EndlerGuppy.jpg
Amblygobius phalena Afdrukken

Valenciennes, 1837

 

 Paarse flap is één van de plagen die je zeeaquarium kan oplopen.
Nu we weten dat paarse flap niets anders is dan een massale hoeveelheid bacterien; zijn we nog niet verder in de strijd tegen die flap.

In de handel bestaan er enkele producten (antibiotica) die tegen “paarse flap” kunnen ingezet worden. Biorot (1) en Cerpofor (2) zijn de 2 meest gekende.
Binnen onze vereniging ken ik enkele liefhebbers die deze producten gebruikt hebben. Hun ervaring is positief voor wat de werking op korte termijn betreft. Binnen enkele dagen was alle paarse flap verdwenen. Maar er zijn geen goede ervaringen opgedaan in de periode daarop volgend. De flap verzwakte wel, maar de vitaliteit was ook uit de bak verdwenen.

Slachtoffers onder de lagere dieren zijn bij het gebruik van deze middelen zeker niet uit te sluiten! Zo is ons bekend dat Xenia binnen de 2 dagen compleet afsterft als je Biorot gebruikt. Het verdwijnen van “de vitaliteit nadien” is door de gebruikers zef vastgesteld. Nevenverschijnselen en vermoedens gaan in de richting van een te breed antibiotica spectrum.

Anders dan in de humane geneeskunde bestaan er in de aquaristiek geen zeer specifieke antibiotica tegen bijv. stammen van cyanophytae. Er bestaan zo'n 1500 species.
Met Biorot en Cerpofor slaan ze vermoedelijk met de grote hamer een zeer grote hoeveelheid bacterien en micro-organismen morsdood.

Ik heb een heilige schrik van zware wapens, onbekende producten, en vreemde gecultiveerde bacteriestammen die wel goed bedoeld zijn. In een fragiel rifaquarium kunnen antibiotica na een behandeling meer vernieling brengen dan heilzame werking. Over deze methode van flap aanpakken zal ik het verder niet meer hebben.

 Ik heb minder schrik van moeder natuur! Laat ons strijden met biologische “selectieve wapens”.

Uitgangspunt

In een rifaquarium moet je zeer zorgvuldig uw visbezetting kiezen. Zowel in het begin als in oudere rifaquaria (2-3 jaar). Er zijn slechte ervaringen genoeg bekend.
Iemand is zijn poetsgarnalen opgegeten door... De kronen van kokerwormen zijn een lekkernij voor ... Die zit aan mijn doopvontschelp te peuteren en alsof het nog niet genoeg is er zijn vissen die gek zijn op de mooiste tentakels van uw lagere dieren. Keuze genoeg om verkeerd te gokken.

Viskeuze kan ook “preventief” en toekomstgericht zijn. Een van die preventieve maatregelen, noem maar meteen wapens: is naar mijn ervaring te vinden in een grondel uit de familie

Amblygobius: Amblygobius phalaena.

 

Preventieve voorbeelden

-De doktersvissen

  • Zonder grazende herbivoren zal een rijkelijk belicht en goed bezet zee aquarium groene neigingen vertonen die gaan in de richting van een “grasveld”.
  • Slakken (o.a. Turbo's), de meeste zeesterren en zee-egels doen ook aan opruiming.
  •  Lipvissen zijn bijna “noodzakelijk” in een zeeaquarium. Een aantal noodzakelijke borstelwormen (prima opruimers) onder controle houden is met de klein blijvende lipvissen zoals Pseudocheilinus hexataenia een haalbare kaart.
     
  • Wie van een kraaknette koraalzandbodem houdt; zal ofwel wekelijks moeten ingrijpen, ofwel schaft hij zich een stelletje zandhappers aan. Die klaren de klus wel.
    Alleen zorgen dat de korrrelgrootte niet te klein is want dan strooien ze het zand overal rond, ook op uw stenen en lagere dieren. Met de juiste korrel (3mm) is dat probleem beduidend minder.

Het is nu juist die eigenschap (zandkuisen) en het snoepen van alles wat maar op smeeralgen lijkt, die onze Amblygobius phalaena zo aantrekkelijk maakt.
Het geslacht kent de :

  • A. hectori (5cm),
  • A. sphynx (18cm),
  • A. decussatus (7,5cm),
  • A.  rainfordi (8cm),
  • A. albimacula (18cm), 
  • A. bynaensis (10cm),
  • A. noctunus
  • A. seminicus (10cm).

Meerdere keren heb ik gezien hoe A. phalaena hapt in kleine veldjes paarse flap die in ieder aquarium te vinden zijn (meestal rond de stam van oudere lederkoralen).
Ze knabbelen de flap op en de resten verlaten de vis via de kieuwen.

Wellicht zou je verwachten dat hij de flap zo overal verder rond zaait. Maar het tegendeel is mijn ervaring. Stefaan Silvrants was de eerste die mij op die vreemde eigenschap attent maakte. In “The reefaquarium” schrijft Delbeek & Sprung dat A. rainfordi en A. phalaena zand en draadvormige algen opnemen van de stenen en de hongerdood sterven in een algvrij aquarium.

Mijn ervaring is dat A. phalaena de voorkeur geeft aan zachtere smeeralgen afgewisseld met “zandkuisen”. Achterkamp schreef er in het mei nummer van HZA in 1991 een interessant artikel over. Zijn ervaringen kloppen 100% met die van mij, alleen zijn die vissen bij ons nu regelmatig in de handel (ca. 10 euro)
Het zijn moeders mooiste koraalvissen niet maar het mannetje (meerdere stippen op de staartvin) in mijn aquarium omringd door 2 vrouwtjes (hebben maar één stip) toont regelmatig zijn prachtige staalblauwe strepen en de rode gloed op de vinnen maakt ze wondermooi.

 

 
RocketTheme Joomla Templates