vosjes.jpg
Brachydanio rerio Afdrukken

Dit visje in de volksmond, ‘zebraatje’ genoemd, is wat wij noemen ‘een echt beginnervisje’. Het behoort tot de onder soort Danioninae van de grote familie der Cyprinidae. Als vindplaats kunnen we het oostelijk deel van India vermelden.

Hoe ziet het visje eruit ?

Het is een 6 tal cm groot. Het is in de lengte gestreept met een viertal gele strepen op een staalblauwe achtergrond. De aarsvin is doortrokken met drie strepen en is wit omzoomd. Borst – en buikvinnen zijn kleurloos.

Hoe wordt het verzorgd ?

Dit zeer levendige visje dat met alle medebewoners in vrede leeft, komt het best tot zijn recht in een niet te sterk belichte bak met een verkieslijke lengte aan om en bij 1 meter. Hierin houden we het in een schooltje van 10 tot 15  stuks.  Pas dan kunnen we echt genieten van dit soms miskende maar toch steeds mooie visje. En als we zeggen mooi, dan bedoelen we hier de wildvorm of goed gekweekte vorm en niet die miserabele, gedegenereerde misbaksels die we maar al te vaak in de handel aantreffen.

Veel te vaak primeert bij het kweken het aantal en de kwaliteit komt slechts op de tweede plaats, uitzonderingen natuurlijk daargelaten. Want hoe vaak gebeurt het niet dat we danio's aantreffen waarvan de staalblauwe ondergrond vervaagd is tot een matzwart en van die felle gele lijnen nog alleen een witte waas is overgebleven.

Men zegt : ”dat visje is met weinig tevreden, neemt zowel droog als levend voer en stelt geen eisen aan het water”. Goed, maar tracht het dan ook niet met nog minder te doen en zorg in de eerste plaats voor afwisseling in het voedsel. De keuze is trouwens veel groter dan je zelf denkt. Om nog maar enkele voorbeelden te noemen : vis, mosselen, garnalen, sla, eierdooier, enz... dit alles natuurlijk gemalen en fijngewreven. Verder dan de gekende watervlo, Tubifex en muggenlarven. Neem eens de proef op de som en je zal gegarandeerd versteld staan van het bekomen resultaat. Wat tenslotte de temperatuur betreft, kunnen we dit visje best houden rond 22°C.

Hoe wordt het gekweekt ?

Dit kan op twee manieren gebeuren.

  • Meest natuurlijke methode : 

    We richten een bakje in van 40 cm lang, 25 cm breed en 30 cm hoog en dit op de volgende manier. Na grondig reinigen van het bakje wordt een laag goed gewassen rijnzand gelegd, waarin we na het vullen met water, tot op een hoogte van 15 à 20 cm, de planten vastzetten.
    Hiervoor  worden best fijn-bladerige planten en een zeer dichte bodembeplanting gebruikt, daar deze visjes grote liefhebbers zijn van kaviaar of beter hun eigen eitjes. Is het bakje op deze manier ingericht, dan brengen we het water op een temperatuur van om en bij de 25°C . Is deze bereikt, dan laten we het bakje een drietal dagen staan, om dan, de visjes erin onder te brengen. Plaatsen we nu het bakje zo, dat de morgenzon er kan in schijnen, dan kunnen we, als we vroeg uit de veren zijn, gewoonlijk reeds de volgende morgen genieten van het mooie schouwspel van de paring, waarbij het mannetje zich vertoont in zijn mooiste kleuren.
    De paring geschiedt als volgt; na een schijnbaar eindeloos jagen en rond elkaar zwemmen komt het mannetje naast het vrouwtje te liggen, waarbij onder een sidderende beweging de ei-uitstoting plaats vindt. Op hetzelfde ogenblik worden deze door het mannetje bevrucht zodat we van een rechtstreeks contact tussen beide visjes niet kunnen spreken. Her en der zien we de eitjes in het rond vliegen zodat we hier te doen hebben met zogenaamde vrijleggers. Zien we na verloop van tijd, dat de visjes meer interesse beginnen te vertonen voor de eitjes  dan voor elkaar, dan is de tijd aangebroken om de oudjes te verwijderen. Nu kunnen we het bakje best afschermen met wat krantenpapier of dergelijke tegen te scherp licht. Na 24 uur, afhankelijk van de temperatuur kunnen we dit papier wegnemen, en zien we de larfjes reeds als kleine glassplintertjes aan de ruiten hangen. Nog 24 uur later zien we ze reeds de eerste schuchtere pogingen ondernemen om te zwemmen. Dit is voor ons het teken om te beginnen met het toedienen van het eerste voedsel. Dat bestaat uit infusorien. Dit zijn eencellige diertjes, die we verkrijgen door aardappel, hooi, koolraap of bananenschil te laten rotten in water (hetgeen uiteraard behoorlijk stinkt). Later schakelen we dan over op Artemia. Nog later gezeefde watervlooien en dan verder gewoon groot voer. Gewoonlijk kan men tussen de 100 en 200 jongen verwachten.
  • Met kunstmatige middelen :

    Hiertoe nemen we een zelfde bakje als hierboven beschreven, maar gaan nu bij het inrichten op een andere manier te werk. In plaats van zand op de bodem, gebruiken we nu keitjes of knikkers en enkel in een hoek van het bakje een bosje planten. Het doel van deze knikkers is dat de eitjes ertussen vallen en zodoende worden de visjes belet op het einde van de paring hun eitjes op te eten. Verder gebeurt alles zoals onder vorig methode beschreven. Gewoonlijk heeft men bij deze manier van kweken een groter aantal jongen.

 

Veel succes met de kweek, en denk eraan, dat voor een liefhebber de kwaliteit primeert en het aantal pas op de tweede plaats komt.

Literatuur : Geschubde Exoten; H.C.Oskam (Vissenatlas BBAT)

 
RocketTheme Joomla Templates