EndlerGuppy.jpg
Notopteridae - Mesvissen Afdrukken

Siervis Leuven

Mesvissen hebben, volgens sommige auteurs, hun naam niet gestolen. Hun sterk zijdelings samengedrukt lichaam en hun raar gestructureerde vinnen, doen blijkbaar denken aan een mes. Ik moet eerlijk toegeven dat ik, met de beste wil van de wereld, de gelijkenis niet zie. Misschien heb ik niet genoeg fantasie, wat ik eerlijk gezegd betwijfel, of misschien zagen de messen er vroeger anders uit dan nu!

Mesvissen, die behoren tot de familie van de Notopteridae, komen in de Oude Wereld voor. Ze leven uitsluitend in langzaam stromende of stilstaande zoete wateren, met veel vegetatie. Het water kan overdag zeer warm en dus ook zeer zuurstofarm worden. We hebben al gezien dat labyrintvissen dit probleem oplossen door atmosferische lucht op te nemen en die te stockeren in hun labyrintorgaan. Mesvissen kunnen ook supplementaire lucht inademen, maar slaan die op in hun sterk ontwikkelde zwemblaas.

Door hun speciale lichaamsbouw zijn er in de constitutie van de mesvissen enkele opmerkelijke aanpassingen gebeurd. De rugvin is vaak totaal verdwenen, of is nog in een minimale vorm aanwezig. De aars- en staartvin zijn tot één geheel vergroeid. Door er een golfbeweging mee te maken, kunnen ze zowel vooruit als achteruit zwemmen. Spijts hun bizarre vorm kunnen ze toch een behoorlijke snelheid ontwikkelen. Door het feit dat de versmolten aars- en staartvin ver naar voren reikt, is ook de aarsopening ver naar voren geschoven en bevindt zich onder de borstvinnen. Hierdoor liggen de organen en de darmen vlak achter de kop. Het lichaam is bedekt met zeer fijne schubben. Het zijlijnorgaan is duidelijk waar te nemen. Ook de neustentakels zijn duidelijk te zien. De naar verhouding zeer grote bek, is toegerust met talloze kleine tandjes.

Mesvissen werden al in 1912 ingevoerd. Over het algemeen kan men stellen, dat het houden van deze vissen op zichzelf geen probleem vormt. Ze stellen geen speciale eisen aan de waterkwaliteit, alhoewel de Afrikaanse soorten licht zuur water verkiezen. Omdat het schemerdieren zijn, die pas bij valavond actief worden, moeten we daar rekening mee houden bij het inrichten van hun aquarium. Ze schuwen sterk licht en verstoppen zich graag achter kienhout en tussen een dichte vegetatie. De temperatuur mag oplopen van 25 tot 28°C. Als voedsel, komt uitsluitend dierlijke kost in aanmerking. Dit kunnen wormachtigen zijn, zoals Tubifex, rode muggenlarven, Enchytraeën en regenwormen, maar ook slakken en vissen worden graag gegeten. In het aquarium zijn ze alleen verdraagzaam tegenover grotere vissen. Soortgenoten daarentegen worden heftig aangevallen. Door hun grote vraatzucht kunnen ze, in een mum van tijd, korte metten maken met kleinere medebewoners. De meeste soorten worden veel te groot, om ze in een gezelschapsbak te houden. Als ze je toch bekoren, richt dan, om alle gebeurlijke ongelukken te voorkomen, voor hen een grote bak in.

De Aziatische soort, Chitala chitala, wordt 90cm lang en wordt, ondanks de vele, zeer fijne graten, in Thailand, Indië en Myanmar gegeerd als consumptievis. De Notopterus notopterus komt, buiten in de eerder vernoemde landen, ook voor op Java en Sumatra. Hij wordt 30cm groot. Afrika levert ons de Papyrocranus afer  , die voorkomt van Cameroen tot Congo. Ook hij wordt, in groten getale, voor consumptiedoeleinden gekweekt.

Xenomystus nigri, de kleine Afrikaanse mesvis, die voorkomt langs de gehele westkust van Afrika en in het stroomgebied van de Nijlbronnen, bereikt in gevangenschap toch nog een lengte van 20cm.

Ook in de Nieuwe Wereld komen enkele soorten voor, maar er bestaat geen enkele verwantschap met de Afrikaanse of Aziatische soorten. De Amerikaanse soorten behoren tot de familie van de Gymnotiformes.

De Eigenmannia virescens, die door aquarianen gewoonweg glasmesvis genoemd wordt, leeft in het volledig tropisch gebied en in een deel van het subtropisch gebied van Zuid-Amerika. Hij kan een lengte bereiken van 45cm. De rugvin ontbreekt totaal. Hij eet ook uitsluitend dierlijke kost en groeit niet al te snel. Jonge dieren zijn volledig transparant. Later krijgt hij een groenachtige kleur.

Apteronotus albifrons is wellicht de mooiste van de mesvissen uit de Nieuwe Wereld en wordt ook het meest ingevoerd. Zijn lichaam is zwart, maar hij heeft een witte ring rond de staart. Bij deze soort zie je nog resten van een staartvin. Hij wordt in de handel aangeboden als hij 12 of 15cm groot is, maar hij kan een lengte bereiken van 50cm.

De Gymnotus carapo wordt 60cm en heeft de reputatie zeer onverdraagzaam te zijn. Het lichaam is lila en wordt doorstreept met schuine, evenwijdige witte dwarsstrepen.

 

Al de vertegenwoordigers van de Gymnitiformes beschikken over elektrische organen. Daar het achterste gedeelte van het lichaam geen vitale organen bevat, kan het gebeuren dat een agressor de achterste helft van hun lichaam afbijt en er mee aan de haal gaat. De vis in kwestie besterft het niet. Sterker nog, het ontbrekende stuk wordt, op enkele maanden tijd, volledig geregenereerd.

Zoals je zelf kan zien, zijn mesvissen, door hun lichaamslengte en door hun slecht karakter, niet geschikt om in een gewoon gezelschapsaquarium gehouden te worden. Als je soorten tegenkomt, waar je niets over weet, raad ik je aan je koopdrang te bedwingen en eerst informatie in te winnen over het gedrag van die bewuste vissen. Als je dat niet doet, vrees ik dat je een groot risico loopt en dat je, vroeg of laat, voor onaangename verrassingen zal komen te staan.

 
RocketTheme Joomla Templates