FY003.jpg
Apistogramma cacatuoides Afdrukken

Betta Buggenhout 

 

We gaan het hier hebben over een dwergcichlide,Apistogramma cacatuoides; welke afkomstig is uit het noordoosten van Zuid-Amerika en meer bepaald het  Amazone rivierstelsel: de Ucayali-rivier, Peru, de Amazone en de Solimôes riviers; vanaf de Rio Pachitea tot Tabatinga.
De mannelijke exemplaren (ongeveer 8 cm) zijn veel mooier dan de vrouwelijke (4 cm). De lichaamsgrondkleur is krachtig olijfgroen. Deze kleur wordt door sterk blauwgroen iriserende schubben overtrokken. Keel en buik zijn lichter van kleur, en vooral tijdens de balts in de paartijd heftig geel. Zeer effectvol zijn de oranje gekleurde vlekken in de rug-, staart-, en aarsvin.

Zij laten de planten met rust en verlangen geen al te groot voedsel.
In de natuur worden ze veelal aangetroffen op bodems bestaande uit fijn zand en rottende bladeren. Zij zoeken beschutting tussen de oevervegetatie, boomwortels en takken tegen hun belangrijkste vijand de Crenichicla-soorten.

Uit ondervinding raad ik U aan in het aquarium waarin zij vertoeven een gezelschap van kleine begeleidingsvisjes neer te zetten, een kleiner blijvende zalm-soort bijvoorbeeld. Indien deze niet aanwezig zijn is de kans groot dat men onze Apistogramma heel weinig te zien zal krijgen !

Voor de kweek neemt men een bakje van 60 cm. Het zijn holenbroeders waarbij de man-moeder-familie geldt, de polygame mannetjes vormen in hun territorium een harem. Men plaatst dus best een aantal kleine bloempotjes of halve kokosnootschalen, die men zodanig opstelt dat de wijfjes elkaars broedsel niet direct in het oog krijgen. Wij laten dit bakje vollopen  zacht, zwak zuur, water en zo hebben wij alle ingredienten voor een geslaagde kweek.

Na enkele uren zal het mannetje zich ontpoppen als een versierder eerste klas en zal binnen enkele uren tijd met meerdere aanwezige wijfjes paren. Deze laatste kleven hun eitjes aan het dak van hun inmiddels tot broedbak gekozen bloempotje. De eieren worden door het wijfje met zorg beschermd en komen al naar gelang de temperatuur (in de natuur kan die gauw oplopen tot 30°C), na ongeveer drie dagen uit, zodat men na een goede week de verschillende wijfjes trots met een schare jongen door de bak ziet paraderen.

De opfok geschiedt verder zonder problemen zodat ik deze visjes zeker kan aanbevelen voor iemand die eens een kweekje wil proberen met een Apistogramma.

Van deze soort bestaan echter een aantal kleurenvarieteiten, die in het mannelijke geslacht duidelijke veschillen vertonen. Er bestaan o.a. exemplaren met grijze vinnen en rode vlekken in de staartvin, met turkooiskleurige vinnen en gele vlekken, evenals  blauwachtige dieren zonder vlekken in de staartvin.

 

 

 
RocketTheme Joomla Templates