pseudomugils.jpg
Corydoras sterbai Afdrukken

Uit: Xiphophorus en A.V. Minor-Rasbora-combinatie.

 

Deze vis behoort tot de familie der Callichthyidae en komt voor in Peru in de Rio Ucayali, Yarina Cocha en andere rivieren van het Ucayalisysteem.

Het geslacht Corydoras is erg populair en niet bepaald ten onrechte, want de vis is sterk en heeft een mooi en interessant uiterlijk. Het is gewoon een gezellige vis die altijd in groepjes door de bak snuffelt naar iets eetbaars. Sinds mijn jeugd noem ik ze ‘hapsnorren’ en als je ze bekijkt dan ziet u dat deze term er niet ver naast zit. Vaak liggen ze ook met z’n allen gezellig uit te rusten op een zanderig stukje van de bodem, vaak allemaal met hun neus dezelfde kant op. Het zijn typische bodembewoners. Bij de meeste soorten zijn de ogen groot en zeer bewegelijk. Soms knipogen ze. Soms kijken ze je aandachtig aan en volgen alle bewegingen om daarna in een wolkje van zand te verdwijnen achter de planten of het hout. De dapperste komt na een korte tijd kijken of de kust veilig is en de rest volgt snel. De vissen uit deze familie kunnen in zuurstofarm water leven doordat de mond ook als ademhalingsorgaan kan fungeren. De vissen zie je soms lucht happen, welke dan naar de anus wordt gestuwd.

Onderweg wordt de zuurstof uit de lucht door het bloed opgenomen, dat door de bekleding van de darm loopt. Dit heet ‘darmademhaling’. Wil men met deze vissen kweken, dan moet men er rekening mee houden dat het scholenvissen zijn. Zeven exemplaren in een kweekbak is prima (meer mannetjes dan vrouwtjes). De vrouwtjes zijn wat steviger gebouwd, terwijl het mannetje een wat toegespitste rugvin heeft. Aan het water stelt deze vis weinig eisen, maar over turf filteren bevordert de ei-afzetting. De eieren worden afgezet tegen glas, maar ook  tegen de onderkant van breedbladige planten.

De paartijd is slechts enkele maanden per jaar, dus niet meteen wanhopen als het niet meteen lukt! In de bak van mijn broer zwemmen er zo’n 50 rond. Ik had er eens een stuk of vijf meegenomen van de N.B.A.T.-beurs en het worden er vanzelf steeds meer. En dat alles in gewoon leidingwater in een discusbak, bij een temperatuur van 29° C. De jongen worden grootgebracht met slootinfusie, gevolgd door Artemianaupliën, voedertabletten, watervlooien, etc.

De vis is zeer gemakkelijk te herkennen, het lichaam is ongeveer vijf centimeter lang en is gedrongen. De vis is licht antraciet grijs van kleur, terwijl de huid is bezaaid met rijen zilverachtige spikkels. De buik- en borstvinnen zijn feloranje, echt zeer opvallend. Je kunt hem haast niet met een andere Corydorassoort verwisselen. Bij de bek heeft hij twee paar baarddraden. De vis eet graag levend voer zoals muggenlarven, Tubifex (of dat goed voor hem is hangt van de kwaliteit van de Tubifex af) en Enchytraeën, maar is ook gek op plantaardig droogvoer en voedseltabletten.

In de bak zwemmen er zo’n stuk of vijfentwintig, samen met een zevental Corydoras arcuatus. Opvallend hierbij is dat soort bij soort blijft zwemmen. Wel grappig is dat ze zich tijdens het voederen niets aantrekken van de veel grotere Discusvissen. Ze schuifelen er gewoon wat tussendoor en de Discussen vinden het allemaal prima.

Er kan niet genoeg op het nut van deze dieren worden gewezen. Alle Corydoras vinden hun weg tussen de dichtste planten en de kleinste spleten in en onder het kienhout en houden zo, samen met de torenslakjes, de boel prima schoon. Je moet eens zien als je bijvoorbeeld runderhart voert. Hoeveel van dat fijne voedsel in het water komt. Hier kijkt geen Discus naar om, maar voor de Corydoras is het een feestmaal. Dit voorkomt een hoop vuiligheid en algen in het water.

 
RocketTheme Joomla Templates