Paracanthurus_hepatus_2.jpg
Hasemania nana – Koperzalm Afdrukken

Siervis Leuven

De koperzalm werd voor het eerst ingevoerd in 1937 en alhoewel hij uit Brazilië kwam en men er dus van uitging dat hij bijgevolg wel een zorgenkind zou zijn, ontzenuwde dit prachtige visje alle ongunstige veronderstellingen die over hem werden gemaakt

Zijn leefgebied strekt zich uit van Rio Sao Francisco in het oosten tot Rio Purus in het westen en de stad Bahia in het noorden. Hij wordt zowel in wit water als in zwart water gevonden. Hij houdt zich het liefst op in een kalme en ondiepe zone van een rivier of een beek.

Deze biotopen ondergaan met de wisselende seizoenen ingrijpende veranderingen. In het droge seizoen is de pH er licht zuur tot neutraal. In het regenseizoen stijgt de waterspiegel, treden de waterlopen buiten hun oevers en voeren een hoop rottende planten in hun loop mee. Deze geven op hun beurt looistoffen af, die het water aanzuren. De pH valt dan terug van 7,5 op 6;2. In de Rio Tapajos, waar de koperzalm ook voorkomt, varieert de pH over een jaar genomen van 7,7 naar 4,5.

Wellicht bestaan er van dit visje lokale varianten en verklaart dit de verwarde naamgeving. Ooit heette hij Hasemania melanura, later Hasemania marginata en nu gaat hij door de vissenwereld als Hasemania nana.

Net als koper kan dit zalmpje fonkelen of dof glanzen. Alles zal afhangen van de manier waarop je hem verzorgt. Hou je hem in zacht, zuur water zal hij door het aquarium dartelen als een flonkerend juweel, want jawel deze koperzalm is echte klasse.

Hij heeft alle kwaliteiten waaraan een ideale aquariumvis moet voldoen. Hij is klein (4 à 5 cm). Het visje is kleurrijk, zeker de mannetjes. Hij doorstaat in dat zacht zuur water aanvaardbare schommelingen in de pH zonder enig teken van onbehagen. Ook de temperatuur mag variëren van 22 tot 28°C zonder dat het hem deert. Hij eet letterlijk alles dat in zijn eerder kleine bekje past en leeft in harmonie met zijn medebewoners. Ook de kweek is geen huzarenstuk, als je weet hoe je het moet aanpakken.

Laat ons eerst beginnen bij de luttele eisen die hij stelt aan zijn omgeving. Iedere bak met bosjes fijn bladerige planten afgewisseld met open ruimtes; waar hij zijn acrobatische zwemkunsten kan tentoon spreiden, is hem lief. Als er een straaltje zon in zijn leefwereld binnendringt, dan gaat hij pas helemaal uit de bol. Is hij dan moe van al dat zwemmen en pronken, dan trekt hij zich terug tussen die fijn bladerige planten om even uit te blazen. Hij heeft zo zijn vast stekje dat hij trouwens ook verdedigt tegen eventuele lastposten. Maar wees gerust, meer dan een eerder symbolische uitval zal het niet worden.

We hebben al gezegd dat de koperzalm een spetter is. Zijn lichaam is langgerekt, maar zijdelings toch sterk afgeplat. In de staartwortel zien we een zwarte vlek die aan weerskanten door een lichtend gele vlek wordt omvat. Het mannetje heeft een koperkleurige glans, die soms zelfs naar het rode koper neigt. Het wijfje is kleiner, ronder, maar hoger van lijf. Haar kleur is minder uitgesproken en zweemt meer naar het geel olijfgroene. De uiteinden van de rugvin, de buikvin en de staartvin zijn bij de beide geslachten met witte spatten afgeboord. Een detail is nog dat de vetvin bij deze visjes, die toch zoals gezegd zalmpjes zijn, totaal ontbreekt.

Als je plezier aan dit visje wil beleven moet je op geen euro zien en koop je er ineens 10 of 15. Als partners kies je andere kleine zalmen, kleine Corydorassoorten, ja zelfs dwergchichliden zoals Apistogamma. Je kan ze zelfs samenhouden met Pterophyllum scalare, maar dan moet je wel eerst de koperzalmen in je bak loslaten en pas enkele dagen later de maanvissen. De koperzalm vind je vooral terug in de middelste waterlaag. Voedsel, dat op de bodem gevallen is, zal hij ternauwernood ophalen. Als hij de aandacht wil trekken van een soortgenoot of van een wijfje neemt hij vaak een schuine stand in,

De kweek is, zoals beloofd, niet moeilijk. Je zet een klein kweekbakje klaar met een inhoud van 10 liter en vult het met, over perlonwatten gefilterd, regenwater. Je laat het op temperatuur komen tot 24°C en doorlucht het zwakjes. Je vangt het dikste vrouwtje uit de troep en het schoonste mannetje, en je zet hen, na aanpassing aan het nieuwe water, in het kweekbakje dat je rijkelijk met Javamos hebt gestoffeerd. Je verhoogt nu de watertemperatuur met een graad of twee en je wacht af. Als je geluk hebt en het koppel loopt op vrijersvoeten, zullen ze rap tot de daad overgaan. Van zodra het vrouwtje haar laatste kleine grijsachtige eitjes heeft gedeponeerd en het mannetje ze heeft bevrucht, vang je als de bliksem het koppeltje weg, want het zijn geduchte eirovers.

Nu moet je geduld oefenen als een Benedictijnenmonnik, want al naargelang van de temperatuur van het water kan het uitkomen van de eitjes 24 tot 36 uur duren. Als je zolang opgebleven bent, zal je overmand door de slaap, de jongen zelfs niet zien want ze zijn zo klein als wat en nog doorzichtig op de koop toe.

Waarom hebben we je gezegd dat je ze best in een klein bakje kweekt? Wel om de eenvoudige reden dat de beestjes letterlijk in de infusoriën moeten staan. Na een tweetal dagen beginnen ze voorzichtig rond te zwemmen. Een week later gaan ze op zoek naar pas uitgekomen Artemianaupliën. Pas nu kan je, geholpen door hun duidelijk waarneembare rode buikjes, gemakkelijk schatten hoe groot het legsel is. Als je er honderd hebt, heb je je best gedaan en mag je tevreden zijn. Na drie weken kan je ook al eens fijn stofvoer toedienen. Na vier weken geef je hen grindalwormpjes en gehakte Tubifex of haché van rode muggenlarven.

Om content te blijven moet je, van zodra je voedert, het water proper houden en regelmatig een gedeelte van het water verversen. Hiervoor pas je de druppelmethode toe. Je plaatst een bokaal met op temperatuur gebracht, aangepast water, hoger dan het kweekbakje. Via een soepel luchtslangetje waarop je een kraantje of een klemmetje bevestigt, laat je het vers water druppelsgewijs in het bakje lopen.

Om de voedselresten in het kweekbakje op te ruimen schakel je kleine aquariumslakken in. Zij vegen constant de vloer schoon en houden de winkel proper.

Zoals eerder gezegd neemt de koperzalm zowel droog, levend als diepvriesvoedsel aan. Laat dit laatste eerst ontdooien en spoel het, voor je het aanbiedt, uit in een theezeefje. Geef ze zo dikwijls als je maar kan levend voedsel, want zo blijven ze kwiek en blijft hun jagersinstinct bewaard.

Wij wensen je veel plezier met deze zwierige jonkers en jonkvrouwen en zijn ervan overtuigd dat je ze voor geen geld meer wil missen.

 
RocketTheme Joomla Templates