Nuphar_pumila.jpg
Het houden en verzorgen van discussen Afdrukken

De Discusvrienden

Bij vele aquarianen is de overtuiging dat discusvissen moeilijke gasten zijn, nog steeds diep geworteld. Uiteraard zijn discussen geen beginnervissen (‘onbekend maakt onbemind’), maar indien men enkele basisregels in acht neemt, kunnen deze prachtige dieren voor vele jaren plezier zorgen.
 Als voorzitter van de Belgische Discusvrienden vind ik het steeds de moeite waard om een aantal vooroordelen aangaande het houden van discussen uit de wereld te helpen en - wie weet – worden zodoende enkele mensen over de streep getrokken om het ook eens te proberen.
Om u in de sfeer te brengen kan ik het beste de inleiding aanhalen uit de brochure van onze tweede tentoonstelling in 1996: ‘Zelden heeft een vissoort zoveel stof doen opwaaien en inkt laten vloeien als de discus, die door velen beschouwd wordt als een van de mooiste aquariumvissen. Nu eens fascineert hij je en brengt je in vervoering, dan weer drijft hij je tot wanhoop en bezorgt je slapeloze nachten. Maar één ding is zeker: indien je hem eenmaal in huis hebt gehad, kun je moeilijk meer zonder!’ Men zij dus gewaarschuwd...

Een stukje geschiedenis

 Tot en met de eerste helft van de twintigste eeuw was de discus een haast mythische vis. Er was nog zeer weinig over bekend en het houden ervan in een huisaquarium was slechts weggelegd voor de happy few. De peperdure vissen - voor zover ze het transport van Zuid-Amerika naar Europa al overleefden - stierven meestal na korte tijd een roemloze dood wegens gebrek aan een gepaste verzorging. Er was al helemaal geen sprake van kweken.
In de jaren vijftig slaagde de Duitser dr Eduard Schmidt-Focke erin met wildvangdieren te kweken en deden - dank zij selectieve kweektechnieken - de eerste blauwe discussen hun intrede. In Amerika werd Jack Wattley in dezelfde periode wereldberoemd met zijn turkooizen discussen. Deze twee mensen waren op dat ogenblik echter witte raven in de aquariumwereld, want discussen bleven erg duur en moeilijk te houden. Het zou nog tien jaar duren eer de discus gemakkelijker werd nagekweekt. Door dit kweeksucces daalden in de jaren ’60 - ’70 de prijzen stilaan tot aanvaardbare waarden. Met als gevolg een stijging van het aantal discusliefhebbers.
 
Identiteit

 De discus dankt zijn naam aan zijn vorm: hij lijkt inderdaad op een rechtopstaande schijf. De totale lengte - gemeten van neus tot staartpunt - van een volwassen dier bedraagt vijftien à twintig cm. Vaak zijn de mannetjes iets groter en forser dan de wijfjes, maar een absolute regel is dit niet. Hij behoort in het zoölogische systeem tot de klasse der beenvissen (Osteichthyes), de onderklasse der straalvinnigen (Actinopterygii), de orde der baarsachtigen (Perciformes) en hierin tot de familie der cichliden (Cichlidae). Deze zeer soortenrijke familie is onderverdeeld in verscheidene geslachten. Het geslacht Symphysodon (letterlijk: met in de kaak vergroeide tanden) omvat uitsluitend de discus.
Alle nakweek komt voort uit kruisingen tussen de eerder vermelde wildvangsoorten. Jaarlijks komen er nieuwe variëteiten bij door ver doorgedreven, selectieve kweektechnieken. Vooral uit zuidoost  Azië (Thailand, Singapore, Hongkong, Maleisië) bereiken ons massaal opmerkelijke kweekresultaten, waarvan de namen vaak getuigen van een rijke fantasie: Marlboro, Oriental Dream, Mozart Red, Golden Sunrise, Green Leopard, Snake Skin Cobra... om er maar enkele te noemen. Of dit een goede zaak is of niet, wil ik liever in het midden laten: over smaken valt nu eenmaal niet te twisten!
Door dit ‘creatieve’ aspect in de discuskweek wordt het steeds moeilijker om discussen in te delen in categorieën. Toch is dit soms noodzakelijk, zeker bij het organiseren van een kampioenschap, daar de criteria bij het beoordelen van een wildvangdiscus nu eenmaal anders liggen dan bij nakweekvariëteiten.
 Organisatoren van discuskampioenschappen zijn steeds op zoek naar een verantwoorde onderverdeling van na-gekweekte vissen, maar dit is iets waar men waarschijnlijk nooit zal uitraken. Andere factoren spelen immers ook een belangrijke rol bij de indeling in categorieën, o.a. het aantal deelnemende vissen, de verscheidenheid van de aangeboden variëteiten enz.
Het hart van menig discusliefhebber gaat (nog steeds) vooral uit naar wildvangdieren en terecht: pure, natuurlijke schoonheid kun je inderdaad slechts zelden evenaren, laat staan verbeteren. Toch is er voor de verzorging van wildvang wat meer kennis en feeling vereist en blijft dit beter het terrein van de meer ervaren liefhebber. Gelukkig is er tegenwoordig voor de beginnende discusliefhebbers voldoende nakweek te verkrijgen. Met (hopelijk) minder roofbouw op de natuur als gevolg. Of discussen nu bruin, blauw, rood of gespikkeld zijn is van minder belang: als ze maar mooi rond en gezond zijn en de verzorging krijgen, die ze verdienen.
 
De biotoop

Het natuurlijke milieu van de discus situeert zich in het Amazonebekken. Dit stroomgebied met een oppervlak van 7.000.000 km2 bevloeit Peru, oost Colombia, Venezuela en Brazilië, die we dus als thuislanden van de discus mogen beschouwen. Discussen zijn meestal niet in de eigenlijke stroom of in de hoofdrivieren te vinden, maar eerder in kleinere zijstromen en meren. Deze biotopen worden vooral gekenmerkt door een geringe waterdiepte, trage stroming, weinig begroeiing en vrij steile oevers met afhangende takken en wortels. Tussen al dit hout voelt de discus zich thuis en leeft er in groepjes van een vijftigtal dieren in beschaduwde en tamelijk donkere plaatsen.

De wateren in het Amazonegebied kan men in drie typen indelen: wit water (troebel, leemachtig), helder water (helder, groenachtig) en zwart water (helder, donkerbruin). Deze drie watertypen ontstaan door verschillen in de geologische en klimatologische omstandigheden. Alle drie zijn ze arm aan mineralen. Discussen treft men vooral aan in wit en helder water, maar meer nog in de mengeling hiervan, aangezien hun leefmilieu zich vaak in de mondingsgebieden van de zijrivieren situeert. Daar dit mengwater aan zo vele veranderingen onderhevig is (bv. het niveauverschil kan - afhankelijk van het seizoen - tot zestien meter bedragen!), is het onmogelijk na te bootsen. Dit is eigenlijk ook niet nodig, gezien het grote aanpassingsvermogen van de discus. Ook temperatuurschommelingen moet hij kunnen verdragen: bij lage waterstand na een langdurige droogte is de watertemperatuur immers gevoelig hoger dan in het regenseizoen.

De discuskweek in zuidoost Azië

Je kunt er niet naast kijken: terwijl Duitsland jarenlang de bakermat was van nakweekdiscussen, wordt de markt het laatste decennium van de twintigste eeuw markt overspoeld met variëteiten uit zuidoost Azië.
Voor het kweken van discussen op grote schaal in zg. discusfarms zijn de omstandigheden er haast ideaal: de temperatuur bedraagt gemiddeld over het jaar 32° C, water en levend voer zijn overvloedig voorhanden en arbeidskrachten zijn zeer goedkoop. Pure luxe dus als je deze omstandigheden vergelijkt met de onze: hoge elektriciteit- en waterrekeningen, dito milieubelastingen, duur voer enz.
In 1970 zetten Singapore en Thailand hun eerste aarzelende stappen op de discusmarkt. Ze kweekten met bruine discussen, die roodachtig kleurden door het veelvuldig voederen met Artemia. Deze vissen werden geëxporteerd naar het buitenland, maar zodra ze het gebruikelijke voer kregen, verdween de rode kleur weer, wat uiteraard leidde tot teleurstellingen. De Aziatische discussen werden al gauw bestempeld als ‘rommel’. Na een tijdje hadden de kwekers hun lesje geleerd en kochten ze in het buitenland mooi gekleurde vissen uit de kweeklijnen van Schmidt- Focke en Wattley. Door selectiever te kweken slaagden ze er al snel in om ook zeer mooie turkooizen dieren op de markt te brengen.
Intussen was men ook in Hongkong met het kweken van discussen begonnen. Tussen de drie landen ontstond een hevige concurrentiestrijd. Ze probeerden hun kosten te drukken, wat uiteraard een weerslag had op de kwaliteit. Tevens werd er bespaard op de verzending, wat ook weer ten koste van de vissen ging. Bovendien hadden ze de kwalijke gewoonte aangenomen om bij het geringste ongemak kwistig antibiotica toe te dienen - vaak zelfs preventief! - met een toenemende resistentie tegen geneesmiddelen als gevolg. Problemen en ziektes stapelden zich op, wat de ingevoerde vissen uit Azië een zeer slechte reputatie bezorgde.
Het duurde nog tot midden jaren tachtig vooraleer er een soort evenwicht was gevonden. Vanaf nu slaagden de Aziatische landen erin om talrijke variëteiten te kweken, die kwalitatief hoogwaardig zijn en niet méér ziektes onder de leden (vinnen?) hadden dan de vissen uit de traditionele kweeklanden.
Ook Maleisië heeft intussen een plaats op de discusmarkt veroverd. Gedurende enkele jaren moesten zij - wegens gebrek aan knowhow - hun vissen exporteren via Singapore, maar ook dit probleem is intussen opgelost. De grootste kweekcentra bevinden zich op het eiland Penang.
Een goede verzorging voorkomt vele problemen. De discus is na vele jaren van vallen en opstaan, van ervaring opdoen en kennis uitwisselen, tegenwoordig veel beter aangepast aan het leven in een aquarium. Door zijn uitstraling dwingt hij respect en toewijding af. Niemand verplicht je om discussen te houden, maar indien je er toch mee begint, geef ze dan de levensomstandigheden, waar ze recht op hebben. Ze vragen nu eenmaal wat meer verzorging dan de meeste andere aquariumvissen. Zonder affectieve band worden ze op termijn veronachtzaamd en verwaarloosd. Met als gevolg verkommering, ziekte en uiteindelijk de dood van deze eens zo fascinerende vissen.
De discus heeft een hekel aan troebel en vies water, dus verdient de filtering heel wat aandacht. Een biologisch filter is van groot belang. Het vulmateriaal hiervoor moet een groot oppervlak bezitten zoals bioballen, kwartskiezel, lavasteenkorrels, siporax enz. De bacteriënflora die zich hierin vestigt, maakt van de filter een echt zuiveringsstation. Omdat men deze best niet (of slechts gedeeltelijk) mag reinigen - de nuttige bacteriënlaag zou anders telkens weer afgebroken worden - is een mechanisch voorfilter een must. Voor de mechanische filtering zijn bv. fijne en grove nylonwatten geschikt. Doel van deze filter is het voorkomen van zweefvuil in de biologische filter: hij moet dus vaak gereinigd worden. Zeer nuttig is ook de droog-/natfilter, die zich buiten het aquarium bevindt. Deze wordt gevuld met poreus materiaal en dient hoofdzakelijk om veel zuurstof in het water te brengen. De combinatie van een droog-/natfilter met een biologische filter geeft een tienmaal hoger rendement! De filters moeten dag en nacht draaien. Om het water chemisch te beïnvloeden kan men turf en actieve kool toepassen. Kool wordt hoofdzakelijk gebruikt om kleurstoffen, chemicaliën en medicamenten uit het water te filteren en moet nadien worden verwijderd. Turf onthardt het water, verlaagt lichtjes de pH, verhoogt het gehalte aan organische stoffen en kleurt het water donker. De turf moet regelmatig worden ververst.
Gezonde discussen zijn niet kieskeurig en hebben altijd trek. In hun natuurlijke omgeving eten ze hoofdzakelijk zoetwatergarnalen en larven van eendagsvliegen. In onze aquaria geven ze de voorkeur aan dierlijke kost zoals witte, zwarte en rode muggenlarven, Artemia, Mysis, krill, Enchytraeën (spaarzaam gebruiken: zeer vet) en vers mosselvlees. Het verdient aanbeveling het levend voer eerst in te vriezen om aldus ongewenste parasieten te doden. Ze eten ook graag levende Tubifex, maar hiermee moeten we erg voorzichtig zijn (vervuiling, dus grondig en langdurig spoelen). Een goed vervangingsvoer voor discussen is fijngemalen runderhart (of kalkoenhart, wat lichter verteerbaar is voor jonge vissen), waaraan men vitaminepreparaten en ballaststoffen kan toevoegen (groenten!). Bij ingewijden, die discusvissen houden, circuleren er talloze recepten voor het bereiden van runderhart. Het ideale recept is nog niet uitgevonden: iedere liefhebber heeft zo zijn eigen geheimpjes. Droogvoer kan slechts als aanvulling gebruikt worden. Voor jonge vissen komen nog in aanmerking: pekelkreeftjes (Artemia), bosmiden, Moina, watervlooien (Daphnia), grindalwormpjes, Cyclops en droogvoertabletten. Zorg vooral voor afwisseling in het menu.
 
De discus in het gezelschapsaquarium

Vele discusliefhebbers geven er de voorkeur aan hun vissen in een zg. ‘steriel’ aquarium te houden zonder bodembedekking, planten of kienhout. Voor het kweken is dit inderdaad het gemakkelijkste, maar er is geen enkele reden, waarom men discussen niet in een mooi ingericht aquarium met alles erop en eraan zou kunnen houden. Integendeel! Natuurlijk is de inrichting van een aquarium een kwestie van eigen smaak, maar ik zal proberen enkele algemene richtlijnen te geven als rugsteuntje.
In een ingericht aquarium houden we maximaal één volwassen discus per vijftig liter water. Ook hier geldt de regel: ‘overdaad schaadt’. Toch mogen we niet uit het oog verliezen, dat de discus een scholenvis is. Een groepje van een zestal dieren is wel het minimum. Als vuistregel kunnen we stellen, dat alleen vredelievende, niet te grote vissen uit dezelfde streken als de discus in aanmerking komen om ze gezelschap te houden. De volgende vissenfamilies zijn hiervoor geschikt: kleinere zalmsoorten (kardinaaltjes, roodkopzalmen...) en cichliden (P. ramirezi...), Corydoras, meervallen... Heb je een zeer groot aquarium, dan kan de majestueuze pracht van een groepje Pterophyllum altum je discusaquarium helemaal af maken. Meervallen - vooral dan de L-nummers - zijn de laatste jaren erg populair geworden. Het zijn vaak goede geworden. Ze doen (meestal) geen vlieg of discus kwaad en hun soms monsterlijk voorkomen zorgt voor een aparte noot in onze aquaria. Het enige nadeel is, dat sommige soorten erg groot worden (bv. Plecostomus): tijdens hun nachtelijke activiteiten verstoren ze soms wel de nachtrust van onze discussen. Informeer dus bij de aankoop naar de uiteindelijke afmetingen van de volwassen exemplaren. Bovendien durft een Plecostomus zich wel eens vast te zuigen aan een discus: enige waakzaamheid is dus wel geboden!

De toepassing van een donkere bodem - samen met een donkere achterwand en veel kienhout - is wel erg somber: zo komen de discussen vaak niet mooi op kleur. Met een lichte bodembedekking komen de kleuren van de discussen veel beter tot hun recht. Het gebruik van kienhout verdient aanbeveling. Het mooiste effect verkrijgt men met kienhoutwortels, die zodanig aangebracht worden, dat ze de indruk geven van in het water hangende boomwortels. Ze vormen een ideale schuilplaats, ook voor eventuele Ancistrussen. In het discusmilieu komen slechts weinig waterplanten voor. Hier moeten we dus wat afwijken van de natuur en een compromis maken: goed groeiende planten dragen zoveel bij tot een gezond en evenwichtig aquarium (opneming van nitraten), dat we even de Amazone moeten vergeten en het welzijn van onze vissen vooropstellen. Maak het plantenbestand niet te bont en beperk je tot enkele sterke soorten. De hoge temperaturen in onze aquaria, het zachte en kalkarme water zijn immers niet de ideale omgeving voor veel waterplanten. Voornamelijk sterke, forse planten met opgaande stengels en bladeren komen in aanmerking (Vallisneria-, Echinodorus- en Hygrophila-soorten). Ook enkele drijfplanten (Pistia stratiotes, Ceratopteris) mogen niet ontbreken. Zij zorgen voor gedempt licht en de in het water hangende wortels creëren een exotisch effect.
 
De kweek

Vroeg of laat krijgt iedere discusliefhebber wel eens de kriebels om met zijn vissen te kweken. Het is dan ook een boeiend schouwspel om de vertederende broedzorg van discussen gade te slaan. Eerste vereiste is uiteraard een goed koppel. Het geslachtsonderscheid is bij discussen nauwelijks vast te stellen. Vaak hebben mannetjes een soort wimpeltje aan hun rugvin, doch ik heb al stoere mannetjes gehad, die wimpelloos door het leven zwommen, maar evengoed voor massa’s nakomelingen hebben gezorgd. Enkel bij het afleggen kan men het vrouwtje duidelijker van het mannetje onderscheiden: het vrouwtje heeft een stompe legbuis, bij het mannetje is de legpapil spitser. Gezien het moeilijke geslachtsonderscheid en het feit dat niet elk mannetje met elk willekeurig vrouwtje wil paren of omgekeerd, is het dus het beste een aantal volwassen dieren (vanaf vijftien à achttien maanden) bij elkaar te zetten en te observeren.
Hebben twee vissen een oogje op elkaar, dan gaan ze zich wat afzonderen en agressiever opstellen tegenover hun medebewoners. Ze zwemmen steeds naar elkaar toe met golvende, duikende bewegingen. Hun kop en staart zien bijna zwart en ook hun vinnen vertonen een zwarte zoom. In een verder stadium beginnen ze een voorwerp te poetsen (afzetkegel, blad van een plant, aquariumruiten...) en blijven hier heel stil voor hangen, terwijl er regelmatig een siddering door hun lichaam loopt. Dan begint een soort ‘proefaflegging’: het vrouwtje - bij wie de legbuis al zichtbaar is - gaat van onder naar boven over het afzetsubstraat, doch er komt nog niets. Dit duurt soms een hele dag of langer. (De enthousiaste eigenaar zal nu natuurlijk geneigd zijn het koppel te vangen en apart te zetten, doch het is raadzaam het eerst eens te laten afzetten om te zien of het wel een echt koppel is. Pas wanneer men larfjes ziet, kan men daar zeker van zijn). Na het proef-afleggen gaan de vissen over tot het echte werk. Het vrouwtje deponeert haar eitjes snoervormig, meestal van onder naar boven, op de door haar gekozen plek. Na elk rijtje maakt ze even plaats voor het mannetje, zodat deze de eitjes kan bevruchten. Na het afleggen bewaken en bewaaieren beide ouderdieren het legsel.

Na 2 1/2 à 3 dagen komen de jongen uit. De ouderdieren zuigen ze uit de omhulsels en deponeren ze elders. De larven blijven nog aan het afzetsubstraat kleven met drie kopklieren en voeden zich met hun dooierzak. Larfjes die naar beneden vallen, worden door de ouders opgeraapt en teruggespuwd tussen hun broertjes en zusjes. Weer drie dagen later beginnen de larfjes vrij te zwemmen. Het is nu zeer belangrijk dat ze de weg naar hun ouders vinden, die intussen een soort huidslijm (secreet) hebben aangemaakt. Dit is de eerste dagen het enige voedsel voor de jonge visjes. Deze ‘grazen’ nu constant in het gebied van kop, rug en rugvin van hun ouders. Beide ouders wisselen elkaar af bij het voeden van hun kroost. Na vijf à zeven dagen moeten we beginnen bijvoeren met Artemianaupliën. Na drie à vier weken worden de jongen van hun ouders gescheiden. Ze eten nu bijna alles wat ze in hun bekje krijgen: Cyclops, kleine watervlooien, fijngemalen runderhart alsook de zeer handige droogvoertabletten. Voeder de jonge visjes meermaals per dag met gevarieerd voedsel: een groeiachterstand in deze periode wordt slechts zeer moeizaam ingehaald. Ideale maten voor een kweekbak zijn 50 x 50 x 50 cm.

De aanschaf van discussen

Wanneer je discussen wilt houden, is het natuurlijk van het grootste belang met gezonde dieren te starten. Naast ziekelijke of in groei achtergebleven dieren kun je ook te maken hebben met jonge discussen met een twijfelachtige of onvoldoende gekende afkomst. Het gevolg hiervan kan zijn, dat je thuiskomt met vissen, die enige maanden later in de verste verte niet lijken op de prachtige discussen die je in diverse boeken tegenkomt. Wend je dus tot een betrouwbare handelaar of kweker: het aanschaffen van discusvissen, jong of oud, is werkelijk een zaak van vertrouwen.

  • Neem de tijd en bekijk de gewenste discus minstens een kwartier, terwijl hij in de verkoopbak rondzwemt. Elke goede handelaar of kweker zal hiervoor begrip hebben.
  • Let op de grootte: een acht weken oude discus moet ongeveer vier cm zijn; een eenjarige, bijna volwassen discus meet van kop tot staart ongeveer zestien cm
  • Discussen moeten rond zijn: langgerekte dieren hebben een groeiachterstand of zijn genetisch niet in orde. Deze achterstand ziet men ook aan te lange vinnen en te grote ogen in verhouding tot het lichaam. Oudere dieren (vanaf 4-5 jaar) verliezen vaak hun mooie, ronde vorm en krijgen een ietwat bultige kop.
  • Langdurig zieke vissen zijn mager en hebben vaak een mesrug; de huid rond de ogen is ingevallen, de kleur is vaal. De vis is schuw, donker en lusteloos.
  • Let op de uitwerpselen van de dieren: afhankelijk van de voeding moet de ontlasting roodbruin tot zwart zijn. Vissen met witte, slijmachtige uitwerpselen hebben vaak darmparasieten.
  • Ook vissen met de zo genaamde ‘gatenziekte’  laat je beter zitten: je ziet hierbij diepe kraters boven de neus en rond het kopgedeelte.
  • Kijk nauwlettend naar de kieuwen. Bij jonge discussen moeten de kieuwdeksels volledig zijn uitgegroeid. Te korte, misvormde of openstaande kieuwdeksels zijn het gevolg van vitamine-, mineralen- of zuurstofgebrek: dit komt nooit meer goed.
  •  Ademt de vis moeilijk door één kieuw, terwijl de andere dicht blijft, schiet hij schrikachtig door de bak en heeft hij de neiging zich aan alles te schuren, dan heeft hij waarschijnlijk kieuwwormen.
  • De kleur van de ogen (meestal rood of barnsteenkleurig) heeft niets te maken met de gezondheidstoestand van de discus. Dit is een kwestie van persoonlijke voorkeur. Wel moeten de ogen helder zijn.
  • Jonge vissen zijn haast kleurloos (met uitzondering van enkele Aziatische variëteiten): pas na drie à vier maanden begint de discus kleur te bekennen. Koop dus geen kleine discussen met felle kleuren: zij werden waarschijnlijk met hormonen behandeld (of zijn achter in groei!) en zullen deze mooie kleurtjes dan ook snel verliezen.
  • Vraag de verkoper de vissen in uw bijzijn te voeren of minstens te doen alsof: ook zonder voedsel te geven komen ze snel naar de plek, waar ze steeds eten krijgen. Een gezonde discus is zeer nieuwsgierig, niet angstig en heeft altijd trek. Vraag ook wat de dieren gewend zijn te eten en neem, indien mogelijk, wat van dit voedsel mee naar huis.
  •  Eenmaal thuis met je nieuwe aanwinst(en) speel je best op veilig door de vissen in quarantaine te zetten. Indien ze na 1 maand goed eten en je er verder niets verkeerds aan merkt (en je het nodige geduld hebt kunnen opbrengen om zo lang te wachten), kun je met een gerust hart je nieuwe huisgenoten in hun definitieve verblijfplaats onderbrengen.

Tot slot

Beste lezers, ik hoop jullie met deze uiteenzetting een heldere kijk gegeven te hebben op de discushobby en de lange (lijdens)weg, die vele dieren hebben moeten afleggen om ons met hun schoonheid te verblijden. We denken dat onze club terecht fier mag zijn op het feit dat vele discussen - dank zij de gedeelde ervaring en knowhow van onze clubleden - een langer en gezonder leven in onze aquaria kunnen leiden. Het is ooit anders geweest.

Wie meer over deze mooie hobby wil vernemen, is steeds welkom op een van onze clubavonden. De aankondiging van deze evenementen kunt u steeds terugvinden op onze website.

 
RocketTheme Joomla Templates