Tropheus_ sp_lufubu.jpg
10 vragen over de snoek

   Bron: http://www.waterland.net/visschenwinkel/modsnoek.htm

 

Dat de snoek een indrukwekkende vis is, weten we allemaal. Maar kennen we deze vis wel? Hier volgen 10 van de meest gestelde vagen over de snoek.

Identiteitskaart van de snoek

  • Orde: Salmoniformes (Zalmachtigen)
  • Familie: Esocidae (Snoeken)
  • Geslacht en soort: Esox lucius (Snoek)
  • maximale lengte: 150 cm
  • paaitijd: maart - april
  • paaigebied: plantenrijk areaal
  • beschermde status: min. maat 45 cm
  • rode lijst status: niet opgenomen
  • Engelse naam: “Pike”
  • Duitse naam: “Hecht”
  • Franse naam: “Brochet”

 De 10 meest gestelde vragen:

 

  1. Waarom zijn waterplanten belangrijk voor snoek?

    Waterplanten zijn vooral belangrijk voor de eieren van de snoek en voor de jonge snoek. De eieren moeten kunnen worden afgezet tegen plantedelen. Wanneer eitjes niet aan planten hechten en naar de bodem zakken, beschimmelen ze en sterven ze af. Als een jong snoekje uit het ei komt, moet het zich kunnen vasthechten aan plantedelen, om te voorkomen dat het naar de bodem zakt en daar “stikt”. Na een aantal weken gaan de jonge snoekjes als schuilplaats, van waaruit prooien kunnen worden bejaagd. Diezelfde schuilplaats moet tezelfdertijd voorkomen dat de snoekjes door grotere soortgenoten worden opgegeten. Snoeken kunnen prooien eten tot ca. 75% van hun eigen lichaamslengte! Bij beperkte begroeiing zullen de snoekjes, op zoek naar schuilplaatsen, elkaar dan ook regelmatig tegenkomen met als resultaat de overleving van de grootste van de twee. Over het algemeen geldt dan ook dat de omvang van een snoekbestand sterk afhangt van de mate waarin het betreffende water is begroeid. Snoeken blijven gevoelig voor vraat door grotere soortgenoten tot een lengte van ongeveer 60 cm!
  2. Heeft snoek helder water nodig, omdat het een zichtjager is?

    Nee, helder water is voor snoek met name belangrijk, omdat in helder water over het algemeen meer waterplanten groeien en waterplanten zijn belangrijk als schuilgelegenheid voor jonge snoek. De snoek maakt slechts deels gebruik van zijn ogen om prooien te vangen, maar vertrouwt hierbij vooral op zijn zogenaamde zijlijnorgaan. Daarom kunnen volwassen snoeken, die uit het heldere, waterplantenrijke water wegtrekken naar het open, diepere en vaak troebele water ook bij minder optimaal zicht overleven. De snoek blijkt in troebel water even efficiënt prooien te kunnen vangen. Sterker nog, ook blinde snoeken blijken zeer goed in staat om voldoende voedsel te bemachtigen. Deze vissen zijn volledig afhankelijk van hun zijnlijorgaan om prooien te lokaliseren. Het zijlijnorgaan is een zeer verfijnd middel dat veel vissen tot hun beschikking hebben om trillingen en drukverschillen in het water waar te nemen. Hiermee kan de vis dus eigenlijk onder water “zien”. Het zijlijnorgaan is waarneembaar als een lijn, bestaande uit kleine gaatjes, over de gehele of een deel van de lengte van het vissenlichaam.


  3. Tot welke lengte kunnen snoeken nog door soortgenoten worden opgegeten?

    De snoek kan prooien aan tot ca. 75 % van zijn eigen lichaamslengte. Hooggebouwde vissen zijn eerder veilig voor de snoek dan slankere vissen. Met name soortgenoten zijn – vanwege hun slanke bouw – tot grote lengte “slikbaar”. Bij een visstandbemonstering in het Westland heb ikzelf een snoek van 108 cm kunnen waarnemen die, eenmaal aan de waterkant gebracht, een soortgenoot van maar liefst 73 cm in zijn maag bleek te hebben. De punten van de staartvin staken nog uit de bek, terwijl de kop al deels verteerd was! Een snoek is dus niet snel “veilig”
  4. Kun je in een water teveel snoek hebben?

    Nee. Het aantal roofdieren zal in de natuur altijd afhankelijk zijn van de beschikbaarheid van voldoende prooien. Zodra het aantal prooien afneemt, zullen de roofdieren in aantal afnemen door voedselgebrek. Snoeken kunnen een water dus in principe nooit leegvreten. Wanneer er een hoge snoekdichtheid in een water aanwezig is, wordt over het algemeen juist gesproken van een evenwichtige snoekstand en een juiste roofvis-prooivis verhouding. In kunstmatig in stand gehouden visstanden (bijvoorbeeld kunstmatige forelvijvers), waar een ecologisch evenwicht niet wordt nagestreefd, kan iedere snoek (snoek is dol op forel) echter door de beheerder als teveel worden beschouwd.
  5. Is de snoek een in Nederland/België bedreigde vissoort?

    Nee. De snoek komt overal in Nederland/België voor. Het is echter wel zo, dat de snoek, die vooral in zijn eerste levensjaar sterk afhankelijk is van helder, plantenrijk water, de laatste 50 jaar sterk in aantal is afgenomen in Nederland en België. Deze afname is voor een belangrijk deel het gevolg van de vooral in de jaren ’60 en ’70 sterk toegenomen n belasting van het oppervlaktewater met meststoffen.
    Het oppervlaktewater werd troebel door algengroei en de waterplanten verdwenen door gebrek aan licht. Ook intensief maaibeheer, inrichting van wateren (harde beschoeiing, steile taluds) en uitzetting van te grote hoeveelheden bodemwoelende vis (bijv. karper) hebben plaatselijk bijgedragen aan het verdwijnen van waterplanten. Sinds het begin van de jaren ’80 worden steeds meer maatregelen op het gebied van waterverontreiniging en zuivering, inrichting en beheer van wateren en visstanden genomen, die uiteindelijk zullen leiden tot meer gevarieerd en begroeid water. Dit zal uiteindelijk leiden (en heeft in veel oppervlaktewateren reeds geleid) tot een toename van de snoek in Nederland en België.
  6. Vallen snoeken mensen aan?

    Ja en nee. Snoeken hebben absoluut niets te winnen met een aanval op een mens. Toch gebeurt het af en toe dat een zwemmer door een snoek wordt gebeten. Waarom zou de betreffende snoek zoiets doen? Er zijn twee mogelijkheden die een dergelijk gedrag kunnen verklaren. In ieder geval worden “aanvallen” op zwemmers (ook is een “gebeten” hond bekend, een pitbull om precies te zijn) uitsluitend uitgevoerd door (zeer) grote snoeken > 1 meter. Deze vissen hebben een eigen territorium, dat ze tegen indringers (andere grote snoeken) verdedigen. Deze indringers worden eerst uitgebreid gewaarschuwd dat ze moeten wegwezen. De snoek spert zijn bek open en neemt een dreigende houding aan. Als de desbetreffende indringer dan nog niet maakt dat ie wegkomt, gaat de snoek over tot de aanval. Dit leidt tussen twee snoeken tot een soort “bekvechten”. De verliezer van een dergelijk gevecht zal uiteindelijk het gebied moeten verlaten.
    Het kan gebeuren dat een territoriale snoek een zwemmer beschouwt als indringer. De snoek constateert een grote zwemmer en een hoop tumult in zijn territorium betekent meestal dat een andere grote snoek is gearriveerd. De snoek zal eerst dreigen en als de zwemmer (die dat meestal niet ziet) dan niet wegzwemt, zal de snoek overgaan tot bijten. Zodra echter blijkt dat het hier geen andere snoek betreft, maar een mens, zal de snoek direct loslaten en vluchten. Een foutje, dus.
    Meestal zal de snoek zich echter realiseren dat een zwemmer geen andere snoek is en komt het niet tot bijten. Een tweede mogelijkheid zou zijn, dat de snoek de zwemmer ziet als prooi. Snoeken staan vaak op “scherp” om een langszwemmende prooi te grijpen. Het lijkt in ieder geval plausibel dat een snoek de wiebelende tenen van een recreant die met z’n voeten in het water zit, als lekker hapje ziet.
    Een zeer grote snoek heeft bij zwemmende dieren over het algemeen de keuze uit prooi of indringer. Alles wat zwemt is dan, wanneer het niet als indringer wordt herkend, een potentiële prooi. Ook in het (zeldzame) geval, dat een snoek een zwemmer als prooi ziet, zal hij bij een eerste beet direct schrikken en vluchten. Een snoekbeet kan tot een paniekreactie van de zwemmer leiden en kan flink pijnlijk zijn.
    Een snoekenbek is bedekt met vele vlijmscherpe tandjes. Een goede ontsmetting en (de beet vindt plaats in het oppervlaktewater) een bezoek aan een ziekenhuis is verstandig. Van een levensbedreigende situatie is echter geen sprake, mits de zwemmer niet in paniek verdrinkt (dat is, voor zover bekend ook nog nooit gebeurd)
  7. Hoe groot kunnen snoeken worden?

    De grootste, in Nederland gevangen snoek, is door een beroepsvisser in Noord Holland in een duinmeer gevangen en was 138 centimeter lang. Het Nederlandse hengelrecord zit daar net onder met 137.5 centimeter. Een lengte van meer dan 120 cm mag in Nederland als zeer groot worden aangemerkt. Uit Oost-Europa is een aantal jaren geleden een melding gekomen van een aan de waterkant van een groot meer aangetroffen dode snoek van ongeveer 160 centimeter.
  8. Eten snoeken behalve vissen ook andere dieren?

    Ja. Snoeken eten ook waterinsecten, wormen, kikkers, salamanders, in het water gevallen of zwemmende zoogdieren en watervogels. Ook eet de snoek naast levende vis ook dode vissen. Door hengelaars wordt de laatste jaren bijvoorbeeld met succes gevist op (grote) snoek met dode zoet- en zeewatervis (bijv. makreel). De snoek eet echter vooral levende zoetwatervissen.
  9. In wat voor wateren komen snoeken het meest voor?

    De aantallen snoeken in een water zijn sterk afhankelijk van de mate van begroeiing met waterplanten. Hoe meer waterplanten, hoe meer snoeken, maar tevens hoe kleiner het gemiddelde formaat van de snoek. Grotere snoeken trekken weg naar open water met meer geschikte prooien of blijven klein. In helder plantenrijk water zwemt over het algemeen minder vis (wel meer soorten) dan in diep, open en troebel water. In wateren waar nauwelijks waterplanten voorkomen vind je dan ook weinig, maar vaak wel grotere snoeken.
  10. Hoe oud kunnen snoeken worden?

    Een vrouwtjessnoek kan maximaal ongeveer 25 jaar oud worden. Een mannetjessnoek kan maximaal ongeveer 16 jaar oud worden. Vissen zijn in hun eerste jaar en dan zelfs vooral in hun eerste levensdagen, het meest kwetsbaar. Een deel van de afgezette snoekeneitjes komt niet eens uit, maar sterft af of wordt opgevreten door vissen of andere waterdieren. Ook de snoekjes die uit het ei komen worden gedurende de eerste levensmaand geplaagd door vraat door allerlei waterorganismen, waarbij ook ziekte en voedselgebrek een belangrijke rol in de overleving speelt.
    Bij een leeftijd van ca. 6 weken gaat kannibalisme onder soort- en leeftijdsgenoten een grote rol spelen.
    Bij onvoldoende dekking wordt in deze periode de hoeveelheid snoek, die de eerste levensweken heeft overleefd, meer dan gedecimeerd. In de herfst zal een deel van de aanwezige waterplanten geleidelijk aan verdwijnen. Opnieuw zal kannibalisme door leeftijdsgenoten en oudere snoeken de eerstejaarssnoekjes verder uitdunnen.
    Aan het eind van het eerste jaar blijft over het algemeen minder dan 1 % over van wat er in eerste instantie uit het ei is gekomen. Dat geldt overigens voor het merendeel van de vissoorten in Nederland. En dat is maar goed ook.
    Een vrouwtjessnoek produceert gemiddeld zo’n 20.000 eieren per kg lichaamsgewicht. Een gemiddelde snoekstand produceert zo al gauw meer dan een miljoen eitjes per hectare wateroppervlak. Als alleen allen snoeken het eerste jaar al zouden overleven, zouden er in een gemiddeld Nederlands water al tenminste 100 eerstejaars snoekjes per vierkante meter rondzwemmen!
 
RocketTheme Joomla Templates