Ludwigia_glandulosa.jpg
De Zwaarddrager wildvormen voor iedere aquariaan interessant Afdrukken

Poecilia (NL).

Heckel beschreef in 1848 drie levendbarende tandkarpers uit Mexico waarvan er één later tot de bekendste en veel gehouden aquariumvissen zou gaan behoren. Een kenmerk van levendbarende tandkarpers is de bij de mannetjes tot geslachtsorgaan omgevormde aarsvin (het gonopodium). Dit kenmerk deed Heckel besluiten om deze drie vissen als Zwaarddragers te bestempelen en hij beschreef dan ook het genus als Xiphophorus en de soorten als X. helleri, Pseudoxiphophorus bimaculatus en Poeciliopsis gracilis. De soort die als eerste werd beschreven (X. helleri) is tegenwoordig bekend als Zwaarddrager. Het meest kenmerkende van deze soort is de verlenging van de onderste vinstralen van de staartvin bij de mannetjes en er wordt dan ook vaak aangenomen dat de naam Zwaarddrager hier naar verwijst.
 
De functie van het zwaard van de mannelijke Zwaarddragers is onderzocht. Het blijkt dat mannetjes met een zwaard bij vrouwtjes de voorkeur hebben boven collega’s zonder zwaard. Ook vrouwtjes van de nauw verwante zwaardloze Platy’s of Zwaarddrager soorten waarvan de mannetjes een kleiner of geen zwaard bezitten, hebben een voorkeur voor mannetjes met een groter zwaard. Het idee is dan ook dat de vissen uit het genus Xiphophorus een stamvader met een zwaard hadden. Voor sommige soorten weegt blijkbaar de verminderde kans op voortplanting niet op tegen de afname van het zwemvermogen en de groter kans om door predatoren te worden opgegeten.
 
Rond 1908 waren de eerste levende Zwaarddragers beschikbaar voor de hobbyisten en vanaf dat moment zijn ze niet meer weg te denken uit de aquaria van vele liefhebbers. Het feit dat zowel de variabele natuurlijke populaties als de nauw verwante Platy’s (X. maculatus - Günther, 1866) en (X. variatus - Meek 1904) eenvoudig met elkaar te kruisen bleken, had al snel tot gevolg dat er vele kleurvariëteiten beschikbaar kwamen. In latere jaren kwamen hier ook nieuwe vormen bij met een afwijkend vinnenstelsel. In 1960 trof Thelma Simpson enkele Zwaarddragers met hoge vinnen aan in de door haar gehouden stam. Het lukte haar om dit kenmerk te isoleren en daarna is de hoge rugvin door vele kwekers in zowel Platy- als zwaarddragerstammen ingekweekt. De naam Simpson, die wordt gebruikt voor deze hoge rugvin, verwijst nog steeds naar Thelma Simpson.
 
Een andere vorm, die regelmatig wordt aangetroffen, is de Lyra, die door de viskweker Don Adams is doorgekweekt. Hierbij zijn alle vinnen verlengd, dit heeft tot gevolg dat ook het gonopodium van de mannetjes enorm groot is. Hierdoor is het voor deze mannen niet mogelijk om vrouwtjes te bevruchten. Voor de kweek van deze vorm moet gebruik worden gemaakt van een vrouwtje met de Lyra-factor en mannetjes met een normaal vinnenstelsel. Ongeveer 50% van de nakomelingen heeft dan weer de verlengde vinnen.
De vele mogelijkheden die de Zwaarddragers zowel qua kleur als vorm bieden, hebben er toe geleid dat er in de hedendaagse aquariumwinkels alleen kweekvormen van de Zwaarddrager worden aangeboden en dat de wildvormen slechts door een kleine geroep gespecialiseerde liefhebbers wordt gehouden. Dit is op zich jammer, omdat er onder de wildvormen vele fraaie en interessante soorten zijn die relatief eenvoudig te houden zijn. Hoewel de kleuren meestal niet zo uitgesproken zijn, als bij de
kweekvormen, zullen de meeste soorten bij een juiste verzorging een fraaie kleur en/of tekening laten zien.
De verzorging van de meeste wilde Zwaarddrager soorten is relatief eenvoudig en een groot deel is geschikt voor een gezelschapsaquarium als er aan een aantal eisen wordt voldaan. Voordat ik een aantal soorten uit het genus zal bespreken, wil ik eerst een aantal eisen noemen, die voor de meeste soorten van toepassing zijn. Indien er een soort is die andere eisen stelt, dan de algemene eisen, dan staat dit bij de desbetreffende soort vermeld.
Zwaarddragers zijn omnivoren en het is van belang dat het voedselaanbod hierop word afgestemd. Droogvoer kan best een wezenlijk bestanddeel van het voedselaanbod vormen, maar een aanvulling in de vorm van leven- en/of diepvriesvoer is voor het gezond houden van de Zwaarddragers over langere termijn noodzakelijk. Wanneer er in het aquarium algen voorkomen, zullen de Zwaarddragers deze afgrazen op zoek naar aanvullend plantaardig en klein dierlijk voedsel.
 
Aan de waterssamenstelling worden geen extreme eisen gesteld.
Middelhard water met een neutrale zuurgraad is goed. Het is wel van belang dat er regelmatig water wordt ververst. Een verslechtering van de waterkwaliteit heeft een grote invloed op de vitaliteit.
De mannetjes hebben een balts waarvoor ze wel de nodige ruimte moeten hebben. Afhankelijk van de grootte van de soort moet het aquarium voor een groepje Zwaarddragers minimaal 80 cm lang zijn. De balts, waarbij de mannetjes voor- en achteruit zwemmen, is een uitermate interessant aspect van de Zwaarddragers en ook in het aquarium is dit interessante gedrag goed waarneembaar. Bij de vele kweekvormen is dit gedrag vaak niet meer aanwezig. Het feit dat deze zijn ontstaan door soorten te kruisen is hier mede debet aan.
 
De Zwaarddragers worden vaak in twee verschillende groepen ingedeeld:
- De zuidelijke of grote Zwaarddragers. Het verspreidingsgebied van deze soorten omvat de stromen en meren van de Atlantische kant van Mexcio, Guatamala, Belize en Honduras. Binnen deze groep heeft een soort als de Groene Zwaarddrager (X. helleri) een verspreidingsgebied van ongeveer 1.100 kilometer lengte, terwijl een soort als X. signum (Rosen & Kallman, 1969), slechts in één deel van de rivier voorkomt. Deze groep omvat vijf soorten inclusief de recentelijk beschreven X. mayae (Meyer & Schartl, 2002).
- De noordelijke of kleine Zwaarddragers. Deze zijn allen afkomstig uit de Río Panux stroomgebied aan de Atlantische kust van Centraal Mexico. Een aantal van deze soorten is pas in 1990 beschreven. De bekendste soorten zijn X. cortezi (Rosen, 1960) en X. montezumae (Jordan & Snyder, 1901). Op dit moment behoren er negen soorten tot deze groep, Ook in de natuur komen natuurhybriden voor en dit heeft al vaak tot verwarring geleid bij het determineren van de vissen. Vooral deze soorten kleinere Zwaarddragers komen vaak samen in één biotoop voor. Hier worden vaak vruchtbare hybriden aangetroffen, wat het herkennen bijna onmogelijk maakt.
 
Hieronder worden uit elke groep enkele soorten kort behandeld. Lezers die meer willen weten over deze interessante groep, raad ik het uitstekende boek van Derek en Pat Lambert aan. De eerste soorten behoren tot de zuidelijke of grote Zwaarddragers en de laatste tot de noordelijke of kleine Zwaarddragers.
 
De Groene Zwaarddrager, X. helleri, (Heckel, 1848)

Dit is ongetwijfeld de bekendste Zwaarddrager. De vele kweekvormen worden ook vaak onder deze naam aangeboden.
In het grote verspreidingsgebied wordt de soort aangetroffen in zowel snelstromend als stilstaand water. Over het algemeen zijn de populaties die in snelstromend water voorkomen slanker ven vorm dan de populaties uit stilstaand water. Ook qua kleur en tekening zijn Zwaarddragers zeer variabel. De meest noordelijke populaties hebben een donkere lengtestreep op het lichaam en helemaal aan het zuiden van het verspreidingsgebied hebben de Groene Zwaarddragers rode onderbroken strepen. Ook de kleurtekening van het lichaam kan erg variabel zijn. Dit komt ook binnen een enkel biotoop voor. Zo komen in de Río Atoyac geheel blanke en meer of minder zwartgevlekte vissen voor. Ook kunnen er rode mannetjes worden aangetroffen. De tekening in de staartwortel kan per individu in één biotoop ook erg verschillen. In een aquarium is het bijna ondoenlijk om het complete scala aan kenmerken uit sommige biotopen vast te houden. Er vindt al snel een selectie plaats.
De Groene Zwaarddrager heeft een groot aquarium met veel zwemruimte nodig. Wanneer dit het geval is, zullen de mannetjes hun interessante balts,  waarbij ze snel achteruit zwemmen, regelmatig uitvoeren. Mede door dit gedag zijn de grote, uitgeroeide vissen al snel goede blikvangers. Gezien de grote variatie in de natuur, verdient het aanbeveling om te kiezen voor vissen uit één biotoop, om op deze wijze zoveel mogelijk de natuurlijke kenmerken vast te houden.
 
De Kommazwaarddrager, X. signum (Rosen & Kallman, 1969)

Deze soort wordt slechts aangetroffen in de Río Chajmaic in Guatemala. Het meest opvallende kenmerk is het zwarte teken in de onderste stralen van de staartvin. Bij de mannetjes valt deze tekening samen met de zwarte band rondom het gele zwaard, bij de vrouwtjes is het goed zichtbaar. Een ander verschil met de Groene Zwaarddrager is de rugvin, deze is aan de achterkant lager dan aan de voorkant. Het lichaam is lichtbruin van kleur en over het slanke lichaam loopt in de lengte een donker bruine streep. De vrouwtjes hebben een drachtigheidsvlek. De mannetjes worden tot 7,5 cm lang, de vrouwtjes kunnen een lengte van 10 cm bereiken.
De Kommazwaarddrager is eenvoudig te houden en de verzorging in gelijk aan die van de Groene Zwaarddrager. Een watertemperatuur van 22 °C is voor deze soorten voldoende.
Hoewel er geen kruisingen tussen deze en andere soorten bekend zijn, is het niet verstandig om de soort met een andere Zwaarddrager te houden. De jongen zijn nauwelijks te onderscheiden van die van andere soorten en dit leidt bij het uitvangen al snel tot verwarring.
 
De Gele Zwaarddrager, X. clemenciae (Alvarez, 1959)

De kleinste soort uit de groep van de grote Zwaarddragers is tevens de fraaiste soort. De volgroeide mannetjes hebben een blauwpaarse glans op het lichaam, met twee tot vier uit puntjes bestaande rode strepen lopen. Ook in de staartwortel bevinden zich enkele rode punten. Het relatief korte zwaard van de mannetjes is geel met de bekende zwarte zoom
De soort heeft een geringe verspreiding in de bovenloop van de Río Sarabia en enkele stroompjes in de omgeving. Hier komt de soort soms samen met o.a. de Groene Zwaarddrager voor.
De verzorging en kweek is niet altijd even eenvoudig. Een temperatuur van boven de 22 °C kan al snel leiden tot sterfte onder met name de volwassen dieren. Daarnaast dient het water van een goede kwaliteit te zijn en is het noodzakelijk om regelmatig een groot deel van het water te verversen.
Als het goed gaat, zal deze Zwaarddrager zich snel voortplanten. Per worp kunnen er ongeveer dertig jongen worden geboren en indien er voldoende schuilplaatsen aanwezig zijn, zal er altijd een aantal overblijven.
 


De volgende in dit artikel besproken soorten behoren tot de noordelijke of kleine Zwaarddragers.
 
De Cortez-zwaarddrager, X. cortezi (Rosen, 1960)

De Cortez-zwaarddrager heeft een redelijk groot biotoop in het Panuco-stroomgebied. Hier komt de soort voor in snel stromende rivieren met een rotsachtig bodem. Zowel de mannetjes als de vrouwtjes hebben een
nettekening op het lichaam. De mannetjes hebben een kort zwaard en een grotere rugvin dan de vrouwtjes. Afhankelijk van de populatie zijn de rug- en staartvin van de mannetjes geel of blauw gekleurd en hebben beide geslachten op het lichaam en in de rugvin meer of minder zwarte vlekken. Deze soort wordt reeds jarenlang ingevoerd en blijkt goed en eenvoudig te houden en te verzorgen. Ook in een gezelschapsaquarium voelt deze soort zich thuis. De mannetjes vormen een territorium en verdedigen dit tegen de andere mannetjes. Wanneer het aquarium niet erg groot is, zullen er slechts enkele of zelfs maar één mannetje zich volledig ontwikkelen. In een groter aquarium vanaf 100 cm lengte, hebben meer mannetjes de gelegenheid om zich gelijktijdig volledig te ontwikkelen. Wanneer de mannetjes in een goede conditie zijn, hebben ze op het lichaam enkele donkere dwarsbanden. De kweek is eenvoudig en in een goed beplant aquarium zal er altijd een aantal jongen uitgroeien. Een temperatuur van rond de 22 °C is ook voor deze soort voldoende. Lagere temperaturen worden zonder problemen
verdragen.
 
De Montzuma-zwaarddrager, X. montezumae (Jordan & Snyder, 1901)

Deze soort is afkomstig uit het noordelijke stroomgebied van de Río Santa Maria, die een onderdeel van het Río Panuco stroomgebied vormt.
Het meest opvallende kenmerk van deze soort is het lange zwaard van de mannetjes. Van alle Zwaarddragers heeft deze soort relatief het langste zwaard. De tekening is erg variabel en afhankelijk van de populatie bevinden zich meer of minder vlekken op het lichaam. De rugvin van de mannetjes is groter dan die van de vrouwtjes en bevat meestal zwarte vlekken. De zeer aantrekkelijke Montezuma-zwaardrager kan het beste in een groep worden gehouden. Hoewel de soort niet erg vruchtbaar is, blijven er zeker in een goed beplant aquarium voldoende jongen over om de vissen te vermeerderen. Het zijn goede zwemmers die een ruim aquarium van minimaal 110 cm met een goede randbeplanting nodig hebben om goed tot hun recht te komen. Een afwisselend dieet en een regelmatig waterwisseling is voor deze soort van belang.
 
De Dwergzwaarddrager, X. pygmaeus (Hubbs & Gordan, 1963)

Één van de kleinste soorten, zoals de naam reeds aangeeft, waarvan de vrouwtjes tot maximaal 4 cm lang worden. De mannetjes blijven ongeveer een ? cm kleiner. Meest opvallend is de zwarte lengtestreep over het lichaam. De grondkleur is over het algemeen geelwit, maar er zijn ook populaties bekend waarvan de mannetjes goudkleurig zijn. De mannetjes hebben een zeer kort zwaardje wat soms nauwelijks als zodanig herkenbaar is. Overigens lijken de mannetjes van deze soort erg op het kleine type mannetjes van Xiphophorus multilineatus. De vrouwtjes hebben een drachtigheidsvlek.
De soort komt onder andere uit de snelstromende Río Axtla waar ze zich in de bijna stilstaande delen ophouden. Het is dus niet nodig om een aquarium met veel stroming voor deze soort in te richten. Een te hoge temperatuur is, zeker over een langere periode, schadelijk voor deze soort. Een temperatuur van rond de 22 °C is voldoende. Bij voldoende voeding en voldoende schuilplaatsen voor de net geboren jongen, is het niet nodig om de vrouwtjes apart te zetten.
 
Ik hoop dat ik door bovenstaande korte beschrijvingen heb aangetoond dat er binnen het genus Xiphophorus veel meer Zwaarddragers voorkomen dan de algemeen verkrijgbare kweekvormen van de Groene Zwaarddrager. Praktisch alle wilde soorten zijn op dit moment bij gespecialiseerde hobbyisten aanwezig en zeker de moeite van het houden en kweken waard.

 
RocketTheme Joomla Templates