FY019.jpg
Het verantwoord houden van Midden-Amerikaanse cichliden Afdrukken

    Bron Zilverhaai Beringen

Mocht u plannen hebben om met Midden-Amerikaanse cichliden te gaan beginnen, dan is dit artikel misschien een handreiking om eventuele teleurstellingen te voorkomen. Het is mij namelijk opgevallen dat er best veel mensen het “proberen” met deze vissen, maar naar verloop van tijd er toch weer mee stoppen. Waardoor komt dit nu eigenlijk? In de meeste gevallen hoor ik de volgende argumenten;

  • Die vissen zijn niet te houden, ‘’ wat zijn die vissen agressief zeg!”
  • Wat een graafmachines, ze slopen je hele inrichting!
  • Je kunt er geen planten bijhouden
  • Je kunt er geen “bijvissen” bijhouden, dat vind ik zo jammer
  • Je moet perse een groot aquarium hebben.

Reeds vele jaren verzorg ik dit soort vissen en heb een keer de natuurlijke habitat bezocht en in die jaren heb ik ook vele fouten gemaakt waardoor ik ook vaak teleurstellingen heb moeten incasseren.  Mede daardoor kwam bij mij  het  idee op om hierover een artikeltje te schrijven, zodat dit voor u misschien bespaart kan blijven. Maar vooral is het mij te doen om deze cichliden in een beter “daglicht” te stellen, zodat ze op een juiste manier verzorgd worden en dus een beter leven kunnen leiden. Als eerste wil ik de Midden-Amerikaanse cichliden opdelen in een aantal groepen te weten;

  1. Planteneters
  2.  Vleeseters
  3. Reophiele soorten
  4. Agressieve- minder agressieve- niet agressieve soorten.

    Planteneters
    Soorten welke gerekend kunnen worden tot de groep planteneters zijn o.a. soorten uit de geslachten: Vieja en Herichthys. Deze groep is vrij divers en de gemiddelde grootte is ± 25-40cm. Deze soorten voeden zich in de natuur  met planten, plantaardig afval ( bladeren van bomen, bessen en fruit welke in het water gevallen zijn.)

    Vleeseters
    Soorten welke gerekend kunnen worden tot de groep vleeseters zijn o.a. soorten uit de geslachten: Parachromis, Petenia, Parapetenia. Deze groep is ook vrij divers met een gemiddelde grootte van ± 15-60 cm. Deze soorten voeden zich in de natuur met vis en ongewervelde dieren zoals garnalen en kreeftjes.

    Reophiele soorten
    Dit zijn soorten welke zich hoofdzakelijk ophouden in de volle stroming van snelstromende rivieren, soorten welke gerekend kunnen worden tot deze groep zijn o.a. soorten uit de geslachten: Paraneetroplus, Theraps en Chuco. Deze soorten voeden zich in de natuur met algen, garnalen en insecten.

    Agressieve soorten
    Soorten welke gerekend kunnen worden tot de toch wel agressieve groep zijn o.a. soorten uit de geslachten: Parachromis, enkele vertegenwoordigers uit het geslacht Vieja en Parapetenia. Vooral tegen soortgenoten kunnen ze zeer onverdraagzaam zijn.

    Minder agressieve soorten
    Soorten welke gerekend kunnen worden tot deze groep is de groep welke tussen agressieve en niet-agressieve invallen en dus teveel is om op te noemen.

    Niet agressieve soorten
    Soorten welke gerekend kunnen worden tot de niet agressieve soorten zijn o.a. soorten uit de geslachten; Thorichthys, Archocentrus en enkele vertegenwoordigers uit de geslachten Vieja, Herichthys en Theraps.   Uiteraard ben ik mij ervan bewust dat ik me met deze opsommingen op glad ijs begeef, als eerste is het natuurlijk een globale opsomming, maar ook is het natuurlijk zo, dat net als bij mensen, je niet iedereen in een bepaald hokje kunt stoppen en zeggen, die doet sus en die doet zo. Ook vissen zijn een individu met bepaalde “karaktertrekken”. Mijn bedoeling hiervan is om een grove scheiding aan te brengen, zodat je dan een globaal lijstje kunt maken van de diverse soorten welke je bij elkaar wilt houden. Nu hebben we een grove verdeling gemaakt wat betreft; voedselbehoefte, behoefte voor snelstromend water en gedrag, daarnaast zijn er natuurlijk nog een aantal zaken waar wij aan moeten voldoen te weten;
  • De grootte van de “bak”
  • De inrichting
  • Welke soorten kun je nu het beste samen houden
  • Technische hulpmiddelen
  • Verzorging en voeding
  • De grootte van de “bak”

    Wat bepaald nu precies de grootte van het aquarium, dit is o.a. afhankelijk van de volgende punten;
  • ten eerste natuurlijk wat is de uiteindelijke grootte van de vissen als ze uitgegroeid zijn?
  • het gedrag; is een vis agressief of niet, is een soort zwemlustig (snelstromend water liefhebber)  of niet, als de vissen aanstalten gaan maken tot voortplanting, hebben ze dan een groot territorium nodig?
  • hoeveel vissen willen ongeveer gaan houden?
  • maken we gebruik van veel natuurlijke hulpmiddelen bij de inrichting van de bak?
    om een grove indeling te maken voor de grootte van de bak gerelateerd aan de uiteindelijke grootte van de vissen is deze:
    Uiteindelijke grootte vis                            Min. Afm. van de bak LxBxH           
    Grootte tot ± 15 cm                                               150x50x50 cm.
    Grootte tot ± 25 cm                                               200x50x50 cm.
    Grootte tot ± 30 cm                                               200x60x50 cm.
    Grootte tot ± 40 cm                                               250x60x60 cm.    
    Grootte 40 tot…cm                                                 300x60x60 cm.
    Hierbij ben ik er vanuit gegaan dat er 2 tot 3 koppels gehouden kunnen worden.

  • Om voor deze “groep” een globale indeling te maken is toch wel iets ingewikkelder, toch wil ik enkele voorbeelden geven. Van bijv. Vieja zonata is bekend dat het een zeer felle rakker is, om bij deze soort nog één andere robuuste soort te houden, dan moet je gauw denken aan een aquarium van minimaal 250x60x60 cm. Paraneetroplus soorten staan bekend om hun behoefte aan zeer snelstromend water, echte “zwemmers” dus,deze soorten moeten we dan ook een aquarium bieden van minimaal 200 cm. kantlengte.  Ik weet uit eigen ervaring dat “Cichlasomasalvini als deze jongen hebben een groot territorium opeisen, deze soort valt in eerste instantie onder de groep van tot ± 15 cm., doch als ze jongbroed verzorgen, hebben ze toch wel wat meer ruimte nodig, een aquarium van ± 200x60x50 cm. Komt dan eerder in zicht. Dit zijn o.a. enkele dingen waar je bij de aanschaf van deze soorten toch wel rekening moet houden.

  • Hoeveel vissen willen we gaan houden, dit klinkt misschien als een rare vraag, doch ik heb hier al zoveel over gezien en gehoord en ben daar zelf ook mee de fout ingegaan, dus daarom stel ik hem toch! Vele aquarianen beginnen met een gezelschapsbak en zijn dus gewend om a) vele vissen bij elkaar te houden en b) vele soorten. Als je Midden-Amerikaanse cichliden wilt gaan verzorgen zijn dit 2 dingen welke je snel moet vergeten, daar het grote individuen zijn. Een gemiddeld aquarium kan maximaal 4 soorten herbergen, dus uiteindelijk maar 8 vissen. Ik weet uit ervaring dat dit een hele moeilijke keuze is, omdat er zoveel mooie vissen zijn en daarin een keus maken is vreselijk moeilijk, doch er is gewoon niet meer ruimte voor meer vissen, doe je dat wel, dan zal het hoogstwaarschijnlijk op een mislukking uitlopen, omdat de vissen elkaar zullen verjagen, opjagen en zelfs zullen beschadigen of afmaken. Om het heel simpel naar ons zelf te vertalen als wij ons huis moeten delen met een ander gezin dan zal dat ook niet goed gaan. We kunnen de natuurlijke leefomstandigheden maar ten dele nabootsen. Dus om het als laatste maar zo uit te drukken probeer je daarin te beheersen! Een uitzondering hierop zijn de Thorichtys, Theraps en Paraneetroplus soorten, bij deze cichliden kunnen we ook “bijvissen” houden zoals bijv. zalmpjes, levendbarenden en meervallen.

  • Gebruik maken van natuurlijke hulpmiddelen bij de inrichting. Hierbij denk ik dan in hoofdzaak aan rolkeien en kienhout. Richt je een bak in met div. rolkeien en kienhoutstronken, dan begrijpt u dat je meerder vissen kunt herbergen als in een vrij kale bak, zeker als je het op een manier doet zodat er natuurlijk gevormde territoria ontstaan.

Tip: een algemene tip wat betreft de afmetingen van een Midden-Amerika bak is het volgende; de diepte (grondoppervlak.) is belangrijker i.v.m. de te vormen territoria, als de hoogte van de bak, uiteraard moeten we natuurlijk rekening houden met de "vorm" van de vis. Om als  voorbeeld te geven; een Herichthys pearsei, deze soort wordt ± 45 cm. lang en gemiddeld toch zo'n 18 cm. hoog moeten we natuurlijk niet in een aquarium onderbrengen 40 cm. hoogte, daarentegen bijvoorbeeld Paraneetroplus bulleri een soort welke gemiddeld zo'n 30 cm. lang wordt, maar niet hoog gebouwd, hierbij zou dat wel kunnen. Wat heel belangrijk is om een zo’n natuur getrouwe weergave te krijgen qua inrichting is dat de gebruikte materialen de werkelijkheid benaderen en ze zo vloeiend mogelijk in elkaar overlopen.

Tip: bouw het geheel vanaf de kale bodem op, begin hierbij met het leggen van de stenen en kienhoutstronken en breng daarna het zand pas aan, hierdoor loopt alles vloeiend in elkaar over en lijkt het veel natuurlijker als dat je de stenen enz. op het zand legt. Wat ikzelf hiervoor gebruik is gewoon metselzand met hierdoor gemengd, veel grind en kiezels ter grootte van walnoten, rolkeien i.p.v. scherp gevormde stenen en veel vertakte kienhoutstronken. Wat betreft de achterwand van het aquarium, hierin zijn vele kant en klare te koop bij de aquariumhandel, doch ik prefereer meer een zelf gemaakte achterwand, daar deze vaak wat natuurlijker ogen. Ik maak mijn achterwanden van tempex met tegellijm en afgeschilderd met schoolbordenverf en acrylverf, meestal probeer ik een oeverkant situatie van een rivier na te bootsen, wat met deze materialen heel goed te maken is.

Welke soorten samen houden
Een grove stelregel hiervoor is: houd soorten bij elkaar welke in de natuur ook bij elkaar voorkomen. En andere stelregel is: houd geen soorten bij elkaar welke tot hetzelfde geslachtssoort behoren, zij zullen elkaar als concurrenten of als partners zien en kun je evt. kruisingen krijgen. Deze informatie kun je uit de nodige literatuur halen of aan mensen vragen welke de biotopen daar bezocht hebben. Natuurlijk zijn zoals op alle regels weer uitzonderingen, daarom wil ik graag enkele voorbeelden noemen;


Rivier: Rio Almoloya, toeloper van de Rio Coatzacoalcos, deze rivier is snelstromend en bezaaid met vele rolkeien en de overkanten bevatten veel in het water gevallen bomen en takken.

Soorten welke je goed bij elkaar kunt houden:
 - Vieja regani met “
Cichlasoma” salvini
 - Paraneetroplus bulleri met “bijvissen”
 - Thorichtys “spec. Quatzacoalcos” met Thorichthys callolepis en “bijvissen” 

 



Rivier: Rio Candelaria, een rivier welke ontspringt op de grens met Guatamala en uitmondt in de Golf van Mexico. Deze rivier is op zijn breedste punt ongeveer 50 meter breed en heeft daar een gemiddelde diepte van 7 meter. De bodem bestaat voornamelijk uit een laag sediment en langs de kanten veel rietkragen met in het water gevallen bomen en takken.


Soorten welke je goed bij elkaar kunt houden:
 - Vieja synspila met Petenia splendida
 - Vieja synspila met “Cichlasoma” salvini
 - Vieja pearsei met Astaheros robertsoni
 - Thorichtys meeki met Thorichthys helleri en bijvissen.

Rivier: Rio de la Sierra, een toeloper van de machtige Rio Grijalva een zeer snelstromende rivier welke een zanderige bodem heeft bezaaid met vele kleine en grote rolkeien.

Soorten welke je goed bij elkaar kunt houden:    
 - Vieja bifasciata met Vieja intermedia
 - Paraneetroplus gibbiceps met
Theraps lentiginosus
 - Thorichtys helleri met bijvissen.

 

 

 

Rivier: Rio Chancala, een toeloper van de machtige Rio Usumacinta een snelstromende rivier welke een zanderige bodem heeft welke bezaaid is met vele rolkeien, aan de oeverkanten veel in het water gevallen bomen en takken.
Soorten welke je goed bij elkaar kunt houden:    
 - Theraps irregulare met Thorichthys meeki en bijvissen
 - “Cichlasoma” nourissati met Petenia  splendida
 -  Thorichthys meeki met Thorichthys helleri en bijvissen
 -  Vieja argentea met “Cichlasoma” pearsei.

Dit zijn enkele voorbeelden van soorten welke je goed bij elkaar kunt houden, uiteraard zijn er nog vele te verzinnen, ik heb me hoofdzakelijk beperkt tot soorten uit Mexico, Belize en Guatamala, omdat in deze landen de meeste cichlidensoorten voorkomen van geheel Midden-Amerika en ook omdat ik hiermee de meeste ervaring opgedaan hebt.   

Technische hulpmiddelen
Wat betreft de technische hulpmiddelen is mijns inziens het filter met bijbehorende pomp het belangrijkste voor een cichlidenaquarium. Er zijn vele soorten filtersystemen, te veel om in dit artikel te behandelen, wel wil ik bij enkele stilstaan. Als eerste een eenvoudig maar doeltreffend filter, het zgn. “snelfilter”, dat is een vat welke gemaakt kan zijn van roestvrij staal of van kunststof rioleringsbuis met schroefdeksels en welke voorzien is van een centrale verwarmingspomp. Deze pompen hebben in de meeste gevallen een debiet van ± 2000L/uur, zodat je een redelijk snelstromende rivier kunt nabootsen in je aquarium. Het vat kan gevuld worden met div. filtermaterialen, zoals bijv. lavasteentjes ter grootte van een tennisbal, keramische pijpjes filtersponsen enz. Wel moet dit materiaal vrij grof zijn van structuur, daar waar het het filter binnenkomt i.v.m. een goede doorstroming en fijner van structuur daar waar het het filter weer verlaat, dit geldt overigens voor de meeste filtersystemen. Een ander goed filtersysteem is de zgn. “bioloog” of ook wel “nat-filter” genoemd, dit systeem kan geïntegreerd zijn in het aquarium, of als losse bak onder het aquarium staan. Het bestaat uit meerdere compartimenten, waar het water zigzaggend doorheen stroomt. Als laatste wil ik nog het “droog-nat filter” noemen, vaak ook aangeduid met “druppelfilter”. Dit filter heeft een “droog” compartiment welke gevuld kan worden met bijv. bioballen, schuimpatronen o.i.d., boven dit substraat draait dan een sproeibuis welke het water wat uit het aquarium komt over dit subraat “druppelt”, hierna komt dan het “natte” gedeelte, de bioloog zoals hiervoor omschreven, het voordeel van dit systeem is dat het water heel veel zuurstof in zich opneemt. Mijn ervaring is dat, je kan nog zo’n geweldig filtersysteem bezitten, maar een wekelijkse of twee wekelijkse waterverversing van een derde van de inhoud van het aquarium blijft noodzakelijk. Dit omdat M-A cichliden toch wel grote vervuilers zijn, zodat je op die manier de vele afvalstoffen zoals nitriet e.d. afvoert. Naast een goed filtersysteem, is een goed werkend verwarmingselement natuurlijk onontbeerlijk. Pas hiermee goed op waar je deze neerhangt, het zal niet de eerste keer zijn dat een grote cichlide zo’n  element kapot stoot, tijdens de voorbereidingswerkzaamheden van het afzetten, omdat ze hierbij alles wat volgens hun in de weg ligt aan de kant “schuiven”. Verder is een goede en degelijke verlichting onontbeerlijk, hierbij nog opgemerkt dat de meeste M-A cichliden een matige verlichting op prijs stellen boven een “bak met licht”.

Verzorging en voeding
Wat versta ik onder een goede en juiste verzorging? Ik denk dat we onze dieren moeten verzorgen zoals we zelf graag behandeld willen worden. Het belangrijkste vind ik toch zoals reeds eerder vermeld, dat we vissen in één aquarium stoppen, welke elkaar ook “kennen” uit de natuur, dus geen voedselconcurrenten en familieleden zijn, verder is rust in de bak ( hier versta ik onder; de inrichting en het visbestand niet steeds wijzigen.) ook zeer belangrijk, zodat  ze weten waar de territoriagrenzen liggen en deze niet om de haverklap moeten bevechten en opnieuw moeten uitzetten. Zoals ook reeds vermeld de wekelijkse waterverversing en een juiste en uitgebalanceerde voeding. Wat betreft de voeding, hierover kan ik kort zijn. Zoals reeds geschreven heeft iedere soort zijn voorkeur voor een bepaald voedsel, doch in het algemeen kun je deze soorten met alle mogelijke soorten levend- diepvries- en droogvoer verwennen, uitgezonderd rode muggenlarven, Tubifex en runderhart, hiermee moet je met de meeste vissen oppassen. Algemeen wil ik zeggen; voer zo afwisselend mogelijk en liefst meerdere malen per dag kleine porties en last gerust een "vastendag" in, want er gaan meer vissen dood door teveel en te vet eten, als door te weinig eten. In de natuur moeten ze ook hun uiterste best doen om hun kostje bij elkaar te schrapen.

Slot
Zoals in de aanhef van dit artikeltje reeds geschreven, staan deze vissen bekend als moeilijk te houden, ik hoop hiermede dit enigszins weggenomen te hebben en bij u de interesse gewekt te hebben om het ook eens met deze vissen te gaan proberen. Wel moet ik U hierbij zeggen dat U moet beschikken over “enig” geduld, dit omdat deze vissen hun uiteindelijke kleurenpracht pas zullen tonen als ze ongeveer 2 jaar oud zijn. Als laatste wil ik nog graag kwijt, dat als je deze dieren zo natuurgetrouw mogelijk huisvest (dit is eigenlijk niet mogelijk maar toch) je aquarianenhart sneller zal gaan kloppen, zeker als deze vissen je verblijdden met nakroost. ZE VERDIENEN HET!

 
RocketTheme Joomla Templates