Telmatactis.jpg
Zikomo Kwambiri Kambiri Afdrukken

 Malawiverslaving

Als je ooit naar Malawi zou reizen zijn een paar woorden Chechewa altijd snel meegenomen en het geeft je direct een wat sympathieker aanzien bij de lokale bevolking. Ikzelf voel me heel geflatteerd wanneer de mensen me ginder “madala” noemen. Voor zover dit woord kan vertaald worden komt dat neer op een wat oudere man die er nog goed uitziet voor zijn leeftijd. We zullen maar hopen dat deze vertaling exact is. En wat de titel van deze bijdrage betreft; als je iemand heel erg wil bedanken - een soort dank u wel zeggen - dan zeg je in Malawi “Zikomo kwambiri”.
 
In Malawi kan je de schaarse toeristen die je ontmoet in enkele categorieën onderbrengen. Vooreerst zijn er diegenen die op bezoek zijn bij kennissen of verwanten, want een deel van de bevolking zijn naast de lokalen meestal Engelsen of Indiërs. Andere nationaliteiten zijn uiterst zeldzaam bij de residenten. Een ander type toeristen zijn de rijke of superrijke westerlingen die voor enkele weken vele US Dollars per nacht betalen in de enkele luxehotels die Malawi rijk is. Verder zijn er de “backpackers”, de rugzaktoeristen; meestal jongelui zonder veel geld op goedkoop Afrikaans avontuur. Af en toe kom je ook een grote omgebouwde truck tegen, volgeladen met “adventure reizigers”, een nieuw soort toeristen die wat anders willen dan het gewone en die menen dat wanneer je in een tent slaapt, je dan ook perse sportief en avonturier moet genoemd worden. En dan zijn er ook die toeristen die naar Kambiri reizen om er ten volle van de Malawicichliden en de faciliteiten van Stuart Grant te genieten. En bij deze laatste groep meen ik te behoren.

Vijf keer Kambiri, op een periode van zeven jaar, het lijkt verslavend te werken. Wie ooit van plan is om ook zo’n trip naar Malawi te maken om de Malawicichliden in hun natuurlijke omgeving te gaan observeren kan ik best aanraden zich bij Stuart Grant te melden. Niet zozeer omdat ik aan dat verblijf een commissie wil of kan verwachten maar enkel omdat je zonder zijn hulp en materiële steun je niet teveel illusies moet maken over elders aangeboden duikfaciliteiten. Voor zover ik dat zelf heb kunnen nagaan zijn er ter plaatse weinig mogelijkheden om aan duikuitrusting te geraken. Enkel bij Cape Maclear en in Nkhata Bay zag ik een duikclub, waar je ook materiaal zou kunnen huren wanneer je aan Scubadiving wil beginnen. Maar dan moet je ook nog een motorboot met schipper inhuren, wanneer je naar één of andere plaats wil gaan duiken. Het kan allemaal; we hebben het zelf ook een enkele keer uitgeprobeerd, wanneer het niet anders kon, maar het wordt er daarbij niet eenvoudiger en goedkoper om. Twee zuurstofflessen per man en een boot met stuurman komt al snel op 60 U.S. Dollars per persoon, wanneer je met zijn tweeën op pad bent. 

De duikuitrusting die je gebruikt wanneer je met een boot van Stuart op weg bent is niet dezelfde. Je krijgt daar lucht toegevoerd via de zogenaamde “hooker”. Op de boot staat een compressor die zijn lucht stuurt naar een vat dat onder druk komt te staan. Vanuit dat vat vertrekken twee lange luchtslangen waarmee twee duikers verbonden zijn. Zelfs wanneer de compressor tijdelijk zou uitvallen krijg je op die manier nog een tijdje lucht toegestuurd tot het vat zowat leeg is. Op die manier ben je redelijk vrij in je bewegingen, vermits je geen fles op de rug moet meesjouwen. Langs de andere kant ben je natuurlijk ook beperkt omdat je niet verder van de boot weg kan dan de luchtdarm lang is. Deze manier heeft dus zijn voor- en nadelen. Een ander pluspunt is dat men je van op de boot redelijk volgen kan; men ziet waar de luchtdarm onder het wateroppervlak verdwijnt en kan aan de opstijgende luchtbellen zien of je nog tekenen van leven vertoont.
 
Op deze manier hebben we al heel wat interessante plaatsen op het meer verkend en ook foto’s in de biotopen gemaakt. Meestal is er voor de bezoekers een aparte boot ter beschikking, de zogenaamde “Lady Louise”, genoemd naar de dochter van Stuart en Esther Grant. Deze dieselboot heeft het voordeel dat de reizigers er redelijk comfortabel en beschut voor de zon mee kunnen reizen. Meestal is er ook een bemanning van twee of drie man mee die alles onderweg best regelen. Deze derde man komt mee wanneer je een meerdaagse tocht onderneemt en die zorgt dan voor de nodige maaltijden. Het voordeel van zo’n lokale bemanning is ook dat ze de inheemse taal spreken en de betere plaatsen om te duiken kennen. Ik kan je verzekeren dat dit geen overbodige luxe is, want wanneer je dit alles zelf zou moeten uitzoeken ga je zeker veel tijd verliezen en op vele plaatsen duiken die de moeite niet lonen. De “Lady Louise” opereert wel enkel wanneer het om uitstappen gaat die vanaf Kambiri vertrekken. Wanneer je verder naar het noorden bepaalde plaatsen wil gaan verkennen ga je met een open boot en met één van de duikteams van Stuart op stap vanaf hun respectievelijke vertrekbasis. Zo is er bij Nkhata Bay een team, een ander bij Chilumba en een derde op Likoma Island. Deze duikteams hebben alle een boot met buitenboordmotor en een compressor voorhanden, vermits zij ook met dezelfde “hookermethode” op jacht gaan naar cichliden. De chef van zo’n duikteam wordt dan vooraf door Stuart telefonisch gemeld dat er bezoekers op komst zijn en die lui zullen je ook zoveel als ze kunnen ten dienste staan. Zij kennen natuurlijk het gebied waarbinnen ze opereren heel goed en brengen je ook naar de plaatsen waar wat te bekijken valt.   
          
Nu zal een leek zich wel afvragen waarom je zo nodig naar het noorden of naar een bepaalde plaats op het meer wil reizen. Het Malawimeer is toch het Malawimeer en de cichliden zullen toch wel overal dezelfde zijn. Dat is natuurlijk niet zo; anders zouden we rustig bij Kambiri blijven duiken en dagelijks van de lekkere keuken op Grant’s domein blijven genieten en logeren in de nette huisjes die hij voor bezoekers heeft laten bouwen. Vele soorten hebben een vrij klein verspreidingsgebied en wanneer je hen wil bekijken moet je naar dat gebied gaan. Zo kan je, om maar enkele voorbeelden te noemen, Maylandia lombardoi (vroeger Pseudotropheus of Metriaclima lombardoi) uitsluitend aantreffen bij de Mbenji eilanden en moet je voor Aulonocara maylandi maylandi zeker naar Eccles Reef gaan. Er zijn natuurlijk ook een aantal soorten, voornamelijk deze van het open water, die zowat over het gehele meer zijn terug te vinden maar de meeste Mbuna’s (een inheemse benaming voor de rotsbewonende cichliden) bevolken een eerder beperkt gebied. Zelfs een eiland als Likoma heeft zonodig nog zijn lokale specialiteiten. Melanochromis cyaneorhabdos bijvoorbeeld (veelal bekend onder de vroegere handelsnaam Melanochromis “Maingano”) ga je uitsluitend aantreffen bij het kleine gelijknamige eilandje langs het noordwesten van Likoma - slechts enkele honderden vierkante meters groot - en bij de naburige rotskusten van Membe Point en Mbako Point. Een verspreidingszone van misschien iets meer dan een vierkante kilometer en daarbuiten geen Melanochromis cyaneorhabdos meer.    
          
Zo zouden we verschillende soorten kunnen citeren; denk maar aan Pseudotropheus saulosi van het kleine onderwaterrif Taiwan Reef, enkele kilometer ten noorden van Chisumulu Island of aan Pseudotropheus demasoni van Pombo Rocks in Tanzania. Het zijn niet de enige soorten die een klein gebied bevolken. Zo ga je ook bepaalde kleurvarianten aantreffen op een plaats en enkele kilometer verder is de soort anders gekleurd. Ik denk in dit verband zo aan een kleurvariant van Labeotropheus fuelleborni bij Nakantenga Island, één van de drie Maleri eilanden. Rond dit eiland zal je de soort aantreffen met een kakigroene kleur op de flanken en zowat een kilometer verder, rond Maleri eiland vind je deze soort opnieuw in zijn effenblauwe verschijning. Zo zie je ook bepaalde soorten terug waar je ze niet onmiddellijk zou verwachten. Neem eender welk boek over Malawicichliden en zoek naar de verspreiding van Maylandia aurora (vroeger Pseudotropheus, Metriaclima). Je zal telkens (hopelijk) hetzelfde resultaat terugvinden : bij Likoma en de kust van Mozambique nabij Cobué en Mara Point. Verder is de soort ook uitgezet bij Thumbi Island West en Otter Point in Lake Malawi National Park door de voormalige exporteur Peter Davis. Groot was dan ook onze verbazing toen we begin november 1998 Maylandia aurora aantroffen bij N’kolongwe, meer dan honderd kilometer ten zuiden van Mara Point.

Zeker op de plaatsen waar tot op heden geen doorgedreven wetenschappelijk onderzoek heeft plaatsgevonden, kom je nog geregeld voor taxonomische vraagtekens. Zo vonden we tijdens dezelfde novembermaand nabij N’kolongwe een soort die we niet zo direct konden thuisbrengen. De enige soort uit de boeken van Konings, die vergelijkbaar was noemde hij Pseudotropheus spec. “Aurora Black Tail”. Nochtans waren er wel enkele verschillen en toen we een foto stuurden naar Ad Konings voor determinatie kon hij de soort niet vaststellen maar hij zag wel overeenkomsten met Pseudotropheus socolofi die meer dan honderd kilometer ten noorden hiervan moet gezocht worden. Zo zie je dat je als leek en toevallige bezoeker toch nog bepaalde zaken kan ontdekken die men vooraf niet heeft bekeken. Hoe meer ik naar Malawi ga en hoe meer cichliden ik zie, hoe moeilijker ik het heb om alles netjes binnen de beschreven soorten te ordenen.

Zo heb ik het bijvoorbeeld heel moeilijk met al wat tot de soort Maylandia zebra wordt gerekend en waarom bepaalde “kleurvarianten” een zelfstandig soortenleven zijn gaan leiden en andere niet. Zo werd een aantal jaren geleden één van de “Red Top Zebras” als Maylandia greshakei beschreven, terwijl gelijkaardige exemplaren van andere gebieden als Maylandia zebra behouden bleven. Ook de zgn. “cobalt zebras” bezorgen me taxonomische nachtmerries. Terwijl de éne als aparte soort Maylandia callainos wordt beschouwd, noemt dezelfde kleur bij de Maleri eilanden “zebra blue”, en de blauwe zebra van Likoma en Cobué gewoon “zebra” en de blauwe bij Minos Reef “blue reef”. Om nog maar te zwijgen over Maylandia estherae. Waar begint het verspreidingsgebied van deze “rode zebra” en waar eindigt het.
 
De type-exemplaren, die bij Minos Reef in Mozambique werden verzameld, vertonen de mooi oranjerode kleur bij de wijfjes, maar wanneer je wat verder bij Chilucha Reef naar het noorden of naar het zuiden gaat dan wordt de kleur al heel snel gelijken op deze van de O-morf (oranje vorm) van Maylandia zebra. Tot zowat in de buurt van Masinje, langs de oostelijke oevers in Malawi heb ik oranje wijfjes alsook vleeswit gekleurde mannetjes (marmelade cats ?) aangetroffen waarvan ik niet zeker ben of ze nu tot Maylandia zebra of tot Maylandia estherae moeten gerekend worden.
 
Ik zal nog dikwijls naar Malawi moeten reizen en er zullen nog heel wat boeken over Malawicichliden worden geschreven vooraleer dit alles zal uitgeklaard zijn.
Maar zal het dat wel ooit? Want waarover zullen de wetenschappers het dan nog oneens moeten zijn? Er is vandaag al zo veel discussie over het onlangs beschreven geslacht Metriaclima.
Is dit wel geldig en moet het niet Maylandia genoemd worden? Dit dispuut is nog lang niet gestreden en wie de polemieken hieromtrent volgt zal hierover binnen enkele jaren een lijvig boek kunnen schrijven.
Herinnert u zich nog Apistogramma ramirezi?
Moet de soort in Microgeophagus of in Papiliochromis ondergebracht worden. Ik geloof niet dat deze pennenstrijd al afgelopen is.
Ik blijf maar rustig Malawicichliden observeren en fotograferen en laat graag de taxonomische discussie aan diegenen die er hun dagelijks brood mee verdienen.

 
RocketTheme Joomla Templates