voor deze diertjes kunnen we de temperatuur in de kweekperiode verhogen tot 28 graden. Het gaat hier om soorten als Pterophylum scalare en Cichlasoma festivum. Zij gebruiken bladeren en stengels om hun kroost ter wereld te brengen. Bij deze beide soorten is geslachtsonderscheid zeer moeilijk. Dit kan echter zonder probleem vastgesteld worden aan de genitaalpapil. Deze van het vrouwtje is groot en stomp, terwijl ze bij het mannetje kort en scherp is. Nadeel is wel dat buiten de voortplantingsperiode deze papil niet te zien is. Zoals velen reeds zullen weten zijn deze soorten slechte broedverzorgers. De meeste nakweek is dan ook afkomstig van kunstmatig opgekweekte vissen. Toch loont het de moeite wat geduld op te brengen en de ouders hun eigen jongen te laten verzorgen. Rust is hier een zeer belangrijke factor. Laat de vissen met rust. Een aquarium in de woonkamer is absoluut ongeschikt als kweekbak voor deze cichliden. We kunnen ‘het’ reeds zien aankomen wanneer twee vissen een blad beginnen te poetsen. Opgepast echter, deze twee zijn daarom niet noodzakelijk een mannetje en een wijfje. Wijfjes zullen soms uit pure noodzaak hun eieren leggen. Vanzelfsprekend raken ze in dit geval niet bevrucht. In het goede geval zal het wijfje eerst een rijtje eitjes leggen, waarna de man ze bevrucht. Het aantal kan oplopen tot enkele honderden. Dit is uiteraard afhankelijk van de grootte en de conditie van de ouderdieren. Na twee à drie dagen komen de jongen uit. Ze hangen dan aan een slijmdraad aan het substraat. Zodra ze vrij zwemmen moeten we zorgen voor grote hoeveelheden Artemianauplii. Belangrijk bij deze soorten is een ruim aquarium gedurende de opgroeiperiode.

Holenbroeders:

De meeste van de holenbroeders zijn dwergcichliden, dus geschikt voor kleinere bakjes (vanaf 80 liter). Net als bij de vorige groep begint ook hier het huwelijk met het intensief poetsen van de plaats waar de eitjes zullen gelegd worden. Het wijfje legt dan enkele eitjes, waarna het mannetje ze bevrucht. Dit ritueel blijft duren ‘zolang de voorraad strekt’. Gewoonlijk zorgen beide ouders voor het broed. Soms mag het mannetje enkel het territorium bewaken, wat op den duur ook gaat vervelen. Met de vinnen wordt steeds vers water over de eitjes aangevoerd. Beschimmelde eitjes worden verwijderd. De jongen komen uit na enkele dagen, waarna ze in van tevoren gemaakte kuilen worden gedeponeerd. Twee tot drie dagen later zwemmen de jongen samen met de ouders in groep rond in het aquarium. Ze zijn meestal groot genoeg om onmiddellijk Artemianauplii te eten. Zodra de ouders minder naar hun jongen beginnen om te kijken, vangen we hen uit de bak. Het spreekt vanzelf dat ook hier weer het broed kunstmatig kan opgefokt worden. De eitjes moeten dan wel in dezelfde stand gehangen of gelegd worden als bij de ouders.

Muilbroeders:

De meeste ons bekende muilbroeders, zijn kleine vissen. Het zijn goed houdbare soorten. Ze laten zich niet van de voortplanting weerhouden door andere vissen, maar we houden ze toch liefst apart als we jongen willen bekomen. Over de paring bestaan verschillende theorieën. Volgens de eerste, zet het wijfje een rijtje eitjes af, waarna ze door het mannetje bevrucht worden. Dan worden ze door het wijfje in de keelzak opgenomen. Dit herhaalt zich tot alle eitjes gelegd zijn. Volgens de andere theorie, neemt het wijfje de eitjes onmiddellijk na het afleggen in de keelzak. Onmiddellijk erna komt het mannetje voorbij om ze te bevruchten. het wijfje ziet de eivlekken op de vinnen van het mannetje, hapt ernaar en krijgt op die manier genoeg homvocht naar binnen om de eieren te bevruchten. Geen van deze twee methoden werd bewezen. Waarschijnlijk komen beide bevruchtingswijzen voor. Gedurende de broedperiode zullen de wijfjes niet eten. Aan het eind van de broedzorg moeten ze dan ook volop voedsel aangeboden worden. Bij het verlaten van de muil zijn de jongen al tamelijk groot, het voeren geeft dan ook geen problemen, ze eten letterlijk alles. Het wijfje zal steeds proberen de jongen zolang mogelijk binnen te houden. Gedurende korte tijd na het uitzwemmen, zullen de jongen bij gevaar nog naar de muil van de moeder terugkomen. Bij Pseudotropheus soorten worden de jongen slechts geleidelijk losgelaten. Dit zijn zowat de belangrijkste dingen in verband met de voortplanting. Nu is het zaak de vissen overeenkomstig hun behoeften te huisvesten. Raadpleeg hiervoor ervaren aquarianen of doe een bezoekje aan de bibliotheek.

 
RocketTheme Joomla Templates