tetraodon.jpg
Water voor zeeaquaria Afdrukken

Zilverhaai Beringen

Als we het woord “water” horen, denken wij aan het water uit het kraantje.
Spreken we echter over zeewater, dan denken we aan onze kust.
Zeewater is niet zomaar water!
Het bestaat uit verschillende mineralen, spoorelementen en zouten. Elementen als jodium, strontium en calcium zijn broodnodig in onze aquaria, maar geen nood! De ontelbare elementen die in zeewater zitten staan kant-en-klaar vermengd met zout en in pakjes verpakt, in de meeste aquaria winkels op een koper te wachten. De kant-en-klare mengsels zijn van zeer goede kwaliteit, dit was vroeger wel eens anders. Op die zakjes staat vermeld hoeveel water er nodig is om zeewater aan te maken, maar zo eenvoudig is dat nu ook weer niet! Het kraantjeswater is qua kwaliteit niet meer wat het was in vroegere tijden. Fosfaten en nitraten, zijn hierin aanwezig. Ons lichaam zal hiervan geen hinder ondervinden, doch voor zeeaquariawater zijn er andere eisen. Daarom zijn wij voor het aan maken van zeewater heden ten dage uitsluitend aangewezen op osmosewater of gedemineraliseerd water. Indien men echter over zuiver regenwater kan beschikken kan dit ook gebruikt worden.
 
Osmosewater kan men via enkele aquaria winkels verkrijgen of men koopt zelf een osmosetoestel, maar dit kost veel geld. Het “plat” water, als drank verkocht in flessen, kan al naargelang de zouten die het bevat al dan niet ook goed zijn, maar gemakkelijk is anders.
Aan gedemineraliseerd water, kan men wellicht via vriendschappelijke relaties geraken, daar dit water van de industrie (fabrieken) komt. Wil men het via de horeca kopen, loopt de kostprijs immers al vlug op.
 
Zowel voor het bijvullen als het aanmaken van zeewater heden ten dage liever geen leidingwater gebruiken want de fosfaten stimuleren een voor ons doel ongewenste algengroei. Dit is een plaag waarvan men grijs haar krijgt. Vroeger gebruikten bijna alle zeeaquarianen leidingwater, waaruit de achteruitgang van leidingwater blijkt. Nu is het wel zo dat men vroeger graag algen had; men vond het “natuurlijk” staan.
Voor vissen is dat nitraat niet zo erg schadelijk, maar wel voor lagere dieren, ook al omdat ze overgroeid, verstikt- raken door algen. Feit is dat momenteel de meeste zeeaquaria ook lagere dieren bevatten en dan wordt nitraatloos water inderdaad onmisbaar.
Het natuurlijke zeewater gebruiken is een andere mogelijkheid. In al de gevallen dat ik zeewater ging halen was het meetresultaat nul. De fosfaten waren zeven maal minder dan in leidingwater. De ziekten (?), de aanwezigheid hiervan is iets waar we zelf geen mogelijkheid toe hebben om ze te ontdekken, maar de zee is zo groot dat de kans op een parasitaire aantasting vrijwel onbestaand is, terwijl er ook nauwelijks bacteriën in zeewater voorkomen.
Parasieten –ook in zee– vinden hun gastheer meestal via een tussengastheer, die door onze gastheer gegeten wordt.
Men kan dus besluiten dat natuurlijk zeewater zeer goed geschikt is voor te gebruiken in een zeeaquarium, dit water bevat zelfs plankton, indien het vers uit de zee is geschept, in bussen naar huis getransporteerd en binnen redelijke termijn (2 weken) in het aquaria wordt gebracht, (via het filter natuurlijk). Hoe sneller hoe beter weliswaar.
 
Hoe best kunstmatig zeewater aanmaken:

Het best is te zorgen voor een plastic vat van 200 liter inhoud, dat van boven open kan en liefst voorzien van een kraantje. We vullen het vat met osmosewater of gedemineraliseerd water (of zeer zuiver regenwater). Vervolgens doet men er zout bij. Uitgesproken verschillen zijn er niet in de verschillende merken zout, in de prijzen soms wel. Wanneer de dichtheid goed is (zoutgehalte of saliniteit)  doet men het water in het aquarium. Men moet wel het water in de ton flink roeren om het zout gemakkelijk op te lossen en te vermengen met het water.
Nu het aquarium gevuld is, moet het enkele weken draaien, zodat alles nog eens goed gemengd wordt. De verwarmer wordt in werking gebracht. De temperatuur moet overeenkomen met die waarop de ijking van de dichtheid meter gebeurt is, alvorens men de exacte dichtheid kan meten.
Is de temperatuur te laag, dan zal anders het zoutgehalte te hoog lijken en bij een te hoge temperatuur te laag. Dus opgelet als men meet!.
 
Het bijvullen van verdampt zeewater:

Men moet verdampt zeewater altijd bijvullen met  osmosewater of gedemineraliseerd water. De reden hiervoor is: water dat uit het aquaria verdampt laat het zout achter in het aquarium. Daardoor stijgt het zoutgehalte in het aquarium. Als men nu dit verdampte water zou aanvullen met zeewater dan zou het zoutgehalte nog verder stijgen. Door echter het verdampte water te vervangen (aan te vullen) met zoet water wordt het zoutgehalte terug op het normale peil gebracht.
 
Water verversen in een zeeaquarium:

Men neemt de nodige hoeveelheid osmosewater en laat dit op dezelfde temperatuur komen als het aquaria water. Men vermengd het zout uit het pak met het osmosewater. Er zorg voor dragen dat de juiste hoeveelheid zout gebruikt wordt. Met een stok of iets dergelijks het water flink om roeren om het zout goed te doen oplossen in het water. Met een dichtheidsmeter controleren dat het aangemaakte zeewater overeenstemt met de dichtheid van het aquariumwater.
Indien men vers zeewater gebruikt uit de zee dan is het gemakkelijker. Men moet dit water enkel op temperatuur laten komen alvorens men het kan gebruiken. Controleren met de zoutmeter kan echter geen kwaad, kwestie van zekerheid.
Nu kan men een deel oud zeewater uit het aquarium verwijderen.
Let op: nooit het biologisch filter stilleggen, dit kan funeste gevolgen hebben voor het aquarium.
Als men het beoogde aantal liter zeewater uit het aquarium heeft afgetapt kan men met het verversen beginnen. Veruit de beste methode, zeker voor een lagere dieren aquarium is de druppel methode of eventueel heel langzaam hevelen.
 
Hoe gaan we te werk:

We nemen een trapladder of iets dergelijks, deze ladder moet hoger zijn dan de bovenkant van het aquarium. We vullen een emmer of bus met pas aangemaakt zeewater. We plaatsen deze emmer of bus bovenloop de trapladder. Nu nemen we een luchtdarmpje en eventueel monteren we hierop nog een afsluitkraantje. We hangen dit luchtdarmpje in de emmer of bus bovenop de trapladder, we zuigen het darmpje aan zodat het loopt en hangen het dan in het aquarium. Met het regelkraantje regelen we de snelheid van het water zodanig dat het snel druppelend of lichtlopend uit de luchtdarm loopt.
Hoe langer het duurt voor de emmer leeg is hoe beter. Er mogen gerust enkele uren overheen gaan om ongeveer 50 liter water te vervangen door vers water. Als men deze methode toepast vermijd men schade aan lagere dieren door te plotse watersamenstelling veranderingen. Dit gaat zo traag dat de dieren niet “geschokt” worden en zich langzaam kunnen aanpassen aan de eventuele nieuwe waterwaarden.

 
RocketTheme Joomla Templates