Peckoltia_ligospila.jpg
Vieja intermedia Afdrukken

Eerste beschrijvingen

In de eerste beschrijving werd de Vieja intermedia in de familie Heros ondergebracht.
Synoniemen voor deze soort zijn Heros augulifer (GÜNTHER 1862) en Acata rectaugularis -STEINDACHNER 1864. Vrij vertaald betekent augulifer en rectaugularis: "een rechte hoek dragend." Het materiaal van Günther stamt uit de Rio Santa Isabel in Guatemala, dat van Steindachner ergens uit Mexico.
Vandaag worden beide Taxa als synoniem voor één soort gebruikt; die Günther eveneens in 1862 als Heros intermedius beschreef en welke nu thans Chuco intermedium heette. Ook dit materiaal kwam uit Guatemala, en wel uit het Petenmeer. Günther bedacht voor deze dieren een zelfstandige soort. Daarom deze eigenaardige soortnaam intermedius, wat zoveel betekent als tussenliggende
Actuele geldige naam = Vieja intermedia

Soorttypische kenmerken

Tegenwoordig zwemmen twee verschillende vormen van de Vieja intermedia in onze aquaria. De ene stamt uit de Rio Chamula (Tulija-systeem) en bezit op een helder beige-bruine ondergrond de rechte hoek die voor Vieja intermedia  zo typisch is. Ook de andere karakteristieke elementen; zoals de kleine donkere puntjes op de flanken aan de binnenzijde van de hoek en de gevlekte oneven schubben zijn hier voor handen. De verticale vinnen kunnen, afhankelijk van de lichtinval, helder blauw schijnen. Hoe groot de dieren in het aquarium worden, is tot op heden niet bekend, maar 20 cm bereiken zij zeker. In de vrije natuur komen grotere dieren voor.

De tweede vorm, stamt eveneens uit een ander Tulija-zijrivier, de Rio Notutum. In tegenstelling tot de Chamula-dieren is hun grondkleur helder, witachtig grijs. Jongere dieren tot een grootte van vijf à zes centimeter een eveneens duidelijke hoektekening. Met toenemende groei wordt de afbakening van de hoektekening steeds vager. Uiteindelijk treden enige niet duidelijk van elkaar te onderscheiden verticale banden naar voren, zodat op de flank een donkere wolkenband ontstaat.

Verschillende schubben dragen nu een verticale zwarte streep, zodat opgroeiende en volwassen dieren van deze vorm de naam "hoekcichlide" niet meer waardig zijn. Tijdens de broedperiode verandert de tekening zich zo ver, dat de heldere grondkleur bijna sneeuwwit wordt, zodat de zwarte tekeningen nog contrastrijke te voorschijn komen. Maar ook dan is geen duidelijk hoekpatroon meer te zien. Vieja intermedia is een typische Theraps. In de natuur verkiezen deze vissen de diepere, vrijere en snelstromende zones, waarin zij zich ten minste buiten broedperiode ophouden. Hun vluchtinstinct is gelijkwaardig alle Theraps. Zij verbergen zich bij gevaar niet in eender welk oeverhol, kienhoutformatie of andere beschutting, maar vluchten zonder meer naar sterk stromende en diepere waterzones. De Vieja intermedia  verkiezen helder, snelstromend en zuurstofrijk water, met een redelijk hoge totaalhardheid en carbonaathardheid (12,5 GH en 12 KH in de Rio Notutum) en een duidelijke alkalische pH-waarde (8,85). De temperaturen kunnen variëren tussen 24 en 28ºC , in de droogteperiode.

Voeding

Vermoedelijk voeden de vissen zich in de natuur als omnivoor, maar zeker staat vast dat ook plantaardige kost op het menu staat. In hun natuurlijke omgeving kan men vaststellen, dat deze Vieja intermedia  soms algenaanwas van de vaste substraten afgraast, zoals wij dat van verschillende Afrikaanse cichliden kennen. Hun voorliefde voor plantaardige voeding laten de Vieja intermedia ook in het aquarium blijken.

Daarom is het moeilijk deze dieren in beplante aquaria te houden, want ook grotere waterplanten zoals Vallisneria en Echinodorus laten zij niet onberoerd. Zij voeden zich zonder probleem met de alledaagse soorten: zij eten even graag vlokkenvoer van de wateroppervlakte als kleine of grotere in het water zwevende voedselbrokken. Bijzonder graag nemen Vieja intermedia kreeftachtigen tot zich, zoals Mysis, Krill en zoetwaterkreeftjes.

De bij gelegenheid in aquaristische literatuur vermeende gedachte dat Vieja intermedia een schubbeneter zou zijn, berust allicht op een beoordelingsfout: zoals alle Theraps kunnen ook Vieja intermedia onder elkaar nogal agressief zijn, bijzonder wanneer zij in te kleine aquaria gehouden worden of wanneer zij nakomelingen te verdedigen hebben. Komt het tot heftige vechtpartijen tussen soortgenoten of soortvreemde vissen, proberen zij hun opponent precies op het achterste lichaamsdeel of de staartwortel te treffen. Met hun tandenstel welk zich uitstekend leent om algen van een vast substraat af te grazen, kunnen zij hun tegenstander zwaar kwetsen. De schubben zijn sowieso verdwenen. Uit zulke beoordelingen zou het gerucht ontstaan zijn dat Vieja intermedia schubbeneters zouden zijn.

Voortplanting.

De voortplanting van deze cichlide verloopt over het algemeen volgens het stramien van de typische "open substraat" broeders. In het aquarium verkiezen de Vieja intermedia ietwat verdoken liggende vlakke afzetsubstraten; in eerste instantie vlakke stenen, waarbij het geen rol speelt, of zij verticaal schuin of horizontaal staan of liggen. Wanneer zich een paartje gevormd heeft -geslachtsrijpe dieren vanaf 12 tot 14 cm.-, dan duurt het niet meer lang voor het afzetten. De dieren poetsen zorgvuldig het uitgekozen afzetsubstraat waarbij het vrouwtje bijzonder actief is. Dan glijden de partners na elkaar over het afzetsubstraat. Het vrouwtje brengt de relatief grote bruinachtige transparante eieren aan. Dadelijk volgt het mannetje om ze te bevruchten. Bij een grootte van 14 centimeter produceren intermedium vrouwtjes reeds een legsel van 20 tot 300 eieren.

Na het leggen neemt het vrouwtje de taak op zich het legsel te bewaken. Het staat constant met de vinnen wiegend boven de eieren en verlaat deze positie zelfs tijdens de voedertijd niet. Het mannetje bekommerd zich in de periode tussen het leggen en het vrij zwemmen, ongeveer acht dagen, nauwelijks om zijn nakomelingen.

Tijdens deze periode is hij nog agressiever en controleert zelf in een groot aquarium de gehele bodemoppervlakte als zijn territorium. Hij zorgt met bliksemsnelle uitvallen en beten ervoor dat geen enkele vis in de nabijheid van de legplaats komt. Eerst wanneer het jongbroed voor de eerste maal vrij zwemmen in de hogere regionen van het aquarium, komen het vrouwtje en mannetje weer tezamen. Nu staan beide ouderdieren gemeenschappelijk in of boven de zwerm, waarbij het mannetje ook nu zorgt voor het verjagen van mogelijke vijanden.

Het jongbroed zwerft onder hoede van de ouders door het aquarium, voortdurend op zoek naar voedsel op één van de substraten. Het optrekken van jonge Vieja intermedia is even gemakkelijk als alle andere opensubstraat broedende Cichlasoma-soorten uit de Theraps groep.

Ook bij Vieja intermedia staat vast dat een paarvorming niet steeds stand houden moet. Het gezamenlijk verzorgen van één mannetje met meerdere vrouwtjes zal tot gevolg hebben dat het mannetje na verloop van tijd met alle vrouwtjes afgezet heeft. De paarvorming duurt zolang tot er geen verzorging van jongbroed meer noodzakelijk blijkt. Het mannetje zal dan het vrouwtje verdrijven, en zal het niet lang meer duren, of een ander vrouwtje wordt tot partner genomen.

Bibliografie

 *Staeck & Linke: Amerikanische Cichliden 2- GrosseBuntbarsche. 1984
*Stawikowski & Werner: Die Buntbarsche der Neuen Welt.1985
*Konings: Cichlids from Central America. 1989.

 

Amerikagroep Cichlidae België:
Bart Valkeneers
Johan Detaille
Johny Vanpaeschen

 
RocketTheme Joomla Templates