JC001.jpg
De bullenklasse Afdrukken

Cichlidae - Amerikagroep

Iedereen kent uit de reclamewereld wel de vergelijking van "er voor en er na". De kijker moet in een eenvoudige, doch goed overzienbare vorm, de werking van een product onder ogen krijgen. In dit artikel wil ik van dezelfde methode gebruik maken, zij het echter dat het dan niet om een product gaat, maar om cichliden. 

Bijzonder graag wil ik de aandacht vestigen op de werkelijke "groten" onder de Amerikaanse cichliden, de zogeheten Bullenklasse. Het moet worden toegegeven dat niet iedere liefhebber gelegenheid heeft om een badkuip te plaatsen. Hierbij wordt bedoeld een aquarium vanaf circa 400 liter inhoud.

Ook al zou men een dergelijk aquarium willen plaatsen, dan zijn velen nog niet bereid om in een bak van een dergelijk formaat uiteindelijk niet meer dan 2 koppels te houden. (Het is toch vaak zo dat men geneigd is er nog -een koppel vissen bij te doen, waar in het aquarium eigenlijk geen "plaats" meer voor is). Wie echter de hindernis heeft overwonnen om zich in het aantal te beperken en zijn oog op deze "Bullen" heeft laten vallen, komt niet snel meer op deze keuze terug.

Cichliden van deze afmetingen zijn over het algemeen grote individualisten. Dit alles wordt duidelijk bij het op zoek gaan naar een partner, maar ook bij het mede inrichten van het aquarium. Zomaar door de eigenaar willekeurig bij elkaar geplaatste paren, vinden vaak niet de benodigde harmonie om vreedzaam naast elkaar te leven. Een grondregel voor de aanschaf van dergelijke cichliden is om een vijf tot achttal jonge vissen te kopen. Koopt men immers een groot (en dus vaak duur) "koppel", moet na verloop van tijd worden geconstateerd dat het paar niet harmonieert, dan moeten er weer andere grote vissen bij worden gekocht.

Prijstechnisch gezien komt dat veelal duurder uit dan het gelijktijdig aanschaffen van een groep kleine vissen, die enige tijd nodig hebben om uit te groeien. Daarnaast is het vaak niet eens mogelijk om van die reeds uitgegroeide soort nog een partner van gelijk formaat te vinden.

Onder het met elkaar harmoniëren bedoel ik overigens niet de succesvolle nakweek, of schoon het daartoe wel vaak leidt. Vissen kunnen in noodsituaties vanuit een voortplantingsdrang tot afzetting overgaan. Voor mij is er meer sprake van harmonie als het koppel rustig naast en met elkaar leeft.

Wie over weinig informatie over Zuid-Amerikaanse cichliden beschikt en ze ook nog niet volwassen heeft gezien, weet ook niet hoe de vissen uitkleuren. De natuur heeft namelijk camouflage de voorrang gegeven. Jonge vissen kunnen zich nog geen mooie kleurenpracht veroorloven, dit met het oog op vijanden om hen heen. Velen van hen zouden het direct met de dood moeten bekopen als zij op jonge leeftijd al over intensieve kleuren zouden beschikken. Het duurt minstens één tot anderhalf jaar voordat de vale, kleurloze, en misschien van een tekening voorziene vissen tot een prachtig volgroeide en uitgekleurde verschijning zijn gekomen. Meestal vormt het bereiken van de geslachtsrijpheid het moment waarop kleur en tekening ten toon worden gespreid, aan de andere vissen. Het is dan uiteraard de bedoeling een geslachtsrijpe partner te lokken en andere vissen van hetzelfde geslacht op een afstand te houden.

Uit wetenschappelijk onderzoek is naar voren gekomen dat kleuren een wezenlijk teken vormen voor soort- en partnerherkenning. Los van de noodzaak van grote aquaria is de verzorging, uitzonderingen daargelaten, geen enkel probleem. De inrichting van aquaria voor de grotere cichliden dient echter wel met de nodige zorgvuldigheid plaats te vinden.

Door het plaatsen van decoratiestukken kan het grondoppervlak in verschillende territoria verdeeld worden. Tegen de achter- en zijwanden worden steenplaten schuin geplaatst, waardoor weer schuilmogelijkheden ontstaan. Deze schuilplaatsen moeten dan natuurlijk wel groot genoeg zijn om de vissen ook nog plaats te bieden, nadat zij zijn uitgegroeid.

In mijn aquarium bestaat het decoratiemateriaal uit genoemde stenen. Platen, grote ronde kiezelstenen en forse stukken kienhout. Hoe meer het decoratiemateriaal de natuurlijke verhoudingen benadert, des te beter het aquarium er uit gaat zien.

Het decoratiemateriaal moet in verhouding staan tot de grootte van de vissen. Dat opeengestapelde stenen goed en stevig op elkaar dienen te staan, daar is iedere liefhebber wel van doordrongen. Dit omdat grotere cichliden nog wel eens willen graven en de inrichting ook graag zelf vorm willen geven. Uiteraard speelt ook het gewicht van de stenen een rol.

Daarom leg ik altijd eerst platte stenen op de bodem. Hierdoor wordt bereikt dat het gewicht over een groter oppervlak wordt verdeeld en worden hoge puntbelastingen vermeden. Eerst nadat de steenformaties veilig en stevig staan en eventueel met siliconenkit aan elkaar verbonden zijn, wordt het grind of het zand in het aquarium gedaan. Op deze manier wordt bewerkstelligd dat de in het aquarium gelegen wortels van het kienhout in het zand verdwijnen en dat de stenen slechte ten dele zichtbaar zijn. Door deze werkwijze, gaat alles mooi vloeiend in elkaar over en ziet het er natuurlijk uit.

Zeer geschikt voor bodemgrond is fijn rivierzand vermengd met kiezels ter grootte van walnoten. Het fijne grind stelt de vissen in staat zonder gevaar te graven. De kiezels maken de bodem iets losser en verhinderen daarmee het ontstaan van vuilophopingen die bij het ontbreken van voldoende zuurstoftoevoer gaan ontstaan.

Een fijne bodembedekking is niet zo opnamerijk voor de opvallend hoge stofwisseling van deze grote vissen. Het vuil blijft boven op de bodemlaag liggen en is bij de (wekelijkse) waterverversing eenvoudig af te zuigen. Dit laatste is natuurlijk minder nodig als het aquarium van een sterk filter is voorzien. Het weerhoudt mij in ieder geval ervan de bodem van een dikke grindlaag te voorzien.

De vissen worden in hun (eet)gedrag gestoord. Dit zou echter bij vertegenwoordigers van het geslacht Geophagus niet het geval hoeven te zijn. Deze kauwen graag nog langere tijd na het voeren de bodemlaag door, op zoek naar voedselresten.

Ik wil niemand omver praten om voor grote cichliden te gaan zorgen. Dit moet men uit eigen overtuiging willen. Het moet uit jezelf komen en je niet zijn aangepraat. Wie echter aan een bepaald contact met zijn vissen plezier heeft, zal het fijn vinden als vissen door hun gedrag aangeven dat zij een goede verzorging in dito omstandigheden ondervinden.

Dit alles kunt ook u beleven en ondergaan bij het houden van deze grote vissen. Over één ding moet men echter wel beschikken, geduld!

 
RocketTheme Joomla Templates